Inferno met vouwfiets

NEW YORK. In Birma, tegenwoordig Myanmar, zijn in een paar dagen tienduizend mensen vermoord, maar daar weet de wereld niets van, omdat er geen camera's bij waren.

In haar woning in de Murraystraat vertoonde Holly haar documentaire over Birma. Ze komt vier ochtenden per week in het koffiehuis waar ik iedere ochtend zit en zoiets schept verplichtingen.

Met zijn drieën gingen we er heen, een koffiehuisdelegatie om onze solidariteit te tonen. Holly had jarenlang aan die documentaire gewerkt. We zouden haar niet alleen laten.

De Murraystraat is vlakbij het vroegere WTC. Zo dichtbij was ik er al die maanden niet geweest.

De hijskranen waren goed uitgelicht.

,,Je ruikt het hier nog steeds'', zei ik.

We bleven staan om te ruiken. Hier hing nog de geur van maanden geleden. Maar we hadden geen tijd om lang te ruiken, we moesten naar Birma.

Op de deur van haar woning had Holly geschreven: `Geen schoeisel.' Wij deden onze schoenen uit.

Een twintigtal mensen zat voor een grote televisie.

Op een tafel stonden flessen wijn en hapjes, Holly had verteld dat er na afloop Vietnamese kippensoep zou zijn.

Haar documentaire had een duidelijke boodschap. Het ging over de strijd tegen het kwaad. In Birma. Een meisje vertelde over soldaten die een baby hadden gekookt, en daarna de ouders hadden gedwongen de baby op te eten. Pas daarna werd de familie doodgeschoten. Het meisje vroeg zich af waarom de soldaten niet meteen de hele familie hadden doodgeschoten, dat was toch veel humaner geweest.

Het gruwelijke moet wel zinloos zijn. Zolang er nog een rationele verklaring voor te vinden is, is alles te verdragen.

Naast mij zei een dame: ,,Ik moet een sandwich hebben, ik val flauw. Over vijf minuten ga ik weg.''

Ik schaamde me, want die dame hoorde bij mijn koffiehuisdelegatie. Waar baby's worden gekookt, spreekt men niet over honger. Gelukkig werd niemand boos. Na afloop hoorde ik iemand zeggen: ,,Mooie beelden.''

Iemand anders zei ,,Indrukwekkend, maar iets te lang.''

En weer iemand anders voegde daaraan toe: ,,Maar wel met geniale momenten.''

Uit de keuken werd de Vietnamese kippensoep gehaald, een bijdrage van het nabijgelegen Franklin Street Station Café aan een rechtvaardiger Birma. Holly zelf was nergens te bekennen.

We besloten niet meer te blijven, een bos bloemen voor Holly lieten we achter op de tafel, met een briefje erbij: ,,Voor Holly, het was mooi.''

Even overwoog ik eraan toe te voegen: ,,We hebben genoten'', maar dat leek me toch niet toepasselijk.

In de lift naar beneden vroeg ik me af of je ook het gezicht van de kok moet beschrijven wanneer je het over kokende baby's hebt, zijn handen, zijn haren. Anderen zien het geld op straat liggen. Ik zie alleen literatuur.

We stonden op straat en we konden het weer een beetje ruiken,

Ik moest afscheid nemen van de koffiehuisdelegatie, ik had een afspraak met iemand die me dringend wilde spreken omdat haar zusje in een psychose zat.

Ze schreef: ,,Op maandag is het gebeurd en op zondag stuurde je mijn zusje voor het laatst een mail.''

Ook uit de rest van de brief begreep ik dat ze mij verantwoordelijk hield voor de psychose van haar zus. Dat was iets te veel eer, naar mijn smaak. Mensen koken kinderen en knabbelen nu en dan aan een kippenpootje, maar psychoses en kanker zijn het werk van God. Niettemin had ik toegestemd in een afspraak om over zus en psychose te praten. Toen ik de bittere ernst op haar gezicht zag, voelde ik meteen ergernis opkomen. Ik kalmeerde mezelf: wie zijn ernst openbaar maakt, lijdt ook aan ijdelheid.

,,Hoe gaat het?'' vroeg ik.

,,Nou niet zo goed dus.''

De nadruk lag op `dus'. Nooit had ik gedacht dat in dat ene woordje zoveel verwijten konden meeklinken. Een aanklacht die uit drie letters bestond.

,,Ik schrijf aan veel mensen'', zei ik, ,,en nog nooit is iemand door mijn toedoen in een psychose beland.''

,,Wat schreef je haar precies?''

,,Niets bijzonders. Ik denk niet dat ze van mij of mijn mails in de war is geraakt, ik denk dat sommige mensen talent hebben om in de war te raken. De psychose zit in het hoofd als een slapende terrorist en op een gegeven wordt die terrorist wakker.''

,,Je hebt haar uitgenodigd voor een diner?''

,,In Birma worden baby's gekookt. Je moet de psychose van je zus niet zo persoonlijk nemen. Ze zal er beslist sterker uitkomen. De meeste mensen die mij hebben gekend zijn er sterker uitgekomen.''

Ik veegde mijn mond schoon.

,,Ik hoop ook dat mijn lezers er sterker uitkomen als ze klaar zijn met mijn werk. De schrijver is ook een drilsergeant. Hij moet zijn pupillen erop voorbereiden te overleven in de werkelijkheid. Beter dat een schrijver je zwakheden blootlegt dan de werkelijkheid.''

We namen afscheid.

Toen ik thuiskwam lag in de lobby van mijn gebouw een berg damestassen. Er slapen wel eens daklozen. Een man en een vrouw. De vrouw heeft bijna geen tanden meer, maar wel een ring door haar neus. De man is in het bezit van een vouwfiets.

Kennelijk hadden ze een paar dames van hun tas beroofd en waren nu bezig te genieten van de buit.

Dat bleek een juiste inschatting. De volgende ochtend stond de lobby vol met flessen wodka, flessen rum en blikjes bier.

De man sliep op zijn vouwfiets. Het leek een circusact.

Zijn vrouw had een halflege fles rum in haar hand en stak een litanie af tegen God, de wereld en haar man. Daarbij zwaaide ze flink met die halflege fles.

Ik durfde er niet goed langs. De agressie van iemand die niets te verliezen heeft, richt zich vaak op een onschuldige passant. Bovendien was ze gewapend met een fles. Ik belde de politie.

,,Er vindt in mijn lobby een inferno plaats'', zei ik tegen de juffrouw van het alarmnummer.

Vanachter een glazen deur bestudeerde ik het inferno.

Af en toe leek de werkelijkheid tot de tandeloze vrouw door te dringen. Dan zag ze me staan, begon te grijnzen en riep me toe: ,,Let's party.''

In een hoek lag een open trommel koekjes. 's Avonds had ik wel eens een rat door de lobby zien lopen. De daklozen kruimelden nogal veel met eten, en de ratten hadden het gewonnen van de muizen.

Mijn telefoon ging. Ha, de politie, dacht ik.

,,Met Aap'', zei ze, ,,ik wil het uitmaken.''

De tandeloze vrouw dreigde nu haar man met de fles rum de hersens in te slaan, maar hij sliep door alles heen.

,,Dat begrijp ik, dat begrijp ik heel goed, maar wat win je ermee?''

,,Ik word er alleen droevig van'', zei Aap, ,,dat kan niet de bedoeling zijn.''

,,Om de hele dag juichend van blijdschap door het leven te gaan is ook niet alles.'' Ze goot nu rum over zijn gezicht en gek genoeg leek dat te helpen. ,,Ben je daar nog?''

,,Sorry'', zei ik, ,,ik kijk net naar een inferno.''

De man maakte zich langzaam los van zijn vouwfiets.

,,Luister je?''

,,Ja'', zei ik, ,,ik luister, je wil het uitmaken, maar dat verandert toch niets aan onze situatie? Of wil je dan ook nooit meer met me zoenen?''

De kerstverlichting die de huiseigenaar aan de muur had gehangen, hadden de daklozen vreemd genoeg ongemoeid gelaten.

De man zakte weer terug op zijn fiets, de vrouw zwaaide nog driftiger met de fles.

Vervolgens drukte ze haar gezicht tegen de glazen deur en deed me vunzige voorstellen. Het jaar liep ten einde. Weer een inferno achter de rug.

Maar ook het volgende jaar moest ik ervoor zorgen dat mensen konden zeggen: ik ben er sterker uitgekomen. Ik mocht niet opgeven. Ik moest mijn pupillen blijven trainen om te overleven in de werkelijkheid.