Stripboek voor ongeletterden

Hoe waarschuw je Afrikaanse kinderen voor de gevaren van rally-voertuigen? Met een stripverhaal, bedacht een bandenfabrikant.

De dood en de Dakar-rally zijn als het zand en de woestijn. De monsterrit door Afrika eist elk jaar gemiddeld bijna twee doden. Ook aan de 24ste editie, die vandaag Mauretanië intrekt, kleeft bloed. In de tweede etappe op weg naar Narbonne overleed zaterdag een Franse automobilist na een botsing met een assistentietruck.

De rally kent verschillende soorten doden. Om te beginnen heb je de bedrijfsongevallen. Af en toe rijdt een coureur zich te pletter of vliegt een truck over de kop. Voorts heb je de gevallen van pech die onlosmakelijk verbonden zijn aan avonturieren in gevaarlijk gebied. Een journalist reed in de Westelijke Sahara op een mijn en een chauffeur van een servicetruck werd door Malinese bandieten doodgeschoten. Ook de oprichter van de rally, Thierry Sabine, stierf in het harnas. Hij verloor in 1986 samen met zanger Daniel Balavoine het leven, toen zijn helikopter crashte in een zandstorm.

Het zijn de bekende doden. De doden die met naam en toenaam in de annalen van de Dakar-rally zijn bijgeschreven. Maar de zwaarste off-roadrally ter wereld maakt ook anonieme slachtoffers. Zowel in 1982 als 1983 werd in Mali een kind doodgereden, in 1984 een toeschouwer in Burkina-Faso. Een jaar later verdween een kind onder de auto van de Japanse coureur Kabuto. In 1988 verloren een vrouw en een kind in Mauretanië het leven. In 1998 botsten twee uitgeschakelde Franse deelnemers op weg naar Dakar bij Nouakchott op een busje. Vijf Mauretaniërs konden de klap met de jeep niet navertellen.

Niemand van de Dakar-organisatie in het Zuid-Marokkaanse Tan-Tan, tussenstation van een marathonetappe van bijna 1.600 kilometer, weet hoeveel Afrikanen in de loop der jaren precies zijn doodgereden. Wel staat vast dat Fidelia, het ambulante hospitaal dat met de rally meereist, in de loop der jaren eerste hulp verleende aan tientallen Afrikanen die gewond raakten bij een botsing.

Een aanrijding met een toeschouwer, het is de nachtmerrie van elke deelnemer. Met een speciaal schadeformulier moeten de rijders ongelukken aangeven. Bij ernstige gevallen moet onmiddellijk de organisatie worden gewaarschuwd met de distress-beacon, een noodbaken dat de lokatie van het voertuig aangeeft. Binnen de kortste keren komt dan een helikopter met een arts aan boord.

Om de rijders in toom te houden, controleert de Dakar-organisatie dagelijks met een lasergun de snelheid van de deelnemers op de openbare weg. De radarcontroles staan aangekondigd in het roadbook. Niettemin werden drie dagen geleden 87 motorrijders gesnapt die in een dorpje twintig tot vijftig kilometer te hard reden. Om te laten zien dat het de organisatie ernst is, deelde directeur Auriol fikse straffen uit. Alle gesnapten kregen vele minuten straftijd en een boete van duizend euro opgelegd. Straffen die de wedstrijdleiding gisteren na gesputter van de amateurs halveerde.

In gebieden waar de dromedaris nog het belangrijkste vervoermiddel is, zijn inwoners niet gewend aan rallyvoertuigen met honderden paardenkrachten. Hoe waarschuw je kinderen en volwassenen voor het dreigende gevaar van een aanstormende truck? Hoe maak je ze duidelijk dat snel nog even oversteken onverstandig is? En dat het dom is om aan de buitenkant van een snelle bocht te gaan staan.

Adverteren? Affiches ophangen? Het zijn zinloze oplossingen. Alleen al in Mauretanië worden zes talen gesproken. En wie zou de waarschuwingen kunnen lezen. In Marokko hooguit één op de drie vrouwen; in de Sahel-landen ligt de alfabetiseringsgraad nog lager.

Euromaster, een van de sponsors van de rally, bedacht vorig jaar een oplossing. De bandenfabrikant zocht contact met Philip Graton. De tekenaar van talloze stripboeken over de raceheld Michel Vaillant maakte een klein stripverhaal vol waarschuwingen. De plaatjes hebben Franse teksten, maar zijn door hun duidelijkheid ook voor kinderen en ongeletterden te begrijpen.

Een truck van de bandenfabrikant rijdt een paar dagen voor de rallykaravaan uit, om in de dorpjes langs de route de strip uit te delen. ,,Of het echt helpt kunnen we niet vaststellen'', zegt teammanager Didier Morval van Euromaster. ,,Maar al scheelt het elk jaar maar één ongeluk, dan is het al de moeite waard.''

Het strooibiljet helpt niet tegen botsingen met vee. Regelmatig knallen rijders op koeien en ezels die van geen wijken weten.