Een vuilniszak met worst

`Poelmo, slaaf van het zuiden', zo heet de nieuwe, onzinnige tv-serie van de Vpro. Televisie-cabaret, maar geen decor en geen schmink. Wel grappen.

Er heerst een plaag op de Nederlandse televisie: schminkzucht. Een Nederlandse humorist of cabaretier wil niets liever dan zich zo voordelig mogelijk laten opmaken en het allerliefst is hij grappig in vrouwenkleren. En als het even kan moet er ook nog een gevoelig liedje klinken. Zodra een omroep geld geeft aan een grappige verschijning op het cabaretpodium verdwijnt de lach onder een vette laag schmink, professioneel camerawerk, schitterende locaties en uitgesponnen arrangementen. Weg geld, weg grap.

In de tv-serie die de cabaretiers van De Vliegende Panters dit jaar voor de Vara maakten ging hun frisheid verloren in een overdadige productie. Aanvankelijk hadden Ruben van der Meer en Horace Cohen bij Veronica succes met hun eenvoudige sketches in Live opgenomen, maar de publieke NPS kocht hen weg waarna een veel te ruim budget zorgde voor typetjes, prachtige locaties en een topzwaar verhaal. Bij de Vara bereikte de opmars van de vermomde cabaretiers vorig jaar een hoogtepunt. In Kopspijkers zat twee weken geleden bijvoorbeeld Paul Groot als de bedoelde `spitting image' van Adriaan van Dis. Hij had uren in de schmink gezeten – het was heel knap gedaan – maar iets te vertellen had hij niet, en zeker niets grappigs.

Ging het vorige jaar verloren voor de televisiehumor, er is hoop. Vanaf zondag zendt de VPRO acht weken lang Poelmo, slaaf van het zuiden uit, een programma van de cabaretiers Hans Teeuwen en Pieter Bouwman, aangevuld met cartoonist en incidenteel performer Gert-Jan van Leeuwen, beter bekend als Gummbah. De ondertitel van hun televisieserie luidt: `Voor meisjes die van dieren houden'. Ze noemen het `middle of the road-absurdisme' en hebben het voor de televisie niet mooier gemaakt dan het is. ,,Veel is tamelijk absurd en moeilijk te volgen'', zegt Teeuwen. ,,Maar het wordt nooit een onderonsje tussen podium en zaal. Het tv-publiek zit er net zo dicht bij.''

Poelmo is drie mannen op een podium. Het materiaal werd verzameld tijdens twee reeksen voorstellingen met publiek in Het Betty Asfalt Complex in Amsterdam. Tegen een tournee langs de kleine zalen van het land zagen de makers op en zo ontstond het idee voor een tv-serie. De Vara en de Vpro kwamen kijken en de Vpro zag er wel wat in. Het resultaat is Jiskefet min de pretentie, Daar vliegende panters zonder kramp, de cabaretpanels van de Vara zonder make-up en met grappen.

Poelmo heeft geen decor, alleen een toneelscherm dat met een paar lampen kleur krijgt. Er zijn geen rekwisieten, alleen een piano, een paar stoelen en soms een sjaal of een vuilniszak met worst. Poelmo is drie mannen in een donker colbert. Teeuwen in een confectiepak van Sissy Boy, Bouwman draagt een Paul Smith van 1200 gulden en Gummbah schafte zich een Amerikaans vintage kostuum aan in een tweedehands zaakje dat volgens hem `De gesluierde nazi' heet en dat inmiddels is verdwenen. Verder dragen ze elk een T-shirt in een andere kleur. ,,Waarom meer uitgeven dan nodig?'' zegt Pieter Bouwman.

Poelmo is een vervolg op de geïmproviseerde gesprekken van Bouwman en Teeuwen in De Mannen van de radio (Vpro, 1995-1997). De overgang van radio naar televisie is beheerst gedaan - de simpele registratie van wat er op het podium gebeurt. Het is niet meer dan het pretendeert en meer blijkt ook niet nodig.

Masterclass

In deze serie doen Teeuwen, Bouwman en Gummbah aan veel voorbeelden denken, onder wie André van Duin. Gummbah herkent zich in diens wezenloze geblèr en gekrijs en Teeuwen was vanaf zijn achtste fan, voor hij overstapte op Monty Python, Koot & Bie en Freek de Jonge. ,,Wij zijn veelvormiger, vreemder en absurder'', zegt Bouwman. ,,Het neigt bij ons ook minder naar het platte.''

Acts voor twee of drie mannen herinneren altijd direct aan Cherry Duyns en Armando in het legendarische Vpro-programma Herenleed. ,,Maar dat was wel veel verstilder'', zegt Bouwman. ,,Zij bewogen zich in een eigen kosmos en hadden onderling een vaste verhouding: de heer en de goedgelovige volger.'' Poelmo is lichamelijker en grover dan de voorgangers. Bouwman: ,,Wij zijn sneller en gaan verder met wat zij veroverd hebben. Alles mag nu.''

Gummbah, Teeuwen en Bouwman haten voorspelbare grappen. Satire en politieke humor boeit ze niet omdat het tijdgebonden is. ,,Wat wij doen zet je op het verkeerde been'', zegt Bouwman. ,,En in de eerste plaats willen we elkaar aan het lachen maken. Net als de Monty Python-groep, dat waren ook jongens die elkaar opfokten en open stonden voor elke inval. Wij zoeken de doorgevoerde waanzin.''

Gummbah: ,,We werken niet met vaste typetjes, we bleven uitgaan van de ideeën.'' Teeuwen noemt een sketch over een poëzie-masterclass als voorbeeld. ,,Daar volgen vanzelf de typetjes uit. Stel je maar even voor hoe zo'n masterclass met dichters eruit ziet. Nee, niet dat woord! Fout! En nu schrijven dat gedicht!''

Het mysterie achter de naam `Poelmo' blijkt klein: het is de titel van een fictieve film van Teeuwen over een rijke zwarte slaaf uit de tijd van de Amerikaanse Burgeroorlog en heeft niets met deze tv-serie te maken. De ondertitel met het letterbeeld van het meisjesblad Tina en paardenplaatje is zomaar een ideetje van de broer van Gummbah.

Er is lang gewerkt aan de voorbereiding. Gummbah: ,,Per fax gaven we voorzetten en splitsten we elkaar ideeën in de maag. Veel ontstond door op elkaar te reageren.'' ,,Elkaar afremmen is er niet bij'', zegt Bouwman. Tijdens twaalf uitvoeringen zijn de stukken aangescherpt. Daarna is er veel tijd aan de montage besteed. Teeuwen: ,,Het werkt op het scherm zelfs beter dan in de zaal, want het is klein geacteerd, zonder grote gebaren. Voor de zaal ging het nog wel eens te snel, op de televisie is het goed te volgen.''

De Vpro kreeg de serie kant en klaar aangeleverd. ,,Geen bemoeienis is prettig. Dat werkt ontspannen'', aldus Teeuwen. ,,We hadden geen contract en als het niks zou worden, konden we ons nog altijd terugtrekken.'' Gummbah: ,,Dat kan nog steeds.''

In de eerste aflevering wordt een regisseur (Teeuwen) geïnterviewd over zijn nieuwe film The Sadist. Even is het een normaal gesprek. De interviewer (Bouwman) vraagt of de opnames nu achter de rug zijn, ,,Ja, net als deze rugleuning'', antwoordt de regisseur terwijl hij zich op zijn stoel omdraait. ,,Snap je? Die is ook achter de rug!'' Bouwman leest voor uit een Engelstalige recensie en raakt opgewonden van het bloederig beschreven gedrag van de hoofdpersoon. Als hij een woord vergeet, vult Teeuwen grommend aan: ,,And rapes!'' Zo gaat het een tijdje door – voetbaltrainer Dick Advocaat blijkt de hoofdrol te spelen – tot ze Gummbah erbij betrekken en het gesprek weer een wending neemt. ,,Dat is mijn zoon'', zegt Teeuwen, ,,Kom er eens bij.'' Als Gummbah weigert, begint een ritmisch herhalen van de vraag, met steeds repeterende bewegingen van lichaam en hoofd. ,,Ah joh, kom er es bij joh!'' Teeuwen voert het naar een climax die tergend op zich laat wachten. Als Gummbah eindelijk toegeeft, eindigt het in een hysterisch a capella gezongen lied. Deze sketch duurt zo'n 5 minuten waarin Teeuwen zijn uitzinnige mimiek en stembeheersing toont. Al zijn karakters zijn onderdrukt neurotisch en altijd weet hij dat met hoofdbewegingen en rauwe of juist subtiel vloeiende motoriek een dreigende kracht te geven. Deze sketch had ook op de radio gewerkt, maar het gelaat van Teeuwen maakt het eens zo spannend.

Schitteren

Hans Teeuwen (Budel, 1967) is een podiummens. Pieter Bouwman (Eindhoven, 1958) heeft veel ervaring als cabaretregisseur en is een van de makers van de dagelijkse radiosoap Radio Bergeijk. In de sketches volgt hij Teeuwen vaardig op het pad naar de waanzin, geeft hem ruimte om te schitteren en zorgt dat het publiek niet afhaakt. Gummbah, Gert-Jan van Leeuwen (Nieuwaal, 1967), treedt weinig op. ,,Ik kan maar één typetje, en dat ben ik zelf. Maar dat oefen ik al 34 jaar.'' Zijn rol is vaak die van decorstuk. Gummbah is een houterige slungel met een uitgestreken gezicht. Op het podium geven de andere twee hem soms de ruimte en dan soleert hij in zijn eigen verknipte werkelijkheid: ,,Een sinaasappel is een heel slecht fallussymbool''.

Tijdens het monteren van de serie merkten Teeuwen, Bouwman en Gummbah dat er iets ontbrak. Ze voegden daarom een blik achter de schermen toe, die `een kijkje geeft in de wereld van de keuken van de smid', aldus Gummbah. Die reality-scènes zijn de rode draad in de serie en zorgen volgens Teeuwen voor dynamiek. Na iedere aflevering wordt de stemming in de kleedkamer grimmiger. Bouwman verwijt Teeuwen dat die er een `Hans-show' van maakt en Bouwmans pogingen tot vriendschap worden bruut afgewezen door de andere twee. Dankzij de toevoegde reality-laag zijn ze tevreden met het resultaat. Teeuwen: ,,Je moet op een gegeven moment ook stoppen, anders word je gek.''

,,In Poelmo bieden wij de kijker veel verschillende stijlen: van klucht tot hogeschoolacteren'', vat Gummbah het samen. ,,We brengen reactie-cabaret'', vult Bouwman aan. ,,We zijn een kabel'', roept Teeuwen. ,,Een roomblanke kabel'', besluit Gummbah.

En, zoals Gummbah in aflevering 1 zegt: ,,Achter elke succesvolle absurdist staat een zieke gnoe.''

`Poelmo, slaaf van het zuiden' (regie: Marcel de Vré), Vpro, zondag 6 januari, Ned.3, 20u30-21u.