Het einde van Nederland

We zijn dus euroland geworden. Nooit eerder leefde onder de gewone burger Europa in die mate als de afgelopen dagen het geval was. Heel jong tot heel oud was bezig zich aan te passen. Bij de winkelier heeft de vraag `Nederlands geld, of euro's?' de plaats ingenomen van het vertrouwde `anders nog iets?' Met de introductie van de euro is het toch altijd wat abstracte begrip Europa opeens heel tastbaar geworden.

In technische zin is er van alles aan gedaan `het volk' op de omschakeling voor te bereiden. Van een langdurige reclamecampagne tot en met althans in Nederland een cadeautje in de vorm van een eurokit voor iedereen van zes jaar en ouder. En zo te zien is het allemaal niet voor niets geweest. De overgang naar de nieuwe munt verloopt in alle eurolanden opvallend soepel.

Maar hoe staat het eigenlijk met het politieke verhaal achter de euro? In zijn onlangs verschenen boek De euro maakt oud-directeur van De Nederlandsche Bank, André Szász hierover enkele behartenswaardige opmerkingen. Zijn boek is eigenlijk doordrenkt van de verbazing over hoe weinig politiek de Europese monetaire samenwerking uitmondend in de euro is verklaard. En dat is toch een interessante waarneming voor een niet-politicus.

In zijn minutieuze beschrijving over de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie, begin jaren negentig, constateert Szász dat de politiek de voeling met de openbare mening over dit onderwerp had verloren. ,,Met de parlementen hadden de regeringen goed overleg gevoerd, en de parlementen waren dan ook in alle lidstaten, met uitzondering van Groot-Brittannië, gebonden tegen de tijd dat de goedkeuringsprocedures begonnen. Maar zowel regeringen als volksvertegenwoordigers hadden het contact verloren met de kiezers. Bij alle publiciteit rond het Verdrag (het Verdrag van Maastricht uit 1992, M.K.) maakten de politici vrijwel nergens goed duidelijk wat de EMU inhield en waarom zij nodig was. Soms kan men zich afvragen of zij het zelf wel wisten, en wie eigenlijk nog een totaaloverzicht had'', aldus Szász.

Ook nu de euro voor het grote publiek een feit is, lijkt het alsof politici nog steeds huiverig zijn voor het uitdragen van de werkelijke betekenis van deze stap. Voor buitenstaanders, in dit geval niet-Europeanen, is het overduidelijk. Neem het commentaar van The New York Times van afgelopen dinsdag waarin werd gesteld dat de komst van de euro het meest krachtige en tastbare symbool van Europese integratie inhield sinds de visionaire Fransman Jean Monnet een halve eeuw geleden over dat project was begonnen.

Zulke kwalificaties zullen, zeker van Nederlandse politici, niet worden gehoord. Stel je voor, het zou eens kunnen lijken op een vergezicht! Illustratief voor de niets-aan-de-hand-houding was het vraaggesprek met minister Zalm van Financiën in deze krant van afgelopen woensdag, de dag na de officiële invoering van de euro. Ook hij benadrukte weer de economische voordelen van de euro, en ontkende daarmee min of meer de politieke betekenis. De euro betekent in de ogen van Zalm meer concurrentie en daarmee ook scherpere prijzen voor de consumenten, schaalvergroting omdat bedrijven op Europese schaal kunnen denken en tenslotte het vervallen van het valutarisico. Op de vraag of de euro tot een versnelde Europese integratie zal leiden, antwoordt Zalm uiterst terughoudend. ,,Op sommige gebieden wel en op andere gebieden niet.'' Zo kon hij zich bijvoorbeeld voorstellen dat op het terrein van asielbeleid, broeikaseffect en energieheffingen meer zal worden samengewerkt, maar voor het overige moet Nederland vooral proberen andere Europese landen door middel van eigen beleid ,,er uit te lopen''.

Trots meldde hij dan ook dat het nationale beleid nog steeds negentig procent van zijn werk uitmaakt.

Naïviteit kan Zalm niet worden verweten. De relativerende manier waarop hij spreekt over de verder gelegen consequenties van de euro zullen dan ook wel eerder een vorm van verdringing zijn. Vanzelfsprekend houdt hij zich als nationaal minister van Financiën voor het grootste deel bezig met nationaal beleid. Maar het échte werk gebeurt al in Brussel en Frankfurt waar de randvoorwaarden voor het Nederlandse begrotingsbeleid worden vastgesteld. Monetaire politiek? Op nationale schaal bestaat het niet meer. Anders gezegd: waar voorgangers van Zalm zich nog als directeur konden beschouwen is Zalm in het integrerende Europa niet meer dan filiaalhouder.

Natuurlijk kunnen alle Europese landen die met de euro meedoen zich nog wel een zekere mate van eigen financieel-economisch beleid veroorloven. Maar dat speelt zich dan toch steeds vaker af in de categorie fiscaal fröbelwerk waar iemand als voormalig staatssecretaris Vermeend zo sterk in was. Voor het overige zal Europa op macro-economisch terrein juist meer en meer naar elkaar toe groeien. Juist omdat met die ene euro alle landen zo eenvoudig met elkaar zijn te vergelijken.

Het is nog slechts een kwestie van tijd dat in een Europa waar al geen grenzen meer zijn, waar al vrij verkeer van goederen en werknemers plaatsvindt en nu dus ook één munteenheid geldt, de belastingstelsels op elkaar zullen worden afgestemd. Het gebeurt al met de tarieven Europese landen die bij elkaar in de buurt liggen kunnen zich geen al te afwijkende percentages veroorloven en het gaat onherroepelijk met de aftrekposten zoals onze nationale politieke totempaal, de hypotheekrente gebeuren.

En zo zal het ook niet lang meer duren totdat als gevolg van de vergrijzing de diverse Europese pensioenstelsels onder de loep zullen worden genomen. Hoe gaan de landen van de Europese Unie straks de kosten van de snel ouder wordende bevolking dragen zonder de overheidstekorten op te laten lopen? Volgens iemand als André Szász wordt dan pas echt de houdbaarheid van de Economische en Monetaire Unie op de proef gesteld, want dan zullen de afzonderlijke landen werkelijk de beperkingen van hun autonomie gaan ondervinden.

Willen landen hun autonomie niet inleveren, dan is het in feite gedaan met de monetaire unie en dus met de euro, zo luidt de waarschuwing van Szász. Autonomie inleveren moet, maar autonomie inleveren kan alleen op het moment dat publiek en politiek Europa gaan zien als meer dan louter een markt en een munt. Vandaar Szász' stelling dat de euro en de daaraan verbonden monetaire unie niet los kunnen worden gezien van verdere politieke Europese integratie.

En hij heeft gelijk. Het is in feite niet meer dan pure logica. Van nu af aan zullen steeds vaker Europese besluiten uit elkaar voortvloeien. De ene stap leidt automatisch tot een volgende. Met de komst van de euro is de Europese Politieke Unie een belangrijke stap dichterbij gekomen. Beter dan dat te ontkennen of te bagatelliseren kunnen politici zich beter bezig houden met de vraag hoe zij er ook een democratische unie van kunnen maken.