Minister uit ploeg van Jeltsin opgestapt

De Russische minister van Spoorwegen, Nikolaj Aksjonenko, een vroegere medewerker van Boris Jeltsin die nu door de Russische justitie wordt vervolgd op verdenking van machtsmisbruik, is gisteren opgestapt.

Aksjonenko diende gisteren zijn ontslag in; het werd onmiddellijk geaccepteerd door president Vladimir Poetin. Enkele uren eerder had de Russische premier, Michail Kasjanov, met de procureur-generaal gesproken over de misstanden bij het ministerie van Spoorwegen. Onderzoek heeft volgens de procureur-generaal ,,serieuze inbreuken'' op de regels aan het licht gebracht. Aksjonenko, die minister is sinds april 1997 en die in 1999 en 2000 ook vice-premier is geweest, verklaarde zich in zijn ontslagbrief ,,moreel verantwoordelijk'' voor de problemen bij het ministerie en bood daarop zijn ontslag aan.

Volgens een in oktober ingediende aanklacht tegen Aksjonenko heeft het machtsmisbruik waaraan hij zich schuldig zou hebben gemaakt, de staat zeventig miljoen roebel (ongeveer 2,5 miljoen euro) gekost. Aksjonenko zou te veel werknemers op diverse missies hebben uitgestuurd en salarissen hebben uitbetaald uit fondsen die buiten de formele begroting van het ministerie vielen. De minister voerde bij zijn verweer aan dat zijn ministerie het enige in Rusland is dat tegelijkertijd een ministerie en een groot bedrijf is, en dat naast de toewijzing van geld uit de staatskas ook geld uit de commerciële activiteiten van de spoorwegen binnenkwam.

Aksjonenko's vertrek moet ook worden gezien tegen de achtergrond van zijn vroegere loyaliteit aan Poetins voorganger als president, Boris Jeltsin, en de vroeger oppermachtige oligarch Boris Berezovski. Poetin heeft zich sinds zijn aantreden ontdaan van veel voormalige medewerkers van zijn voorganger.

Aksjonenko heeft de aanklacht van justitie ,,politiek gemotiveerd'' genoemd en gewezen op het feit dat de spoorwegen onder zijn leiding intact bleven in een periode die volgde op het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, een periode waarin de hele Russische economie en vrijwel alle overheidsdiensten tot stilstand kwamen.