Discussie over toetreding tot euro schaadt pond

Veertig jaar lang heeft het Verenigd Koninkrijk geleden onder een wispelturige inflatie en een hevig op- en neergaande wisselkoers. Daar waren vooral politieke beslissingen debet aan. Uit op 1 januari jl. geopende archieven blijkt dat de regering in de vroege jaren '70 welbewust op een verhoging van de wisselkoers aanstuurde. In de jaren '80 gebeurde iets soortgelijks door wellicht iets minder verwijtbare foute voorspellingen. En als klap op de vuurpijl stortte in 1992 het systeem van vaste wisselkoersen in, waardoor het land zonder economische strategie kwam te zitten.

En toch is het ministerie van financiën erin geslaagd na dat debacle een nieuwe macro-economische koers uit te stippelen. Er kwam een monetair beleid tot stand dat zich niet langer druk maakte om de wisselkoers, heldere inflatiedoelstellingen nastreefde en doorzichtige besluitvormingsprocedures introduceerde. Daardoor kon de Bank of England geleidelijk de mate van zelfstandigheid bereiken die zij nu geniet.

Het Britse monetaire beleid lijkt te werken. De inflatie is laag, en – belangrijker nog – stabiel gebleven, binnen een marge van 1,6 procent tot 3,4 procent. De groei is sinds 1993 ook gezond en betrekkelijk stabiel geweest, met percentages tussen de 2,3 en de 4,4 procent.

Het belangrijkste is dat dit is gebeurd tegen de achtergrond van een gestaag dalende langetermijnrente. De rendementen op tienjarige overheidsobligaties zijn bijna gehalveerd, van 9,1 procent in 1992 tot 4,8 procent aan het eind van december 2001. De kortetermijnrente is ook op indrukwekkende wijze stabiel gebleven. Na tientallen jaren van wantrouwen tussen Groot-Brittannië en de markten lijkt het land een formule te hebben gevonden die werkt.

Dit grotere vertrouwen in het Britse monetaire beleid heeft ook zijn gevolgen gehad voor het pond sterling. Als we even de simplistische argumenten over onder- of overwaardering van de munt buiten beschouwing laten, is het opvallendste aspect van de koersontwikkeling van de afgelopen jaren haar stabiliteit. Sinds 1996, toen duidelijk werd dat het pond niet zou deelnemen aan de opvolger van het vaste wisselkoerssysteem dat Groot-Brittannië in 1992 zo hals-over-kop had verlaten, is de waarde van het pond gemiddeld met 6 procent gestegen en nooit meer dan 7 procent boven het niveau van eind 1996 uitgekomen.

Tot zover het succesverhaal. Het probleem is dat de politieke invloed nu terug is van weggeweest. De voornaamste schommelingen in de waarde van het pond worden nu net zozeer door politiek nieuws veroorzaakt als door veranderingen in de economie. En het verhaal dat de meeste schade berokkent is de voortdurende speculatie over de vraag of Groot-Brittannië wel of niet tot de euro zal toetreden. Het zou van goed monetair beleid getuigen en de markten de helpende hand bieden als de regering nu eindelijk zo moedig zou zijn om te zeggen wat zij met het pond wil doen.

Het is geen groot geheim wat er aan de hand is, en dat heeft niets te maken met economie. De Britse minister van financiën, Gordon Brown, strijdt met premier Tony Blair om de ziel van de Labour Party, die Brown graag zou willen leiden. De euro is nu de lakmoesproef voor hun machismo geworden.

Brown heeft in 1997 de Britse toetreding tot de euro afhankelijk gesteld van een serie economische voorwaarden. Sindsdien heeft hij de eurosceptische pers en de opiniepeilingen aan zijn kant, evenals een blok van traditionele Labour-parlementsleden, bij het zeggen van 'nog niet' tegen de euro. Maar Blairs invloed heeft aan gewicht gewonnen, nu hij zijn tweede verkiezingsoverwinning op zak heeft en hij het sinds 11 september op het wereldtoneel zo goed doet. Hij heeft zijn positie ook verstevigd door zijn eigen bondgenoten als directe concurrenten van Brown op te voeren. De minister zal woedend zijn geweest toen hij deze week een mogelijke opvolger aangeprezen zag worden in de Blair-gezinde Financial Times.

Tegen deze achtergrond is de stroom ministeriële uitspraken ten gunste van de euro toegenomen. Maar het is onwaarschijnlijk dat het standpunt van de Britse regering noemenswaardig zal veranderen voordat later dit jaar de voorwaarden van Brown aan een formele test zullen worden onderworpen.

Ondertussen zal het pond blijven schommelen onder invloed van politieke toespraken en artikelen. Dat is jammer. Iedere idioot kan de munt destabiliseren, zoals Blairs conservatieve voorgangers hem kunnen vertellen.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld