Achter de lap stof

Kleding modelleert de fysieke en mentale houding van de mens. De grand boubou herschept het lijf van Senegalese moslims tot `performing body'.

Wat hebben hoge hakken, stijve korsetten en antraciete maatpakken gemeen? Ze doen iets met het lichaam van de drager: dat verandert in een bundeling sensuele rondingen, een kaarsrecht symbool van distinctie of een uithangbord van macht en rationaliteit. ``En daarmee wordt ook iemands mentale houding gemodelleerd. Hoe je erbij loopt is behalve een expressie van je wereldbeeld ook een fysieke aanpassing daaraan'', zegt antropologe Janet van der Does de Willebois. Het is de grondgedachte van haar proefschrift Bodywork. Dress demeanour and worldview in the south of Senegal, waarop ze kortgeleden promoveerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Voor haar veldwerk bezocht ze tien jaar lang drie kleine, nabijgelegen dorpen in de delta van de Casamance-rivier in Senegal: het M'lomp van christenen, het Santiaba van moslims en het Samatite van animisten, die een natuurreligie aanhangen. Interviews en observaties wezen haar op sterke verschillen in kledingvoorschrift, lichaamshouding (demeanor) en wereldbeeld. Ze onderscheidt drie typen lichamen: een `gesloten' bij christenen, een `performing' bij moslims en een `werkend' bij animisten.

Kleding wordt doorgaans bezien als symbool of metafoor. Tal van denkers en systeembouwers hebben kleding bestudeerd als leesbare `structuur', als uiting van `klassenbewustzijn', als expressie van de `persoonlijkheid' of als betekenisloze, inwisselbare `stijlvlag' in postmoderne tijden. In zulke visies is het lichaam vrijwel afwezig. Menswetenschappers die begrepen dat de uiterlijke verschijning meer is dan kleding en toebehoren alleen, hebben echter vooral op de constituerende werking van de omgeving op lichaam, houding en zelfbeeld gewezen. In die opvatting wordt stilzwijgend uitgegaan van een geklede mens, maar strikt genomen is hij naakt.

Dat gangbare onderscheid wil Van der Does met haar proefschrift opheffen. Om aan te geven hoe kleding en lichaam op elkaar inwerken, verwijst ze naar zowel de symbolische als de materiële of `instrumentele' betekenis van kleding. De uiterlijke verschijning representeert niet alleen karakteristieken van een cultuur of sociale groep (de wijze van bewegen, lopen, zitten, staan, `zijn'), maar incorporeert die via het onderbewustzijn ook tot `lichamelijke kennis'. De antropologe steunt daarbij op het habitus-begrip van de socioloog Pierre Bourdieu die kleding zelf overigens vooral ziet als bevestiging van machtsverschillen. ``Het gaat om de kracht van de ervaring. Er is maar weinig bekend over hoe je je uitgedragen ideeën, concepten en overtuigingen doorvoélt, over hoe je lichaamshouding wordt aangepast aan dat wereldbeeld'', zegt Van der Does.

Vooral de moslims van Santiaba maken dat inzichtelijk. In deze sterk hiërarchische gemeenschap is een zelfbewuste, sierlijke verschijning behalve een uiting van religiositeit een markering van sociale verschillen. De bewoners volgen het koran-gebod dat voorschrijft het gehele lichaam te bedekken, maar paradoxaal genoeg is hier sprake van een `performing' lichaam. Juist in de zware, volumineuze grand boubou tekenen zich lichaamshouding en -dynamiek des te scherper af. Alleen al het gewicht ervan dwingt tot controle over de houding. ``Door de vele kleding hellen deze moslims licht over naar achteren. Dat geeft ze een statige uitstraling.'' Daarmee worden dominante opvattingen over schoonheid en gratie zowel zichtbaar voor waarnemers als fysiek `voelbaar' voor de moslims. ``Het is de tuning van het lichaam op het wereldbeeld.''

platte slippers

Niet alleen de grote gewaden bevestigen en bestendigen de juiste manier van staan, lopen en `zijn'; ook de vele toebehoren dragen daaraan bij. Voor vrouwen zijn dat hoofddoeken en voor mannen, behalve een gedistingeerde wandelstok of paraplu, babouches: platte slippers die de steun van een hak missen, zodat een nauwkeurige controle over de lichaamshouding nodig is. Volgens Van der Does heeft het voor westerlingen allemaal iets van een `zwaarwichtig flaneren', een `voortdurende show'. Maar, benadrukt ze, zonder sociale en `lichamelijke' kennis van uiterlijke waardigheid zou zich een onbeholpen schijnvertoning voordoen.

Dat geldt in het bijzonder voor de christenen van M'lomp, die bij officiële gelegenheden eveneens de royale robes aanschieten. Hier is de grand boubou niet veel meer dan een deftig omhulsel, dat zonder zwier wordt gedragen. ``Het dragen ervan is eigenlijk het ondergaan van een test die sommigen niet doorstaan'', zegt Van der Does. De lichaamshouding van christenen is er in de ogen van de moslims niet geschikt voor: te houterig, te zeer verstoken van trots, soms zelfs wat gebogen. Het is te herleiden tot een betrekkelijk rigide dualisme van hoofd en lichaam, als gevolg waarvan ondubbelzinnige kledingvoorschriften ontbreken. Voor de katholieke bekeerlingen schuilt schoonheid vooral in geestelijke vermogens; in dit `wereldbeeld' prevaleren kennis en educatie boven het decorum.

Van der Does spreekt van `gesloten' lichamen: christenen voelen zich er minder in thuis dan, mutatis mutandis, moslims en zijn zich meer bewust van de beperkingen ervan. Ze steken zich liever in `westerse' getailleerde kleding, die het lichaam inkapselt en opsluit. Daarmee imiteren ze de `geciviliseerde' stijl die aan het einde van de negentiende eeuw met de Franse kolonialisten en missionarissen meekwam. ``De Franse zusters, die een rolmodel zijn voor de meeste christenen, kijken neer op de `ongeciviliseerde', coupeloze gewaden van moslims. Mede daarom geven ze naaicursussen.''

De animisten van het traditionele Samatite verplaatsen zich blootsvoets en dragen een pagne, een handgeweven lendedoek die vóór de komst van missionarissen feitelijk het enige kledingstuk was. Sindsdien is ook bovenkleding in zwang, maar zonder enig voorschrift. Alleen bij officiële gelegenheden geldt de pagne noir als een heilig symbool. Belangrijker dan kleding zijn kralen, ringen en haardracht, maar bovenal de zuivere relatie met de natuur en het plaatselijke opperwezen, de Emitai. De animisten zien het als hun opdracht zwaar en langdurig werk op de rijstvelden te verrichten tijdens het regenseizoen. Ze zijn daar letterlijk de belichaming van, meent Van der Does. ``Het zijn tengere, gespierde werklichamen, gevormd naar de interactie met de natuurlijke omgeving.''

Door de geringe betekenis van kleding in Samatite, ontbreekt hier de 'vormende' invloed op de lichaamshouding en het wereldbeeld. Die functie is overgenomen door de relatie met de natuur en de lichamelijke arbeid, meent Van der Does. ``Er is vrijwel geen sociale differentiatie in Samatite, de bewoners vormen slechts een competitieve groep individualisten.'' Daardoor is `impression management', bewust of onbewust, onbelangrijk. Kennelijk bestaan dress codes bij de gratie van sociale hiërarchie.

tweede huid

De drie ideaaltypische lichamen laten ruimte voor uitzonderingen, zoals het straatbeeld van de nabijgelegen stad Ziguinchor aangeeft. ``Daar zie je de kledingvoorschriften verwateren, vooral onder hoger opgeleiden, die zich heel westers kleden. Toch kan ik daar nog vrij gemakkelijk zien uit welke cultuur mensen afkomstig zijn. Ik zou er nog net niet om wedden.''

Van der Does waakt ervoor aan de gevalsbeschrijvingen een algemeen verklaringsmodel te ontlenen dat van toepassing is op de rest van de wereld. De stedelijke multicultuur in West-Europa vindt ze te zeer beïnvloed door mode en commercie om harde uitspraken over lichaamshouding en wereldbeeld te doen. ``Wij komen uit een traditie van een gesloten lichaam, maar daar is sinds de jaren zestig niet veel van over. Het begrip second skin heeft aan betekenis verloren.'' Alleen op de bible belt of in de punkbeweging is nog uit iemands onveranderlijke `tweede huid' zijn kijk op het leven en samenleven af te leiden.

De grote variatie in kleding en de snelheid waarmee die wordt verruild bemoeilijkt een westerse typologie, meent Van der Does. Daarbij komt dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn in wereldbeeld. ``Neem nu Marokkaanse meisjes met een hoofddoekje. Als je alleen naar dat symbool kijkt, zie je slechts het verschil met niet-moslims. Maar steeds vaker dragen zij spijkerbroeken en gymschoenen die tot een zelfverzekerde, westerse lichaamshouding leiden.'' Te veel wordt nog gekeken naar het vervreemdende effect van kleding, meent ze. ``De manier van in het leven staan, letterlijk en figuurlijk, is veel sterker dan de signalen van een lapje stof.''