CBS zaait onnodig paniek bij beleggers

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt de financiële markten en effectenbeurzen goed in de gaten. Donderdag kwam het bureau met een bericht over het beursjaar 2001. De kop luidde `2001 slechtste beursjaar sinds oliecrisis (in 1974)'. Veel media namen de kop zonder meer over, waardoor het CBS onnodig paniek zaait onder particuliere, onervaren beleggers. Zo jaag je mensen op het verkeerde moment weg van beleggen in aandelen. De professionelen weten wel beter: bij lagere koersen moet je juist kopen, om straks winst te kunnen maken.

Je kan met evenveel recht stellen dat 2001 een fantastisch beursjaar was. Dit jaar moet het eigenlijk net zo `slecht' gaan. Een daling van nog eens 20 procent. We komen dan eindelijk los van die tmt-roes: de verwoestende hype in technologie, media en telecom-aandelen. Een omgekeerde krach, waarin onnozelen miljarden guldens verspeelden. Zelfs de penningmeester van het peuterspeelzaaltje (bij wijze van spreken) gokte met dubbeltjes en kwartjes op de beurs, omdat zijn medebestuursleden daar op aandrongen. Wat hem rest is een lege kas, tekorten en een kater.

Vervang de speelzaal door provincies, politie, brandweer, bibliotheken, scholen, ziekenfondsen en andere instellingen die ver van de beurs moeten blijven, en je krijgt een indruk hoe kritiek de toestand was toen de aandelenkoersen alsmaar opliepen. Jan en alleman leende geld of zette spaargeld (van anderen) in. `Wie spaart is een lulletje. Toch?'

De medewerkers van het CBS kunnen goed rekenen, maar uit hun achtergrondinformatie blijkt dat ze leven in een denkbeeldige wereld, beperkt door jaarcijfers en beursindexen als maatstaf. Wat is de zin van een jaarcijfer? Het is slechts een kunstmatig getal dat de effectenwereld aan beleggers opdringt als maatstaf. Wanneer jouw rendement of dat van je bedrijf lager uitkomt, beleg je niet goed. Moet je wellicht je strategie en aandelenportefeuille aanpassen. Hetgeen bemiddelaars en handelaren graag zien, want dat verhoogt de broodnodige omzet.

Ook grootbeleggers als pensioenfondsen laten de oren hangen naar die jaarcijfers. Min of meer gedwongen, om niet bij andere fondsen achter te blijven. Tijdens de tmt-roes stopten ze meer geld in aandelen dan achteraf wellicht verantwoord lijkt. Ze zijn ook een beetje bang voor een lagere klassering op de jaarlijkse rendementslijst die een onderzoeksbureau publiceert. Die angst voor de korte termijn, van zeer lange termijn beleggers, valt niet te rijmen met hun beleggingshorizon van zestig, zeventig jaar.

Het enige dat er toe doet, voor zowel particuliere als professionele beleggers, is het benodigde rendement om je eigen financiële doelstellingen te halen. Alles wat je met aandelen meer verdient dan nodig, is meegenomen. Maar het CBS kent die persoonlijke rendementen natuurlijk niet.

Naast de jaarcijfers zijn ook de beursindexen in de afgelopen tien tot vijftien jaar een eigen leven gaan leiden. Het CBS biedt al sinds eind 1983 een herbeleggingsindex die rekening houdt met koerswinsten en koersverliezen en met (herbelegde) dividenden. Het jaarrendement over de afgelopen achttien jaar op Amsterdamse aandelen berekent het CBS op 15,6 procent. Een fantastisch percentage. De obligaties komen uit op 7,7 procent. Aandelen leveren dus op termijn tweemaal zoveel op als obligaties. Hoewel?

Die 15,6 procent per jaar lijkt verleidelijk, maar de (persoonlijke) werkelijkheid schikt zich niet zo makkelijk naar een index. Tussen 1982 en nu was een ongekend lange periode van economische bloei. De komende beursjaren kunnen minder opleveren. Bovendien moet je precies volgens een of andere index beleggen, als je bij wilt blijven.

Een particulier kan dat alleen via een beleggingsfonds dat een index volgt. Maar welke index? Dat is een lastige keus, want iedereen komt tegenwoordig met die graadmeters. Het kiezen van een goede index is even moeilijk als het kiezen van het juiste beleggingsfonds of de aandelen van de beste bedrijven. Je kan zomaar op het verkeerde paard wedden. Neem de gekelderde indexen van de tmt-fondsen maar als voorbeeld. Vandaar de hier vaker geuite voorkeur voor deelname in een wereldwijd beleggend aandelenfonds als directe link met de wereldeconomie.

Volgens het CBS deden die fondsen het in 2001 niet goed: een min van 22,3 procent. Daar kan een deelnemer van profiteren door er niet al zijn geld in één keer in te stoppen, maar door een vast maandelijks bedrag in te leggen. Spreiden in de tijd. Door zo te middelen koop je bij dalende koersen meer participaties voor hetzelfde geld dan bij hogere koersen. Dat is een beproefde strategie in de praktijk. Door zo simpel te beleggen lees je de berichten van het Centraal Bureau voor de Statistiek in het vervolg anders: slecht is dan goed, en goed is slecht.