De evenwichtsstoornis van de euro

Met een vreugdesprongetje reageerde de wisselkoers van de euro woensdag op de soepele introductie van de munten en biljetten in de twaalf eurolanden. Met zo'n anderhalve cent versterkte de koers tegenover de Amerikaanse dollar naar 0,9060 dollar per euro. Tegenover de yen ging de euro naar ruim 118 yen, de hoogste eurokoers sinds september 1999. De opleving ten opzichte van het Britse pond was het sterkst, met een winst van bijna 2 procent tot 0,625 sterling.

Sindsdien is de euro weer wat weggezakt, maar het aanvankelijke sprongetje zorgde voor hoop: zal het inmiddels al traditioneel voorspelde herstel van de eurokoers nu daadwerkelijk in 2002 gaan plaatsvinden? De meeste prognoses op de financiële markten wijzen ook dit jaar op een oplopende eurokoers. Maar ze zijn, na drie jaar schade en schande, minder uitbundig dan voorheen. Een spoedige terugkeer naar een wisselkoers van één op één met de dollar, die een euro-appreciatie met ruim tien procent zou vergen, wordt zelden voorzien. Gemiddeld zo'n 0,95 dollar per euro is de werkhypothese.

Dat de voorspellingen voor een herstel van de euro zo hardnekkig zijn, heeft te maken met het evenwichtsgevoel op de markten. Hoe er ook gemeten wordt, de euro staat laag. Hij noteert nu 16 procent onder zijn gemiddelde effectieve wisselkoers (gewogen tegen de munten van de handelspartners) van de laatste tien jaar. Gecorrigeerd voor inflatieverschillen met de handelspartners noteert de `reële effectieve wisselkoers', volgens de dataserie van de ECB, 12 procent te laag. Koopkrachtpariteit, betalingsbalansen: de euro staat in vrijwel alle opzichten laag. En de munt houdt dat al jaren vol. De Bundesbank vond anderhalf jaar geleden een complex berekende `evenwichtskoers' van 1,13 dollar per euro – zo'n kwart boven de koers van gisteren. Maar daar zat een foutmarge ingecalculeerd van 26 dollarcent.

Die enorme marge zegt alles. De evenwichtskoers voor de euro is even ongrijpbaar als de Steen der Wijzen.

Voorspellen móet op de financiële markten. Zonder werkhypothese over de verhouding tussen de verschillende wereldvaluta's kunnen bijna geen uitspraken worden gedaan over de waarschijnlijke ontwikkeling van andere financiële waarden. Zoals de Leuvense hoogleraar, en autoriteit op valutagebied, Paul de Grauwe, al stelde: ,,Economen met een gevoel voor oprechtheid zullen toegeven dat zij niet weten of de evenwichtswaarde van de euro ten opzichte van de dollar 0,90 is, 1,0 of 1,10.''

Maar ja, vind op de valutamarkt maar eens een gevoel voor oprechtheid.