Politici en anarchisten maakten NS kapot

Niemand is gebaat bij het vertrek van NS-topman Huisinga en de raad van commissarissen, behalve minister Netelenbos. Ook nieuwe directies zullen er niet in slagen de problemen bij de NS op te lossen. Wie bij de NS iets wil veranderen zal eerst de saboterende anarchisten eruit moeten zetten, meent Wouter van Dieren.

Wie denkt dat de treinen wel op tijd gaan rijden nu de huidige NS-directie is vervangen, heeft het mis. Ook de volgende directies zullen er niet in slagen om de combinatie van arbeidsconflicten en vertragingen en de oorzaken daarvan aan te pakken. De kern van het NS-probleem zit daarvoor te diep en het probleem is om verschillende redenen onoplosbaar. Het vreemdste is dat noch minister Netelenbos noch de Tweede Kamer en zelfs niet de media die kern weten te raken.

Als het GroenLinks-Kamerlid Femke Halsema ferm roept dat de directie moet opstappen en als zowel de minister als de overige Kamerleden haar daarin bijvallen, dan is dat behalve politiek correct vooral onnozel. Want een belangrijke oorzaak ligt bij diezelfde Kamer en bij de voorgangster van minister Netelenbos, Jorritsma, die de NS het ongewisse pad van de liberalisering opstuurden zonder over de consequenties daarvan na te denken.

In de euforie over de victorie van de vrije markt heeft zich vanaf 1990 een kern van harde `marktsisten' ontwikkeld binnen de Europese Gemeenschap, de WTO, de banken en de beurzen. Overheid, regelgeving en staatsbemoeienis moesten worden afgeschaft, de markt zou alles veel beter gaan regelen. En dus moesten ook de spoorwegen eraan geloven.

In Engeland werd in een vlaag van marktsistische gekte British Rail opgedoekt en in 52 nieuwe bedrijven weer de rails opgestuurd. De catastrofale gevolgen daarvan zijn inmiddels bekend: nog geen 60 procent van de treinen rijdt op tijd, spoorkaartjes zijn onbetaalbaar, de onveiligheid is verveelvoudigd en honderden diensten werden opgeheven. Bereikbaarheid is minder belangrijk gebleken dan aandeelhouderswinsten.

Terwijl in de buurlanden op het continent de spoorwegen in staatshanden bleven, moest de kleinste Europese provincie met het dichtste spoornet de liberalisering (later de privatisering) van het openbaar vervoer juist zo nodig omarmen. De tragikomische mislukking van een concurrerend lijntje naar IJmuiden is inmiddels vergeten, maar wat men zich vooral dient te herinneren is de trotse mededeling van de vorige NS-directeur Den Besten in 1997, dat zijn bedrijf 280 miljoen gulden winst had gemaakt. De emotionele betekenis daarvan in het land van de marktliefhebbers kan niet genoeg worden onderschat: met echte winstverhalen kon je je mengen onder de collega's in de Top Tien en hoe mooi was het om ook te vertellen dat de NS spoedig naar De Beurs zou gaan.

Met rationaliteit of maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft dit alles niets te maken. De NS hoort niet op de beurs. Op het spoor en überhaupt in het openbaar vervoer zijn marktwerking en concurrentie onmogelijk en bespottelijk, en die winst van de NS was schijn. Wie jarenlang niet investeert en 20ste-eeuwse treinstellen op 19de-eeuwse sporen de 21ste-eeuw instuurt, heeft zijn boekhouding niet op orde. Maar ondertussen werd er wel wat afgekakeld. Paginagrote advertenties waarin de NS ons vertelde: `We gaan ervoor'. Waarvoor? Voor het te snel afbreken of sluiten van oude stations, voor modern, flitsend managementjargon, voor hogesnelheidstreinen tussen Amsterdam, Weesp en Wuppertal, voor het sluiten van de lijn Stavoren-Leeuwarden – ja voor wat eigenlijk?

Het belangrijkste resultaat waarover we zelden iets vernemen was de interne verwarring. Van de ene op de andere dag kwamen tienduizenden werknemers in een andere wereld terecht. De oude NS kende een traditie van stabiele arbeidsverhoudingen, levenslange bindingen, sociale vangnetten, inclusief woonvoorzieningen, scholing, florerende pensioenfondsen, bedrijfsverenigingen, formele en informele beloningen en prikkels en vooral bedrijfstrots.

Met de parachutering van de voormalige Schipholdirecteur en oud-secretaris-generaal van Verkeer en Waterstaat R. den Besten tot president-directeur kwam er binnen de kortste keren een eind aan dit alles. Verwarring, vervreemding, alle tradities overboord, engagement en loyaliteit gebruuskeerd en vooral het eigen vertrouwde topkader eruit gewerkt. De laatste echte Meneer Spoor, oud-vice-president Ton Regtuyt, vertrouwensman van de bonden, verdween in 1999.

In dat fraaie stabiele oude spoor wroet sinds lang een dissonant, bestaande uit een harde kern van anarchistische personeelsleden, van wie het merendeel tot voor kort niet in bonden was georganiseerd. Als de NS-personeelsdirecteur meldt dat er bewust wordt gesaboteerd, dan is dat de waarheid. Slechts een enkele keer heeft iemand opgemerkt dat de grote ellende om de anarchisten draait. In het verleden stond hun sabotage voor het ideaal van arbeiderszelfbestuur maar sinds enkele jaren is sprake van sabotage om de chaos. Het doel bestaat niet uit een soepel treinenverloop en gezonde arbeidsverhoudingen, maar uit omverwerpen van de directie.

De nu opgestapte directie heeft bij verschillende gelegenheden aan Den Haag laten weten dat hier de kern van alles ligt, maar politieke correctheid kan niet uit de voeten met deze cynische realiteit – zeker PvdA-bestuurders niet die formeel nog het geromantiseerde ideaal van de nobele werknemer koesteren.

Tegen subtiele sabotage valt weinig uit te richten. Je komt er niet achter wie 's morgens begint met de geheide domino van de volgende vertragingen. De NS heeft er interne inspecteurs op gezet, die vervolgens tot hun eigen voordeur werden bedreigd. Het ontslagrecht maakt ingrijpen onmogelijk, omdat de saboteurs precies weten hoe ziekmeldingen zo gecoördineerd moeten worden dat niemand ooit te pakken valt en dus zijn baan houdt, want kort voor de WAO-periode intreedt begint men weer fris van voren af aan. Het ziekteverzuim bij NS is niet zo hoog vanwege de moeilijke arbeidsomstandigheden, maar veeleer omdat de anarchogroep er een slim schema van ziekteaflossingen op na houdt.

Wie bij de NS veranderingen wil doorvoeren, zal de anarchisten moeten uitschakelen. Bedenkelijk is dat de formele bonden zich niet van deze saboteurs distantiëren, zoals het te laf voor woorden is van Den Haag om de blaam bij de directie te leggen. Dat ligt politiek gemakkelijk, zeker zo vlak voor de verkiezingen. Er zal geen trein méér op tijd rijden, en als dat de komende weken wel gebeurt moet zo'n succes met veel argwaan worden bekeken. Men zal het willen zien als het effect van een nieuwe trainer op een voetbalploeg die eindelijk weer eens wint. Maar waarschijnlijker is, dat de sabotageploeg even meehelpt om de juistheid van de zege op de directie te onderstrepen.

Met het opzeggen van het vertrouwen in president-directeur Huisinga door minister Netelenbos en, als gevolg daarvan, het vertrek van de raad van commissarissen bewijst Netelenbos niemand een dienst behalve zichzelf. Er bestaan in dit land geen reservemannetjesputters die zullen slagen waar Huisinga en Lantain zogenaamd faalden. Met de benoeming van Wim Meijer tot opvolger van president-commissaris Jan Timmer bewijst de PvdA voor de zoveelste keer dat men een bestuurderskartel bij uitstek is geworden, wat overigens niets ten nadele van Meijer zegt.

De NS is een openbaar nutsbedrijf. Zoals de waterschappen en Rijkswaterstaat zorgen voor dijken en waterstanden, wegen en andere infrastructuur, moeten de spoorwegen zorgen voor goed openbaar vervoer. Met concurrentie en markten heeft dit niets te maken. Tien jaar wanbeleid van politici heeft nu een paar zondebokken opgeleverd. Netelenbos en de PvdA verwachten nu applaus. Laten we hun bij de verkiezingen het tegendeel bezorgen en Netelenbos na veel zetelverlies aan het hoofd van de NS zetten. Dat zal haar een lesje leren.

Wouter van Dieren is directeur van het IMSA.