Zoals het nu gaat, zo kan het niet langer

Dit is een ingekorte versie van de nieuwjaarstoespraak die eerder deze week is uitgesproken door de burgemeester van Amsterdam, Job Cohen.

Sinds 11 september 2001 zijn wij ons er pijnlijk van bewust dat onze westerse normen en waarden, precies dát zijn: westerse normen en waarden. Wij weten nu beter dan daarvoor dat het niet vanzelf spreekt dat onze normen en waarden door anderen worden gedeeld. Dat er zelfs miljoenen mensen op de wereld zijn die deze normen en waarden niet delen. En dat daaronder ook mensen kunnen zijn die in Nederland, in Amsterdam, wonen.

Hoe hiermee om te gaan zie ik als een van de grote uitdagingen van 2002 en de tijd daarna. Zeker in Amsterdam, de meest multiculturele stad van Nederland, met al haar nationaliteiten en een bevolking die nu voor 43 procent allochtoon is. Wat gaan we doen? Gaan we zoeken naar de verschillen tussen al die mensen? Of gaan we zoeken naar wat ons bindt?

Bij mijn installatie als burgemeester, bijna een jaar geleden, zei ik dat ik als een belangrijke opgave voor mijn burgemeesterschap zag de boel bij elkaar te willen houden. Zoeken naar wat ons bindt en verbindt is daarvan de kern. [...]

Aan die dialoog heb ik het afgelopen jaar, en zeker na 11 september, gewerkt, met allerlei mensen en groeperingen uit de stad. Op basis van deze dialoog leg ik u de volgende punten voor.

Ten eerste vraag ik aandacht voor de rol van religie in de stad. Er lijkt een opmerkelijk verschil te zijn tussen autochtonen en allochtonen; voor de laatsten speelt religie vaak een grote rol, een rol die als bindmiddel in de samenleving niet onderschat moet worden. Sinds geruime tijd besteedt de overheid in dit land aan de rol van religie geen aandacht: de scheiding van kerk en staat staat bij ons, terecht, hoog aangeschreven. Maar het is de vraag of de overheid, overigens met inachtneming van de doctrine van die scheiding, niet meer oog moet hebben voor deze rol van de religie, juist omdat het als bindmiddel zo'n belangrijke rol speelt. De integratie van sommige bevolkingsgroepen in onze samenleving verloopt nu eenmaal via hun godsdienst. Willen we de dialoog met elkaar gaande houden, dan moeten we hoe dan ook de religieuze infrastructuur erbij halen. Zonder moskeeën, tempels, kerken en synagogen lukt het niet.

Mijn tweede punt is dat het samenleven met en tussen verschillende culturen door Amsterdammers meestal niet als een probleem wordt benoemd. Nee, als Amsterdammers, uit alle windstreken, het over problemen hebben, dan hebben ze het over de onveiligheid in hun buurt, over het tekort aan betaalbare woningen, over de kwaliteit van de scholen van hun kinderen, over het gebrek aan voorzieningen voor de jeugd, over de kwaliteit van de zorg. Allemaal zaken die mede op het terrein van de overheid liggen en die nodig moeten worden aangepakt. Dat gebeurt ook, maar nog niet met voldoende succes.

Eén ding is wat mij betreft duidelijk: de terugtredende overheid heeft zijn langste tijd gehad, het gaat nu om een optredende overheid. De slinger gaat nu weer de andere kant op. De tekenen dat dat noodzakelijk is, zien we dagelijks om ons heen, met alle ergernis van dien, of we die nu beleven tussen de rails in de vertraagde trein, in een onveilig station of in het zwembad, na sluitingstijd van de disco of in een flatwijk waarin (zoals dat heet) de `sociale pijler' niet op orde is.

Zoals het nu gaat ... zo kan het niet langer, dat mag ik toch wel als een algemeen gevoelen signaleren. Met de roep vanuit de samenleving om een optredende overheid. Dat impliceert een overheid die competent is en met voldoende capaciteit om de problemen te lijf te gaan. Zonder voldoende politiemensen, leraren, functionerende jeugdinstellingen, werknemers in de zorg en toezichthouders in de openbare ruimte gaat het niet. De overheid moet weer een aantrekkelijke werkgever worden, zodat veel meer mensen dan nu het aantrekkelijk vinden om de publieke zaak te dienen. In Amsterdam zijn we ons van deze opgave zeer bewust en het herstelproces is op gang gebracht; het begin is er. Niemand wil terug naar de oude maakbaarheidillusies maar een optredende overheid vereist wel een nieuwe vorm van `city-engineering' die wij met elkaar zullen moeten construeren. Vanuit de gemeente moet worden gezocht naar nieuwe combinaties en vormen van samenwerking op zowel stads- als wijkniveau met het onderwijs, de gezinszorg, de jeugdhulpverlening, het stadstoezicht, en met politie en justitie. [...]

Dit alles geldt des te sterker voor de veiligheid. Als een op de vier Amsterdammers jaarlijks slachtoffer wordt van een misdrijf en dan rekenen we fietsendiefstal nog niet mee, dan is het duidelijk dat dit anders moet.

De politie is daar hard mee bezig. Met de buurtregie en het wijkteam nieuwe stijl is deze verandering in gang gezet. Dat zal nu gevolgd moeten worden door het duidelijk afspreken van kerntaken en het verschaffen van competenties en investeringen in personeel en materieel die voor effectief optreden nodig zijn. Een optreden niet alleen aan de achterkant (opsporen en vervolgen, als het misdrijf is gepleegd) maar ook aan de voorkant (tegenhouden, dus een misdrijf niet de kans geven gepleegd te worden). [...]

Een keer ten goede is alleen te bereiken met een mobilisatie die meer omvat dan de politie. [...] En als we met zijn allen zeggen dat veiligheid een hoge prioriteit moet hebben, dan zal hiervoor meer geld en capaciteit beschikbaar moeten komen. [...]

En dan nog kan de overheid het niet alleen. Als het over veiligheid gaat, dan is een cultuuromslag nodig waarop niet alleen de overheid maar ook de burger aangesproken mag worden.

De vader van Joes Kloppenburg zei het onlangs zo: ,,De samenleving is sinds de jaren zestig afgegleden naar een niveau dat ik betitel als onaanvaardbaar. Die jaren hebben een heleboel vrijheden bewerkstelligd. Het individualisme heeft toen vaste grond gekregen. Er is een mentaliteit ontstaan van `ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken'. De generaties van na de jaren zestig hebben niet meegekregen hoe je als mensen in een samenleving met elkaar om moet gaan. Ze kunnen het dus ook niet doorgeven aan hun kinderen. Vrijheid is geen vrijblijvendheid, dat is de essentie.'' Het zal tijd kosten, maar hoe eerder we beginnen, des te eerder boeken we resultaat.