Geld geven is geen kunst

Jarenlang was niemand in zijn werk geïnteresseerd, maar nu maakt de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Willem Boshoff internationaal furore met zijn installaties.

Het bijna honderd jaar oude huis van Willem Boshoff, gelegen op een `koppie' (heuvel) niet ver van het centrum van Johannesburg, heeft vele kamers. In een van die kamers woont Mandla, een zwarte man van in de veertig. Om preciezer te zijn: Mandla leeft in een kamertje midden in het atelier van Boshoff. Het kamertje, opgetrokken uit blank timmermanshout, lijkt sprekend op een `pondokkie', een hut in een sloppenwijk. Binnen staat een bed, kookgerei, aan de muur hangen kleren en knipsels uit tijdschriften. Mandla zit koel en droog en heeft elektriciteit.

,,Ik heb hem op straat gevonden,'' zegt Boshoff langs zijn neus weg. ,,Hij had buiten geen plek. Toen is-ie bij mij komen wonen. Hij doet wat klusjes voor me.'' In het atelier scharrelt ook de 9-jarige Willempie rond, een van de vier kinderen van Boshoff. Hij is niet naar school vandaag, hij `viert ziek'. ,,Willempie is een van mijn twee Afrikaanssprekende kinderen'', zegt Boshoff. ,,De andere twee zijn Engelssprekend.'' Boshoff (50) is nog een ouderwetse kunstenaar – ribbroek, trui, lange haren, een woeste Talibaan-baard, en een beetje maf. Zijn werk daarentegen is helder en sober. Het is conceptueel werk, `alles zit in mijn hoofd, alles is denkwerk', al vanaf het begin van zijn loopbaan als beeldend kunstenaar, midden jaren zeventig. In die tijd wist hij niets van de bloeiende conceptuele kunst in Europa en de VS door de culturele boycot bleef de Zuid-Afrikaanse kunstwereld jarenlang afgesloten van nieuwe invloeden. De Engelstalige hogere middenklasse beheerste de blanke kunstwereld; vooral landschapsschilders en figuratieve beeldhouwers werden gewaardeerd. ,,Er was tot voor héél kort geen enkele tolerantie'', zucht Boshoff. ,,Tussen 1974 en 1989 was ik de enige die conceptueel werk maakte. Vijftien jaar lang was niemand in mijn werk geïnteresseerd.''

Inmiddels zwerft Boshoffs werk over de wereld. Zijn atelier staat vol dozen met buitenlandse poststempels. ,,Die zijn net terug uit Miami'', wijst hij, ,,en die uit Minneapolis.'' Hij knikt naar een houten kooiconstructie: ,,Dit is juist aangekocht door de Duitse verzamelaar Hans Bogatzke. Het moet naar Düsseldorf.'' Zorgelijk voegt hij er aan toe: ,,Ik exposeer wel veel, maar ik verkoop weinig. Al die exposities kosten veel geld, inpakken, vervoeren.''

Het (on)vermogen tot spreken, tot communicatie, is het overheersende thema in Boshoffs werk. Aan de basis liggen meer dan twintig persoonlijke woordenboeken die hij sinds de jaren zeventig aanlegde, zoals Dictionary of Colour, Dictionary of Manias and Phobias en Dictionary of Strange Financial Terms. Bovenal is er het Dictionary of Perplexing English, een woordenboek met 18.000 moeilijke Engelse termen, dat Boshoff beschouwt als zijn `moederwerk'.

Recent putte Boshoff uit dit moederwerk voor twee installaties, `The Writing in the Sand' voor de Biënnale van Havana, en `Kring van Kennis', gemaakt in opdracht van de Rand Afrikaans Universiteit in Johannesburg. In beide werken worden moeilijke Engelse woorden verklaard in de tien niet-Engelse talen van Zuid-Afrika.

Millenniumbeeld

De universiteit wilde graag een mooi `millenniumbeeld' voor in de tuin, vertelt Boshoff in zijn studeerkamer vol woordenboeken en bijbels in vele vreemde talen. ,,Ze denken dan aan een sculptuur met de handen omhoog geheven. Ik zeg: ik wil iets `below your knees'. Ik wil niet dat mensen een beeld aanbidden. Ik wil juist dat ze erop gaan zitten, zodat ze de tijd hebben om wat te keuvelen.'' Boshoff liet elf granieten keien met een diameter van één meter plaatsen, één voor elke officiële Zuid-Afrikaanse taal. De bovenkant van de keien werd gepolijst en met een zandstraaltechniek werden teksten in het graniet gegraveerd. Obscure Engelse woorden als Pognotrophy (het laten groeien van een baard), Onolatry (het vereren van ezels), Aretology (de wetenschap van de deugd) worden verklaard in het isiZulu, Venda, isiNdebele, Pedi, siSotho etc. De geprivilegieerde Engelse student, gewend om andere, niet-Engelse studenten uitleg te geven, moet voor de betekenis van woorden in zijn eigen taal de hulp inroepen van een zwarte medestudent. Zo draait Boshoff de historische machtsrelaties om. De kunstenaar grijnst: ,,Daar heb ik nou lol in.''

De wortels van Boshoffs obsessie met taal liggen in zijn jeugd. Hij groeide op in een nationalistisch-Afrikaner milieu. Zijn beide grootmoeders hadden tijdens de Anglo-Boer War, de burgeroorlog van Engelsen tegen Afrikaners (1899-1902), in de concentratiekampen van de Britten gezeten. ,,Ik hoorde van mijn oma's welke gruweldaden de Engelsen hadden begaan. Dat ontstak in mij een weerzin tegen alles wat Engels was.'' In de loop van zijn leven verzoende Boshoff zich met het Engels en de Engelsen, in de wetenschap dat de gedomineerde Afrikaners zelf de nieuwe meesters waren geworden. Hij ging lesgeven aan een Engelse kunstacademie, trouwde een Engelse vrouw en `werd de vader van twee Engelssprekende kinderen'. Later hertrouwde hij met een Afrikaanstalige vrouw, wat de twee Afrikaanssprekende kinderen opleverde. Wat bleef, was zijn ergernis om de arrogantie van Engelsen die mensen met een ander accent, de sprekers met een andere moedertaal, zwart én blank, voor dom verslijten. ,,Ik deed enorm m'n best om netjes te spreken'', zegt Boshoff ironisch, ,,en toch zagen ze me niet voor vol aan.'' Al bladerend door de 25 delen van de Oxford English Dictionary besloot hij wraak te nemen. ,,Met mijn woordenlijst van perplexing English kon ik elke slimme Engelse collega op de academie aftroeven. Ik heb toen veel vrienden verloren! Haha!''

In 1990 ontwikkelde Boshoff een installatie voor blinden met zijn Dictionary of Perplexing English als uitgangspunt. `Blind Alphabet' bestaat uit 350 zuiltjes, elk met een deksel waarop een tekst in braille is aangebracht. De tekst bevat een `perplexing word' plus uitleg. Bijvoorbeeld `Choroid: het zakje waarin de foetus zit'. Onder elk afschuifbaar deksel zit een kleine houten sculptuur die het trefwoord verbeeldt. Rond de installatie staan bordjes met de waarschuwing Don't touch! Boshoff: ,,De museumbezoeker komt en ziet die rijen met teksten in braille die hij niet kan lezen. De beeldjes kan hij niet zien, want hij mag nergens aankomen. De bezoeker raakt dus gefrustreerd. Nu komt de blinde. Hij vindt een brailletekst, leest, schuift het deksel opzij, voelt het beeldje. Hij is blij! Verheugd scharrelt hij verder naar het volgende zuiltje, ongestoord door de bordjes Don't touch, want die kan hij niet lezen! Hé, hij voelt nóg een interessant object, en daarna nog een. Hij begint te beseffen: dit is allemaal voor mij. De afhankelijke blinde heeft een machtspositie gekregen. Iedereen die meer wil weten, moet bij hem te rade gaan.''

Struikelblokken

In 1995 trok Boshoff met `Blind Alphabet' internationaal de aandacht op de eerste Biënnale van Johannesburg. Het werk leverde hem prijzen op, delen ervan werden aangekocht door musea en blindeninstituten. De verzoeken om deelname aan exposities in Londen, Atlanta, Lissabon, São Paulo en andere wereldsteden stroomden binnen. Vorig jaar was Boshoff als een van de weinige Afrikanen vertegenwoordigd op de Biënnale van Venetië. Hier toonde hij de installatie `Panifice' (`het maken van brood'), bestaande uit zestig stenen broden op stenen broodplankjes. De plankjes zijn aan de zijkant voorzien van een inscriptie uit Mattheüs 7:9, `Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven?' De tekst is te lezen in dertig Europese en dertig Afrikaanse talen, voor elke steen een andere taal.

Boshoff: ,,Het gaat over het onvermogen om te delen, om brood te breken als het brood van steen is. De verschillen tussen Europese en Afrikaanse culturen en idealen blijven struikelblokken. Vaak is er van echt brood breken, van echt delen geen sprake. Het brood blijkt van steen. De ene partij wil geld geven, maar de andere partij vraagt niet om geld. Hoe komt het toch dat we niet in staat zijn te communiceren? Moeten de Afrikanen Spaans en Frans leren of gaan de Europeanen zich nu eens verdiepen in Shona en isiZulu?''

Boshoff staat op en begint te rommelen in de kasten. ,,Ik heb foto's van schitterende kleine sculpturen'', mompelt hij. ,,Ik geef les aan zwarte houtsnijders op het platteland. Ze maken al jaren dezelfde beeldjes van olifanten en giraffen die bijna niemand meer koopt. Het eerste wat ik deed was: zitten en praten. Urenlang. Ik zei: ga terug naar je verleden, naar je herinneringen als kind. Toen vertelden ze me de meest fantastische sprookjes. Ik zei: maak daar nou eens beelden van. Het resultaat was een serie prachtige Jeroen Bosch-achtige beeldjes. Die brengen veel meer op dan die giraffen. Wat ik wil zeggen: geld geven in Afrika is geen kunst, maar brood breken is iets anders.''

`Panifice' van Willem Boshoff is te zien op de tentoonstelling `Unpacking Europe' in Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam, t/m 25 febr.