China koel tegen bondgenoot Pakistan

Pakistan en China zijn al meer dan vijftig jaar nauwe strategische bondgenoten, maar China steunt Pakistan de afgelopen jaren niet meer onvoorwaardelijk.

Nog geen tien dagen na zijn staatsbezoek aan China deed de Pakistaanse president Pervez Musharraf Peking gisteren opnieuw aan. Formeel ontmoette hij premier Zhu Rongji om China ervan te verzekeren dat Pakistan er alles aan doet om een oorlog met India te vermijden, maar volgens westerse waarnemers hoopte Musharraf ook op een signaal dat China de kant van Islamabad zal kiezen als het toch tot oorlog komt.

Dat signaal kreeg Musharraf niet. Zhu drong er bij Musharraf op aan dat ,,beide landen maximale terughoudendheid betrachten en de vrede en veiligheid in het zuiden van Azië bewaken'', zo meldden de Chinese media.

Eerder op de dag had de Chinese minister van Buitenlandse Zaken Tang Jiaxuan al tegenover zijn Amerikaanse ambtgenoot Colin Powell verklaard dat China er zowel bij Pakistan als bij India op zou blijven aandringen om de situatie niet te laten verslechteren. ,,Als de situatie uit de hand loopt en er ontstaat een grootschalig gewapend conflict, dan zullen niet alleen India en Pakistan daaronder lijden, maar dan heeft dat ook een negatief effect op het vredesproces in Afghanistan. Dan komt de stabiliteit en ontwikkeling van (...) heel Azië in gevaar'', aldus Tang.

Pakistan en China zijn al meer dan vijftig jaar nauwe strategische bondgenoten. Zonder China's overdracht van nucleaire technologie zou Pakistan er niet of niet zo snel in geslaagd zijn uit te groeien tot een nucleaire macht.

Beide landen konden zich aanvankelijk vooral vinden in hun verzet tegen het grote buurland India, waarmee China in 1962 een korte maar bloedige grensoorlog voerde. China heerst de facto over een deel van Kashmir, Aksai Chin, dat volgens India deel uitmaakt van de Indiase deelstaat Jammu en Kashmir. Ook zijn er spanningen tussen India en China over de Dalai Lama. De Tibetaanse leider, verblijft al jaren met honderden andere Tibetaanse vluchtelingen in het Noord-Indiase bergstadje Dharamsala. Twee jaar geleden voegde zich ook de Karmapa Lama, een andere belangrijke geestelijk leider uit Tibet, bij hen.

Daarnaast zijn China en India elkaars economische concurrenten, die beide proberen buitenlandse investeerders aan te trekken. Op dat gebied slaagt China veel beter dan India.

De betrekkingen tussen India en China verbeterden aanzienlijk toen Jiang Zemin als eerste Chinese president in 1996 een bezoek bracht aan New Delhi. Beide landen kwamen overeen om elkaar niet langer aan te vallen en om hun troepen aan de grens te verminderen.

Hoewel de Chinese vriendschap met Pakistan officieel nog steeds ,,dieper dan de diepste zee en hoger dan de hoogste berg'' is, lijkt het land huiveriger geworden voor zijn oude bondgenoot. Pakistan steunt Amerika op veel grotere schaal in zijn strijd tegen het internationale terrorisme dan waartoe China bereid zou zijn. Die steun leidde ertoe dat Amerikaanse troepen inmiddels tot aan China's westgrenzen zijn doorgedrongen.

China is ook niet gerust op Pakistans steun aan moslim-fundamentalistische terreurgroepen. Tijdens zijn vijfdaagse bezoek aan China in december sprak Musharraf weliswaar zijn ,,onvoorwaardelijke steun'' uit voor de strijd van de Chinese overheid tegen binnenlands moslimseparatisme en riep hij Chinese moslims in de moskee van Xi'an op om zich ,,zeer vaderlandslievend en in het belang van China'' op te stellen, maar die verklaringen hebben China's wantrouwen niet kunnen wegnemen.

China voelt zich in zijn aan Kashmir grenzende provincie Xinjiang in toenemende mate bedreigd door moslimseparatisten die, soms op gewelddadige wijze, streven naar een onafhankelijk Oost-Turkestan. China pleit er sinds de aanslagen in Amerika op 11 september voor om ook dit separatisme in China aan te pakken in het kader van de bestrijding van het internationale terrorisme. Mensenrechtenorganisaties maken ondertussen melding van een aanzienlijke toename van het aantal klachten over buitenrechtelijke executies, martelingen en mishandelingen van moslims in China.

China, dat stelt dat Afghanistan in het verleden enige honderden Chinese moslimseparatisten heeft opgeleid, is bang dat hun moslimbroeders in Pakistan de separatisten ook van wapens worden voorzien.

Ook is China er niet van overtuigd dat Pakistan streeft naar stabiliteit in de regio. In 1999 drongen Pakistaanse troepen en militante moslims binnen in het Indiase deel van Kashmir. Dat leidde tot twee maanden van hevige gevechten die India en Pakistan op de rand van een totale oorlog brachten. China onthield zich van commentaar, maar het incident zette China waarschijnlijk wel aan het denken gezet.

Dat China zich nu samen met de VS sterk maakt voor stabiliteit in de regio, sluit aan op de recente neiging van China om zich te profileren als actieve speler in de internationale politiek. Waar China zich vroeger vrijwel altijd afzijdig hield in conflicten tussen derde landen, kiest het land er inmiddels voor om zijn groeiende economische invloed ook politiek te vertalen.