Thucydides

Met instemming heb ik gelezen wat David Rijser schreef (Boeken, 28.12.2001) over de inspirerende uitwerking die de `Rede voor de gevallenen', ook wel `Lijkrede' genoemd, op hem uitoefende en het troostend effect dat de woorden die de grote Atheense geschiedschrijver Thucydides de politicus Pericles in de mond legt, juist nu nog kunnen hebben.

Ik herken daarin veel. Ook ik was als gymnasiast door die woorden getroffen, toen ik een opstel over `democratie' moest schrijven. Ook ik heb later, steeds opnieuw, het Griekse origineel gelezen. De stralende kleuren van de Atheense democratie worden echter getemperd door de tragische afloop, want dat is het onvermijdbare lot dat zich aan het democratische en imperialistische Athene voltrekt. De schitterende lof op de democratie komt vlak voor de pestbeschrijving, een voorafschaduwing van de ondergang van de hele stad in de oorlog. De implicatie moet wel zijn: Athene was overmoedig, ging te ver. De arrogantie van de macht wordt bestraft. De omslag van het lot volgt onmiddellijk, als in een tragedie. Hopelijk blijft onze westerse democratie zo'n lot bespaard. Thucydides zou daarom verplichte lectuur moeten zijn voor alle politici, `zolang de menselijke natuur dezelfde blijft' (woorden van Thucydides). In Nederland wordt Thucydides weinig gelezen. Van alle grote klassieke auteurs, waar hij zonder twijfel toe behoort, is hij de onbekendste. Goed dat David Rijser hem noemt. Nog beter zou het zijn geweest als hij niet naar een Engelse vertaling had verwezen, maar naar de uitstekende Nederlandse van M.A. Schwartz, De Peloponnesische Oorlog, onlangs door Athenaeum – Polak & Van Gennep opnieuw in paperback uitgebracht.