Berooide belegger: bank leek casino

Dag en nacht is hij er mee bezig. En dat al sinds 1998. Toen kwam de voormalige verzekeringsadviseur Leen Pronk er achter dat zijn vermogen volledig was verdwenen. Van de 380.000 euro (circa 830.000 gulden) die een – volgens hem – overenthousiaste adviseur van de ING Bank van maart tot oktober 1998 had belegd, resteerde een schuld van 680.000 euro (1,5 miljoen gulden). De opbrengst van zijn verkochte schadeverzekeringsbedrijf, bedoeld als pensioenvoorziening, was veranderd in een gapend gat dat hij nooit meer kan dichten.

De juridische afwikkeling blijkt een uitputtingsslag tussen het miljardenconcern ING en de berooide cliënt. ,,Het is duidelijk tactiek van de bank om zo veel mogelijk tijd te rekken. Er zijn slechts een paar mensen die de eindstreep halen en dus levert zo'n strijd de bank geld op'', stelt advocaat H.J. Bos van het Amsterdamse kantoor Bos & Blom, die de zaken van Pronk behartigt. ,,De een gaat er psychisch aan onderdoor, de ander krijgt het aan zijn hart. En bij de bank? Daar doen ze de deur om vijf uur dicht.''

In mei vorig jaar begon hij een rechtszaak om een eerder oordeel van de klachtencommissie van de banken te vernietigen. Maar de procedure is nog steeds niet afgerond, mede als gevolg van het uitstel vragen door de bank. ,,We hebben ING gevraagd om snel te procederen, maar steeds weer wordt de rechtbank om uitstel verzocht''. ING ontkent in een reactie dat de bank tijdrekt. ,,We willen natuurlijk ook dat dit zo snel mogelijk wordt opgelost, maar we nemen de zaak uiterst serieus.'' Inhoudelijk wil de bank op dit moment niet ingaan op de zaak.

Precies een jaar geleden deed Pronk zijn verhaal in NRC Handelsblad. Zijn situatie is nog even uitzichtloos. Geen inkomsten, wel een gigantische schuld. Gedupeerde beleggers zijn er momenteel in overvloed, maar de ervaringen van Pronk lijken zeldzaam. Zeker omdat hij heel wat opmerkelijke feiten met schriftelijke bewijzen kan aantonen. Zo is hij door zijn beleggingsadviseur van de ING-vestiging in Capelle aan den IJssel met de dood bedreigd. Een brief van ING bevestigt de dreigementen. Verder is een beleggingsvoorstel van ING op zijn minst opmerkelijk te noemen: het voorstel is gedateerd 6 maart 1998, terwijl enkele vermelde aandelenkoersen uit de beleggingsportefeuille van een week later zijn. Het voorstel is volgens Pronk met terugwerkende kracht in elkaar gedraaid om aan te tonen dat hem wel degelijk een schriftelijk voorstel handgeschreven op een kladblok zonder ING-logo is gedaan. Maar volgens Pronk heeft de adviseur vooral op eigen initiatief gehandeld. En dat terwijl hij naar de bank was gegaan met het voorstel om slechts in vastgoed te beleggen. Maar de eerste beleggingen van de ING-adviseur waren succesvol met het gevolg dat Pronks vertrouwen eindeloos was. Hij geeft toe dat hij dollartekens in zijn ogen had. ,,Ik dacht: mijn adviseur is de expert.''

Zijn vaste beleggingsadviseur verrichtte zoveel transacties dat ING in een paar maanden tijd maar liefst 77.000 euro aan provisie in rekening bracht. De transacties waren op initiatief van Pronk zelf, betoogde de bank voor de Klachtencommissie Beursbedrijf twee jaar geleden, en hij was altijd op de hoogte gehouden van de stand van zaken. Dat ontkent Pronk weer. Daarvoor zijn volgens hem de gehanteerde constructies van opties, aandelen en futures ook veel te complex.

En risicovol, want één optieconstructie rond het aandeel Hagemeyer leverde Pronk bijvoorbeeld een verlies op van 158.000 euro. Uit onderzoek bleek later dat Pronk met een belegd vermogen van 380.000 euro een risico liep van 4,5 miljoen euro. ,,Een bank kent zorgplicht', stelt Bos, ,,maar dit lijkt meer op een casino.''

Juist omdat hij er dag en nacht mee bezig is, denkt hij steeds weer een opening te hebben om bij zijn verloren geld te kunnen komen. Zo vermoedt hij dat specialisten kunnen aantonen dat er fraude is gepleegd met het handgeschreven beleggingsvoorstel dat koersen van een latere datum vermeldt. De advocaat van ING, De Brauw Blackstone Westbroek, gaat akkoord met een nader onderzoek van het origineel, maar wel onder een paar voorwaarden: het onderzoek geschiedt op Pronks kosten en hij onthoudt zich verder van publiciteit.

Maar Pronks zoektocht gaat verder. Zo ontdekte de Rotterdammer onlangs nog iets opvallends in de overzichten met honderden transacties. Maart 1998 had hij 1.000 aandelen van het vastgoedfonds Enhobel in bezit. Twee weken later worden er door ING 5.000 stuks van verkocht. Om het tekort van 4.000 aandelen te herstellen moeten volgens hem op dezelfde dag nog eens 4.000 stuks Enhobel worden gekocht. Gek genoeg komen die 4.000 aandelen niet voor in de omzet die dag van de Amsterdamse beurs. En alle provisies zijn voor Pronks rekening.

Zolang de rechter zich niet uitspreekt heeft zijn speurtocht weinig zin. ,,Het klinkt nobel dat beide partijen in een civiele procedure als gelijkwaardig worden beschouwd, maar in de praktijk is sprake van onevenredig nadeel'', stelt Bos. ,,Iemand die meer dan al zijn geld kwijt is, heeft haast.''