Staren in het massagraf

De héle Tweede Wereldoorlog beschreven in krap driehonderd bladzijden, en dan ook nog eens `door de ogen van het volk'? Ambitie is niet de zwakste eigenschap van de sociaal historica Joanna Bourke, hoogleraar aan de Londense Birkbeck College, die enkele jaren geleden furore maakte met An Intimate History of Killing. Daarin beschreef ze het oorlogsbedrijf als een fysiek handwerk, dat vaak voldoening of zelfs wellust verschaft aan de deelnemers. Bourke bestreed daarmee het idee dat mensen een aangeboren aversie hebben tegen doden en moeten worden `gedepersonaliseerd' willen ze ertoe overgaan. Die benadering, aansluitend bij Goldhagens aanklacht van `gewone Duitsers', leverde haar veel kritiek op, en haar boek (besproken in Boeken, 24.9.1999) geldt ook nu nog als baanbrekend, maar omstreden.

Ook met The Second World War, waarin ze zich waagt op het terrein van haar felste kritici (de militaire historici), zal Bourke weinig vrienden maken. Nu behandelt ze, mede aan de hand van persoonlijke documenten, de complete Tweede Wereldoorlog, met veel oog voor het leed van de burgerbevolking en zonder openlijk partij te kiezen voor de westerse democratieën. Het heeft haar in Engeland van een enkele criticus al het verwijt opgeleverd van moreel relativisme en Hitler-vergoelijking.

Helemaal geslaagd is het boek ook niet, maar die kritiek gaat te ver. The Second World War is vooral een summiere militaire geschiedenis, met veel nadruk op de oorlogsgruwelen aan alle kanten. Opvallend is inderdaad de onpartijdige toon van Bourke. Ze gaat niet gedetailleerd in op kwesties van moraliteit en oorlogsrecht en betrekt veelal geen eigen stelling, maar het is duidelijk dat zij de geallieerde terreurbombardementen op Duitse en Japanse steden, waarbij honderdduizenden buregsr omkwamen, als wandaden beschouwt. Bourke heeft ook een open oog voor de raciale context van de oorlog, die niet alleen het vernietigende Duitse geweld tegen joden en Polen verklaart, maar ook de Japanse bloeddorst in China, en het opvallende verschil in wreedheid tussen Amerikaanse militairen in Europa en die aan het Aziatische front.

Het perspectief op de Tweede Wereldoorlog is lang bepaald door enerzijds technisch-militaire en anderzijds morele categorieën. Dat er meer aandacht is voor wandaden van geallieerde zijde - de brandbombardementen op Hamburg en Tokio, de Russische vergrijpen tegen burgers in Duitsland en Polen - is op zichzelf uit historisch oogpunt verdienstelijk. Maar de aanpak van Bourke in dit boekje is te globaal; ze suggereert dat de oorlog één lange zinloze slachtpartij is geweest, waarbij het op de keper beschouwd niet veel uitmaakte of een burger door de nazi's of de Russen werd vermoord. Voor de individuele slachtoffers was dat natuurlijk ook zo, wat vermoedelijk Bourke's voorliefde voor persoonlijke `people's history' verklaart. Maar door die nadruk op de `democratische' dood verdwijnen de politieke, ideologische en ethische kwesties toch teveel naar de achtergrond.

Joanna Bourke: The Second World War. A People's History. Oxford, 270 blz. eur 31,75