Mannequins aan de galg

Fotomodellen met voile-hoedjes poseren tussen dode koeienkoppen. Modefotograaf Guy Bourdin legde zijn kaarten met één klap op tafel: schoonheid moet pijn doen.

Ze zijn vijanden, intieme vijanden in de benauwende ruimte van een badkamer. Hij staat bewegingloos in een hoek, de armen slap langs zijn modieuze zomerpak, zij is een bijna naakte furie. In een woedend gebaar slingert ze haar kleren in zijn gezicht. Het zou een tragi-komische scène zijn, ware het niet dat er iets zweeft in het water van het volgelopen bad. Een kledingstuk, een lijk?

Verrassend genoeg is dit brutale beeld een modefoto. Het werd in 1977 afgedrukt in Vogue Homme, met de bedoeling een mannenpak van het merk Façonnable en lingerie van Valisère onder de aandacht te brengen. Niet dat je van dat dure ondergoed veel ziet, het is verfrommeld tot een boze prop.

Het is verleidelijk om de man op de foto, met zijn gesloten ogen, te vereenzelvigen met de maker ervan: Guy Bourdin (1928-1991), de sfinx van de modefotografie. Nooit zag je hem in de society-kolommen van de modemagazines, zelfs niet in de Franse Vogue, waarvoor hij 33 jaar werkte. Er is geen portret van hem te vinden, al in zijn eigen tijd was hij een man zonder gezicht. Maar zijn foto's brachten in de jaren vijftig, zestig en zeventig `de schok van het nieuwe' teweeg, en nog altijd heeft Bourdins bizarre en unheimliche oeuvre dat schokkende niet verloren.

Zijn gestileerde ensceneringen, claustrofobische ruimtes en verontrustende `vertellingen' inspireren ook nu nog jonge modefotografen zoals David Lachapelle en Inez van Lamsweerde. Toch is Guy Bourdin nu alleen nog bij een kleine groep insiders bekend. Misschien doordat de teruggetrokken levende fotograaf nooit wilde meewerken aan het duurzaam vastleggen van zijn oeuvre, niet in boekvorm en niet op film. Hij weigerde ook de hoogste Franse culturele onderscheiding, het Légion d'honneur, die minister Jack Lang hem eind jaren tachtig wilde opspelden. Gelukkig verscheen onlangs het majestueuze boek Exhibit A, samengesteld door Bourdins zoon Samuel, die beschikt over zijn vaders foto-archief.

Wat er over Guy Bourdin bekend is, is summier maar het is genoeg. Hij wilde liever een `echte' kunstenaar zijn en heeft zijn leven lang getekend en geschilderd. Ook de theatrale scènes van zijn modefoto's schetste hij eerst met potlood. De jonge Bourdin was een bewonderaar van de surrealisten en raakte vlak na de Tweede Wereldoorlog in zijn woonplaats Parijs bevriend met de schilder en fotograaf Man Ray en met Leonor Fini.

Inspiratie van surrealistische filmers als Luis Buñuel en Alfred Hitchcock is terug te vinden in de verontrustende opname van een vrouw, wier gezicht en hals ontsierd zijn door wespen. Als vampiers hebben ze zich aan haar huid vastgezogen om daar macabere beauty spots te vormen. Met dit soort foto's klopte Bourdin midden jaren vijftig aan bij Vogue. Wonder boven wonder mocht de serieuze, introverte jonge man er zijn eerste modefoto's publiceren.

Ze veroorzaakten een schok in de deftige Parijse modewereld en zijn haute bourgeois-cliëntèle. Modellen met elegante voile-hoeden van Claude Saint-Cyr poseren te midden van dode koeienkoppen in een slagerij. Bourdin legde zijn kaarten met een klap op tafel: schoonheid moet pijn doen. In fraaie plaatjes van mooie vrouwen was hij niet geïnteresseerd, die brengen niets teweeg. Hij vond een geestverwant in de hoofredactrice van Vogue, Francine Crescent, die tussen 1957 en 1988 in elk nummer van het maandblad twintig pagina's modereportage voor Bourdin reserveerde.

Rivalen

De destijds ongebruikelijke combinatie van schoonheid, ironie en destructie moet er de oorzaak van zijn dat Bourdin nooit voet aan de grond kreeg in de Amerikaanse Vogue. Bourdins beelden zijn niet bedoeld om op te winden, in tegenstelling tot die van zijn generatiegenoot Helmut Newton, die in de VS veel weerklank vond. Als hij al een beavershot maakte, dan situeerde hij dat altijd pesterig op de naad tussen twee pagina's.

Newton en Bourdin waren rivalen, maar zonder de ander zouden hun afzonderlijke oeuvres nooit zoveel succes hebben gehad hebben, en de Franse Vogue evenmin. De covers ervan deed Newton, in zwartwit. Bourdin wenste zijn full color-foto's niet doorsneden te zien door tekst. Hij was alleen geïnteresseerd in series spreads, foto's over twee pagina's die de kijker naar binnen zuigen en een verhaal kunnen vertellen.

Tegen de heersende tendensen in fotografeerde Bourdin niet in zwart-wit, maar in kleur. En wat voor kleur! Geen opname zonder het van bloed verzadigde rood dat hij soms in dikke stromen door het beeld laat vloeien. Shocking pink gebruikte hij ook graag, en bijna fluorescerend groen de kleur waarvoor hij naar eigen zeggen bang was. Als er een onheilspellend uitgelicht grasveld op een van zijn foto's verschijnt, kun je er zeker van zijn dat ergens tussen de halmen een levenloos lichaam ligt.

De dood is een vaste gast van Guy Bourdin. In zijn foto's heerst een doodse stilte, de sprakeloosheid die neerdaalt na een misdrijf. De vele, geposeerde lijken zijn ontdaan van de modecreaties die zij toch zo voordelig mogelijk moesten tonen. In een opname van twee levenloze vrouwen bungelt er één aan een touw; het haute couture-jurkje hangt slap langs haar af, als was zij een ordinaire kleerhanger.

Bourdin windt er geen doekjes om: het ideale fotomodel is een pop, een opgezet wezen dat postuum pronkt met zijn veren. Legendarisch zijn de verhalen over de beproevingen die Bourdin zijn modellen zou hebben opgelegd: urenlange fotosessies in badpak in de vrieskou, net zo lang tot hun huid de gewenste paars-blauwe kleur had aangenomen; het van top tot teen beplakken van vrouwen met zwarte parels, een claustrofobische sensatie die een paar jaar later in goudverf werd herhaald in de James Bond-film Goldfinger.

Bourdin moet het werk gekend hebben van zijn landgenoot Yves Klein, die vrouwenlichamen in de verf rolde en op doek afdrukte. Ook bij Bourdin weet je nooit of het hem ernst is, of dat hij ons voor de gek houdt. Soms doet hij zijn mannequins letterlijk in de uitverkoop door ze tussen aanbiedingen in een etalage te fotograferen. Of hij zet een ventiel op de navel van een meisje, en propt een slangetje in haar arm: voilà, een plastic opblaaspop, de ultieme mannenfantasie. Bang om met clichés te spelen is Bourdin nooit geweest. Met zijn tot de tanden gewapende beeldtaal geeft hij die clichés net dat duwtje dat ze wrang maakt.

Wat een freudiaanse speling van het lot dat Bourdin nu juist de vaste fotograaf werd van een schoenontwerper. De damesschoen, het fetisj-kledingstuk par excellence, legde hij vanaf 1965 in al zijn modieuze varianten vast voor het merk Jourdan. In een unieke samenwerking die 22 jaar zou duren, kreeg Bourdin carte blanche van de firma; geen enkele reclamefoto – hoe provocerend ook – is ooit door Roland Jourdan geweigerd. Iets anders had Bourdin trouwens niet geaccepteerd. Hij mocht dan toegepaste fotografie bedrijven, hij kon alleen beelden maken die in zijn hoofd zaten, niet in dat van zijn opdrachtgever.

Bloedneus

De schoen inspireerde Bourdin tot vele bizarre en ook macabere beelden. Zoals de opname uit 1975 van een felrode plateauschoen die bij een stopcontact staat, waaruit twee net zo rode straaltjes lopen. Het is of er een spookachtige bloedneus in de muur zit, die niet te stelpen is.

Extreem is een niet eerder gepubliceerd beeld uit het persoonlijke archief van Bourdin. Door een autoruit zien we een vrijwel naakt meisje vastgebonden aan een parkbank, een krant over haar gezicht suggereert dat zij dood is. Op de ruit is met lippenstift de tekst `I love' geschreven, haar bloedrode, scherp uitgelichte schoenen zijn met een `o' omcirkeld.

Wat er ook gebeurt, als je schoenen maar van Jourdan zijn, zou de tekst bij deze foto kunnen luiden. Bourdin neemt hier misschien een loopje met de fashion victims, die koste wat het kost modieus willen zijn. Hij voert het cynisme van de modewereld – die met de exploitatie van heel jonge vrouwen werkelijk slachtoffers maakt – ten top.

Mannen zijn zeldzaam in het vrouwenuniversum van Bourdin. Ze komen hooguit voor als relikwie, dat vooral niet te serieus moet worden genomen. Spot voert de boventoon in de opname van een vrouw die een masturberend gebaar maakt tegen een ingelijste foto van John Travolta.

Op een vergelijkbare manier heeft de man achter de camera zichzelf eenmaal in beeld gebracht; de foto werd een paar jaar geleden afgedrukt in het Nederlandse modetijdschrift DutcH. De curieuze opname toont een vrouw in bloedrode latex jurk, die tegen een fotoportret van een lachende Guy Bourdin plast. Op de volgende bladzijde is een close-up van zijn gezicht te zien, terwijl hij met een komische grimas de urine `uitspuwt'.

Misschien symboliseert dit ironische zelfportret Bourdins verhouding tot zijn muze, de mode. Want al kon hij dankzij de mode zijn wonderlijke visioenen verbeelden, tegelijk belemmerde die hem om zijn tijd te geven aan de `ware' kunsten. Toen Bourdin na 33 jaar waarin de scherpte van zijn beelden geen moment verzwakte, door Vogue werd afgedankt, gooide zijn muze hem alsnog haar kleren in het gezicht. Voor straf heeft hij haar willen vermoorden. Als het aan Bourdin had gelegen, waren zijn foto's met hem verdwenen in zijn graf.

Fernando Delgado en Samuel Bourdin, `Exhibit A. Guy Bourdin', Bulfinch Press, E67. Te bestellen via www.amazon.com.