De prijs van oorlog

Andermaal worden in Israël pogingen ondernomen om Israëliërs en Palestijnen terug te krijgen aan de onderhandelingstafel. Bemiddelaar Anthony Zinni, de Amerikaanse generaal b.d., sprak gisteren afzonderlijk met de Palestijnse leider Arafat en met premier Sharon. Tegelijkertijd viel het Israëlische leger een dorp bij Nablus binnen, in autonoom Palestijns gebied. De inval moest een aanslag voorkomen op kolonisten die in nederzettingen in bezet gebied wonen. Geweld en contrageweld blijven elkaar opvolgen, of er nu bemiddeld wordt of niet. Zinni is drie weken weggeweest. Hij vertrok omdat zijn missie begin december samenviel met verhevigde Palestijnse terreur gevolgd door Israëlische vergelding. Er viel op dat moment weinig te bemiddelen. Maar na een dringende oproep van de `irrelevant' verklaarde Arafat is het alweer een paar weken betrekkelijk rustig. Op zulke momenten, als er geen bommen bij busstations in Jeruzalem ontploffen en als Israëlische tanks Palestijnse dorpen met rust laten, haalt het land adem en gaat over tot een andere orde van de dag: niet de oorlog, maar de vrede heeft de overhand – al is het maar voor even.

Juist in zo'n schaars ogenblik publiceerde het Israëlische bureau voor statistiek cijfers die onverhuld de economische gevolgen van oorlogsvoering laten zien. Ook Israël heeft er een front bij nu duidelijk is geworden dat in 2001 de economie voor het eerst in bijna een halve eeuw is geslonken met een half procent. Oorzaken zijn de Palestijnse volksopstand, de intifada, die een feitelijke staat van oorlog met zich meebracht, en de verslechterende internationale conjunctuur. De economische achteruitgang ontwricht het maatschappelijk leven. Toeristen en buitenlandse investeerders blijven weg; ook in veelbejubelde sectoren als de hightech gaat het ronduit slecht; de werkloosheid is tot 9 procent opgelopen en de ontwaarding van de nationale munt gaat in hoog tempo verder. Politieke en economische onzekerheid maakt de dollar voor velen aantrekkelijker dan de shekel.

De oorlog als catastrofe voor de economie – Israël en de Palestijnen hebben er ervaring mee. Maar hoe bitter die ook is, het heeft nooit geleid tot het besef dat bemiddelingspogingen en vredesonderhandelingen ook wel eens uit economisch eigenbelang kunnen worden hervat. In het Midden-Oosten komt toch altijd eerst de strijd en dan het eten. De tragiek hiervan is overal zichtbaar, in Tel Aviv, op de Westelijke Jordaanoever, in Jeruzalem en in Gaza. Scherpe sociale tegenstellingen, werkloosheid en achterstallig onderhoud komen naarmate het conflict langer duurt duidelijker aan het licht. Een land in oorlog verpaupert snel.

Een navrant detail in dit geheel is de buitenproportioneel hoge financiële steun die de regering-Sharon aan nederzettingen in de bezette gebieden geeft. Geld dat ook kan worden besteed aan bestrijding van de recessie gaat uitgerekend naar een van de grootste twistpunten in het hele conflict. Waarmee nieuwe investeringen in de omstreden nederzettingen snel een feit zijn. Zo ontkracht Israël alweer enige tijd de uitkomst van een bemiddeling en van mogelijke vredesonderhandelingen – een groot punt van zorg.

De oorlog heeft zijn eigen dynamiek, daar kan geen economie tegenop. Sharon en Arafat zijn er beiden de man niet naar om zich veel aan te trekken van economische beslommeringen. Toch weten ook zij dat vrede en voorspoed hand in hand gaan. En dat de prijs van de oorlog de uiteindelijke verwijdering van het politieke toneel is.