Geschiedenis der woorden

Het rifraf zat met veel geroezemoes aan de triktrak te fikfakken, toen plots de dingdong klonk. Op de stoep stonden een bobo-achtige hotemetoot en een hillebil te harrewarren. Krijg het rambam met je prietpraat, slampamper! riep de hittepetit. Ik word kierewiet en tureluurs van je rimram en die reutemeteut! Toen maakte de sterkste rouwdouwer van het schorriemorrie een eind aan dat geklessebes. Hoog in de lucht waren de tjiftjafs aan het tierelieren. Tjongejonge!

Dit verhaaltje is opgebouwd uit herhalingswoorden. Rifraf komt uit het Frans; is voor het eerst in het Nederlands aangetroffen in 1596. Roezemoezen is van oorsprong Nederlands, 1524. Triktrak, het spel: Frans, 1693. Fikfakken, betekent beuzelen, komt uit het Duits, 1636. Dingdong, Engels, 1986. Bobo, Sranatongo, 1988. Hotemetoot, 1896, Japans. Jaartal en herkomst van de andere hierboven gebruikte sleutelwoorden staan op 206 tot en met 209 van het Chronologisch woordenboek, De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, van Nicoline van der Sijs, 1164 pagina's, eind vorig jaar verschenen bij Uitgeverij L.J.Veen, Amsterdam en Antwerpen. (euro 56,72). Voor wie van woorden houdt, is dit weer een meeslepend boek, zoals ook de rest van haar lexicografisch oeuvre. Het maakt je nieuwsgierig, het verrijkt je wetenschap, en het is een uitnodiging om te gaan spelen. Misschien herinnert u zich dat uw moeder (die was het meestal) van tijd tot tijd zei: ,,Ga je speelgoedkast eens opruimen.'' Gehoorzaam als je was, begon je eraan, maar het duurde niet lang of je zat op de grond, met een autootje of hijskraantje dat op de achtergrond was geraakt. Van opruimen kwam niets meer. Zo ongeveer gaat het bij het lezen van mooie woordenboeken; dit bijvoorbeeld.

Een paar weken geleden heb ik hier een stukje geschreven over de mensen die vinden dat je voor de kudde uit moet rennen. Het Engels, zeggen ze, is nu eenmaal de wereldtaal geworden. Dat gaat onstuitbaar verder. Daar moeten we ons beter op voorbereiden. Schaf het Nederlands zo vlug mogelijk af, geef onderwijs in het Engels, en binnen een generatie hebben we hier een tweetalig land. Ik vind dit een verwerpelijke stroming, om twee redenen. Die onderneming mislukt; dat ten eerste. Met geen macht ter wereld leer je de opdoemende generatie der vijfjarigen redelijk Engels spreken. Dat zou alleen mogelijk zijn als je hun Hollandse ouders door Engels sprekende stiefouders zou vervangen, en tegelijkertijd een heel nieuw docentenkorps uit de angelsaksische cultuur zou importeren. Dat gaat niet. Het moet een geleidelijke overgang zijn, en daarin ontstaan onherroepelijk twee soorten koeterwaals. Niet uitgesloten dat degenen die de ene kreupeltaal gaan spreken, een taalstrijd aangaan met de andere kreupelaars. That is a way of binding the horse behind the car, the inbeating of your own windows, coming from the rain in the drop. Behoorlijk tweetalig wordt iemand alleen als zij/hij in staat wordt gesteld tot het kiezen van de eigen ouders, moeder uit Turkije, vader uit Nederland bijvoorbeeld. Daarmee wil ik dan niet zeggen, dat de kinderen op school geen goed onderwijs in het Frans, Duits en Engels moeten krijgen.

De tweede reden waarom we geen voorrang aan een vreemde taal moeten geven, is dat we ons eigen verleden zo toegankelijk mogelijk moeten houden. Met het verdwijnen van de gulden en het verschijnen van de euro gaat onze geschiedenis niet verloren, evenmin als die van de Italianen of de Grieken. De erfenis van Cicero of Homerus wordt niet met de verandering van een munteenheid teniet gedaan. Zelfs valt het te verdedigen dat de Nederlandse geschiedenis verrijkt wordt, omdat Wim Duisenberg het oude werelddeel heeft bedwongen.

Maar een nationale geschiedenis moet met een nationale taal toegankelijk blijven, de Tocht naar Chatham mag niet als een Brits onderonsje worden verteld, de laatste woorden van Johan van Oldenbarnevelt zijn niet `make it short'. De geschiedenis van de Lage Landen is ook de geschiedenis van de taal. Dat lezen we in dit Chronologisch woordenboek. In het angelkoeterwaals gezegd: if you cloth the language up, you cloth your history and your culture up.

Het laatste argument tegen het Engels (of welke andere taal dan ook) als nieuwe moedertaal is, dat de nieuwe gebruiker (niet spreker, maar de onzekere, wat sukkelige gebruiker) de mogelijkheid tot spelen wordt ontnomen. Geen Sinterklaasgedichten meer, geen algemeen verstaanbare Freek de Jonge op oudejaarsavond, geen scrabble. Door de kinderen de vaardigheid in hun moedertaal te ontnemen, bederven we een spel.