Blaarkoppen gevraagd

Jan Spaans uit Broek in Waterland. Hij is van 1934 en heeft zijn bedrijf inmiddels overgedaan aan Niels en Katja. Voor het gemak zullen we hem toch maar als boer blijven beschouwen. Dan zien we een man tegen de achtergrond van ruim honderd melkkoeien en 116 hectare land, verdeeld over 78 percelen. Veertig kilometer sloot. Al zigzaggend zou je hier de marathon kunnen lopen. Let wel, dit is de situatie ná de ruilverkaveling.

Spaans was in deze buurt zo'n beetje de eerste die een melkrobot nam. Maar hij was ook zo'n beetje de laatste die zijn paard door een trekker verving. Je kunt dus niet zeggen dat hij zijn tijd altijd vooruit is geweest.

Nu maakt hij zich sterk voor de blaarkop in de melkveehouderij en of dat voor- of achterhoedewerk is – de toekomst zal het leren. Zelf is hij in ieder geval vol goede moed. Zijn ideeën vinden weerklank, zijn optreden krijgt erkenning. In december werd hem de Edgar Donckerprijs uitgereikt.

Deze Edgar Doncker, een Haarlemse zakenman, had kennelijk ook niet slecht geboerd. Na zijn dood in 1996 was er genoeg geld over voor een fonds waaruit jaarlijks een prijs wordt toegekend, beurtelings op het terrein van natuur, kindergeneeskunde en cultuur. Een legpenning en een bedrag van 300.000 gulden, waarvan de winnaar 50.000 gulden vrij mag besteden. Voor de rest zoekt hij in overleg met de jury een maatschappelijke bestemming. In 2001 was de natuur aan de beurt.

Spaans: ,,Dat kwart miljoen gaan we gebruiken voor mensen die nog zuivere blaarkoppen houden. Die wil ik belonen en stimuleren. Er komt natuurlijk een werkgroepje, er moet natuurlijk naar knelpunten worden gekeken, maar in wezen komt het erop neer dat je die mensen geld begint te sturen.''

Twee verhalen zijn dit eigenlijk: hoe de jury van die prijs op Spaans kwam en hoe Spaans op de blaarkop kwam. Zijn eigen stal, daarover geen misverstand, is tot op heden bezet met Holsteins, en dat is nou precies de koe die de oudhollandse rassen als een wervelwind uit de melkveehouderij verjaagd heeft.

Toen in deze streek een nieuwe ruilverkavellng aan de orde kwam, een jaar of vijftien terug, dreigde ook hier een rigoureuze tweedeling in het landschap. Natuur versus landbouw. Ontvlechting. De natuur, in ons land zo nauw met het boerenbedrijf verweven, zou uit deze kluisters worden bevrijd en de boeren, wel, die konden hun gang gaan op het land dat overbleef.

Spaans: ,,Boeren eruit, ambtenaren erin, dat was de trend.'' En daartegen heeft hij keer op keer zijn stem verheven. ,,Wat willen jullie, vroeg ik steeds. Grutto's? Leeuwerikjes? Bloemrijke slootkanten? Dat kunnen wij ook leveren, net zo goed als een ander of misschien wel beter!''

Neem de `relatienotagebieden'. Mag je niet maaien voor 15 juni. Natuurlijk moet je niet te vroeg maaien als je weidevogels wilt overhouden. Maar als nou al die boeren tegelijk op de 16de gaan maaien? Al die weilanden in één klap kaal, denk je dat dat een lolletje is voor jonge grutto's? Je zou dat een beetje moeten spreiden en wie kunnen dat beter organiseren dan de boeren onder elkaar?

Spaans: ,,Je moet ze niet belonen voor de bereidheid om aan de regels te voldoen, je moet ze belonen voor het resultaat. Zoveel jonge grutto's op het land, zoveel dotterbloemen in de sloot, zoveel geld uit de subsidiepot.''

Daar bleef hij op hameren. Twee boodschappen eigenlijk: voor de buitenwacht dat ze boeren de ruimte moeten geven in het landschap en voor boeren dat ze natuur de ruimte moeten geven op hun bedrijf.

,,Jan Spaans'', concludeerde de jury van de Edgar Donckerprijs, ,,heeft de weg gewezen naar een duurzaam evenwicht tussen landbouw en natuur in de randstad, waardoor het traditionele Hollandse landschap bewaard blijft.''

In de tussentijd, ook alweer een jaar of tien geleden, was Spaans zelf overgegaan op een biologische bedrijfsvoering. Hij merkte algauw dat hij daar de geschikte koeien niet voor had. Holsteins, tienduizend liter melk per jaar, prima als je ontzettend rijk grasland hebt en onbeperkt krachtvoer kunt verstrekken. Maar zodra het allemaal wat schraler wordt, beginnen ze te kwakkelen.

Spaans: ,,Die dieren zijn zo op melkgift geprogrammeerd, dat ze zichzelf gewoon opbranden als ze tekortkomen. Vel over been. Ik heb er nog wel een paar zo op stal staan, het doet je pijn aan de ogen.''

Beengebreken, uierproblemen, vruchtbaarheidsverlies – het gros van de Holsteins is al op jeugdige leeftijd alleen nog maar goed voor de slacht. En als je dan een alternatief zoekt, dan kom je vanzelf uit bij de blaarkop.

De blaarkop, minder melk, meer vlees, is sober en gehard, bij uitstek geschikt voor een zuinig bedrijf. Ze is na een jaar of zes, als de gemiddelde Holstein al is afgeschreven, op haar best. Ze geeft jaar in jaar uit een kalf, dat bovendien door haar iets hellende kruis probleemloos ter wereld komt.

Spaans: ,,Koeien komen steeds meer op een natte ondergrond te staan, niet alleen binnen, nu zo'n beetje iedereen een loopstal heeft, maar ook buiten — zeker als in de veenweidegebieden voorzieningen worden getroffen voor de opvang van water bij neerslagpieken. En dan is het alweer de blaarkop die zulke prachtige sterke klauwen heeft.''

De blaarkop zorgt bovendien voor het behoud van genetische variatie. Met de Holsteins nadert de melkveehouderij een gevaarlijke wegversmalling. Aan de mannelijke kant was dat door de KI natuurlijk allang gaande. Iedereen loopt achter een paar stieren aan. En door de opgang van embryo-implantatie gebeurt dat nu ook aan de vrouwelijke kant. Iedereen loopt achter een paar koeien aan.

Spaans: ,,Straks stamt de hele Nederlandse melkveestapel af van een paar honderd koeien. Je moet er toch niet aan denken dat je in de versukkeling raakt en dat er dan niet meer zoiets als een blaarkop zou zijn om op terug te vallen.''

Hier staan, kortom, alle seinen op blaarkop. Niet als museumkoe, niet als knuffeldier voor de kinderboerderij, maar als een volwaardige compagnon voor de moderne, op de toekomst gerichte melkveehouder.

Zelf wil Jan Spaans de blaarkop gebruiken door een systeem van rotatiekruisingen. Steeds weer blaarkopbloed inbrengen in zijn eigen pool van zuivere Holsteins. Dan krijg je steeds een nieuwe jaargang halfbloeden, dan zou je steeds optimaal profiteren van het heterosis-effect, het verschijnsel dat het de eerste generatie is die de beste combinatie oplevert van twee verschillende fokrichtingen. Daarvoor moeten wel, elders dus, ook pools van zuivere blaarkoppen in stand worden gehouden.

Voor boeren die het qua bedrijfsvoering nog wat schraler hebben, of wíllen hebben, voorziet hij dat ze geheel op blaarkoppen kunnen overschakelen.

In zijn stal, eigenlijk die van Niels en Katja dus, en mét melkrobot, blijven we natuurlijk wat talmen bij de blaarkopstier. Rood. Negen maanden oud. Vanuit zijn hok kan hij zijn kop in het hok met pinken steken. Macho en watje tegelijk. Ach, wat hunkert hij. En die pinken, geen enkele belangstellling.

Spaans: ,,Dit voorjaar ging ik op zoek naar zo'n stierje. Ik ben me rot geschrokken. Stamboek, melkcontrole, ik wil alles in orde hebben. En dan zijn er nog maar een paar bedrijven die in aanmerking komen, alles bij elkaar hooguit vierhonderd koeien.''