Nederland geeft rechtshulp bij onderzoek Decembermoorden

Nederland gaat Suriname rechtshulp geven in het onderzoek naar de Decembermoorden. De Nederlandse bijstand zal bestaan uit hulp bij forensisch onderzoek. Ook krijgt een Surinaams politieteam de gelegenheid in Nederland getuigen te horen.

Met de rechtsbijstand geeft Nederland uitvoering aan een rechtshulpverzoek dat Suriname deze zomer reeds had gedaan. De effectuering van dit verzoek heeft lang geduurd omdat Nederland een oordeel van de Hoge Raad afwachtte.

Die moest zich afgelopen najaar buigen over de vraag of in Nederland rechtsmacht is om de Surinaamse oud-legerleider Bouterse te vervolgen wegens de Decembermoorden. De Hoge Raad oordeelde dat zulks niet het geval is. Daarmee is de weg nu vrij voor rechtshulp aan Suriname.

Bouterse heeft zelf altijd gezegd verantwoordelijk te zijn voor de moorden, die in 1982 aan vijftien opposanten van het toenmalige Militair Gezag het leven kostten.

Het speciale politieteam in Suriname heeft al 150 getuigen over de Decembermoorden ondervraagd. Er moeten nog enkele personen worden gehoord die zich in Nederland bevinden. Ook wil het team forensisch onderzoek doen in Fort Zeelandia, de plek waar de moorden werden gepleegd. Verder wordt sterk overwogen om de graven van de vijftien slachtoffers open te breken en alsnog uitgebreid sectie te doen.

Het is nog niet duidelijk of Nederlandse specialisten zelf naar Suriname zullen reizen.

Het Surinaamse openbaar ministerie heeft van het Hof van Justitie het bevel gekregen de moorden te vervolgen. De zaak ligt politiek uiterst gevoelig in Suriname. Bouterse, die tegenwoordig parlementariër is, heeft al gespeculeerd op onrust als het onderzoek naar de Decembermoorden voor de rechter zou komen. Daarbij zal waarschijnlijk niet alleen hij maar ook een grote groep ex-militairen worden vervolgd. Ook enkele burgers staan op de verdachtenlijst.