Doorbraak oude `paskamerzaak'

Nieuw DNA-onderzoek heeft geleid tot een doorbraak in een geruchtmakende moordzaak uit 1984. Justitie in Haarlem bevestigt dat er sprake is van nieuwe ontwikkelingen in de zogeheten Zaanse `paskamermoord', maar weigert vooralsnog een nadere toelichting. Eerst moeten de direct betrokkenen worden ingelicht, aldus de Haarlemse persofficier van justitie A. Zwiers. Daartoe behoort de familie van het slachtoffer Sandra van Raalten.

Deze 21-jarige kledingverkoopster werd op 30 november 1984 van het leven beroofd in de kledingboetiek waar zij werkte. Een klant vond Sandra vastgebonden en met doorgesneden keel in een van de paskamers van het winkeltje aan de Westzijde.

In 1986 viel de verdenking op de toen 33-jarige fietsenhandelaar Rob van Zaane, een goede bekende van Sandra van Raalten. Van Zaane zou de verkoopster op de bewuste ochtend hebben onderworpen aan een SM-spel, dat dusdanig uit de hand zou zijn gelopen dat Van Raalten het met de dood moest bekopen.

De rechtbank in Haarlem veroordeelde Van Zaane tot twaalf jaar cel, na een eis van acht jaar. In hoger beroep wist de Utrechtse strafpleiter P. Doedens het Amsterdamse gerechtshof ervan te overtuigen dat het politieonderzoek in deze zaak de toets der kritiek niet kon doorstaan. Het hof sprak daarop Van Zaane vrij.

Mede door publieke uitlatingen van het openbaar ministerie en van de Zaanse politie na de vrijspraak bleef Van Zaane in de ogen van velen toch verdacht. Hij verhuisde van Zaandam naar Amsterdam, waar hij opnieuw een fietsenhandel begon. De moord op Sandra van Raalten zou op 30 november van dit jaar verjaren. De verjaringstermijn voor moord en doodslag in Nederland is achttien jaar.