Altijd volle zalen

De Italiaanse meesterpianist Maurizio Pollini wordt morgen zestig. Dat wordt gevierd met een dertiendelige cd-box.

Natuurlijk wordt er voor Beethoven altijd harder geklapt dan voor Stockhausen. Hij is er verbaasd noch verbolgen over. Maurizo Pollini, meesterpianist, voorvechter van nieuwe muziek en vermaard om zijn superieur heldere spel en dito uitstraling. Hij lacht zelfs even, gekleed in hetzelfde pak als hij draagt op zijn publiciteitsfoto's. Het onverwachte herkenningspunt geeft zijn intellectualistische onaantastbaarheid een menselijk kantje. ,,Laten we wel wezen,'' zegt hij, ,,de sonate `Appassionata' van Beethoven is een verhaal apart.'' En dan zwijgt hij.

Iedereen die afgelopen december getuige was van het recital dat Pollini ten beste gaf in de serie Meesterpianisten van impresario Marco Riaskoff, weet dat hij gelijk heeft. Beethoven is Beethoven. En, eerlijk is eerlijk, Pollini is Pollini. Een van de zeer weinige pianisten die de pianomuziek van Karlheinz Stockhausen gestalte weten te geven als een prisma van kleuren, nuances, temperamenten. Datzelfde geldt overigens voor de muziek van eigentijdse componisten als Luigi Nono, Giacomo Manzoni, Pierre Boulez en Anton Webern – componisten voor wie Pollini altijd een lans brak, en die ook zijn vertegenwoordigd in de dertiendelige cd-box die Deutsche Grammophon uitbrengt naar aanleiding van Pollini's zestigste verjaardag. ,,De samenstelling van de box heb ik aan de platenmaatschappij overgelaten'', glimlacht Pollini met ironische twinkeling. ,,Maar ik heb daarbij wel een duidelijke voorkeur uitgesproken voor de componisten die u net noemde. En dan vooral voor Manzoni. Men had zijn Omaggio a Edgard Varese uit de catalogus verstoten, en dat stoorde mij hogelijk. Maar met mijn eisen inzake de jubileumbox werd zonder meer ingestemd! Ik was daar eerlijk gezegd een beetje verbluft over.''

Maurizio Pollini (Milaan, 1942) maakte als tienjarige pianist zijn debuut op het concertpodium en won in 1960 het Internationaal Chopin Concours in Warschau. Op de bonus-cd van de `Maurizio Pollini-Edition' is de overwinning van de toen 18-jarige pianist gestold in een live-opname van een al verbijsterend eigen interpretatie van Chopins Eerste pianoconcert. Als visueel complement memoreert de box in een rij kiekjes hoogtepunten uit de loopbaan die volgde. We zien Pollini in La Scala met een nog jonge Claudio Abbado, met zijn vriend Luigi Nono voor de opname van diens Como una ola (1973). Met Svjatoslav Richter, Mstislav Rostropovitsj en alle andere muzikale groten met wie Pollini het podium deelde voor steevast volle zalen.

En nu wordt hij dan zestig, jarig op dezelfde dag als Alfred Brendel en zijn oude leermeester Arturo Benedetti Michelangeli, zoals impresario Riaskoff met moeiteloze overzichtskennis memoreert. Het is eigenlijk wat vroeg voor een terugblik, erkent Pollini. Hij bekrachtigt nog recital na recital zijn internationaal erkende reputatie als `de enige pianist bij wiens optredens geen stoel leeg blijft'. En bovendien is hij van nature meer geneigd tot plannen smeden dan nostalgisch omzien, legt hij uit. Terzake. De Klavierstücke van Stockhausen ontbreken nog in zijn discografie, hij moet een deel van de pianosonates van Beethoven opnemen, en voor Das Wohltemperierte Klavier van Bach wordt het – nu Pollini zijn `aanvankelijke bezwaren jegens Bach op een moderne vleugel' achter zich heeft gelaten – ook de hoogste tijd.

Bèta-pianist

De pianistiek van Pollini is vaak met exacte termen beschreven. Architecturaal, helder, structuurgevoelig, een beetje bèta-achtig. Alsof je kunt horen dat Pollini ook compositie en natuurkunde studeerde, en als pianist het gemiddelde is van zijn moeder (die zich op piano en zang toelegde) en zijn vader, de vermaarde architect Gino Pollini. Maar Pollini zelf is de laatste om zulke theorieën te bevestigen. ,,Natuurlijk is het zo dat ik veel waarde hecht aan een helder begrip van de architectuur en structuur van een compositie'', geeft hij uiterst bedachtzaam toe. ,,Op grond van het skelet van een compositie kun je in je hoofd ideeën vormen van de timing, het globale effect van de muziek. Maar toch mist er dan iets, omdat je focust op de vorm en niet op de inhoud.''

Zijn eigen componeerervaringen doet Pollini af met een voor zijn doen uitbundige lach en armzwaai. ,,Er kwam niets uit. Niets! Maar de ervaring was waardevol. Ziet u, een goed uitvoerend musicus is per definitie niet alleen een herscheppend, maar ook een scheppend kunstenaar. Dat is noodzakelijk om de klankwereld van de zeer grote genieën werkelijk te begrijpen, doorgronden en doorvoelen.

,,Dirigent Arturo Toscanini zei ooit: `Voor een goede uitvoering hoef je als musicus alleen maar te doen wat er staat.' Maar dat is een paradox! Precies uitvoeren wat in de muziek staat genoteerd, betekent dat je voorbijgaat aan alle aspecten die de componist zich vermoedelijk wel voorstelde, maar niet heeft kunnen noteren. Het is de taak van de interpretator de ongeschreven nuances en bedoelingen te achterhalen. Ik hecht daarom meer aan de manier waarop dirigent Wilhelm Furtwängler over muziek dacht. Elke compositie is een levend organisme, vond hij. Dat idee is vruchtbaar, omdat het je dwingt vragen te stellen naar het waarom van de vorm van een stuk in plaats van alleen te focussen op het hoe. Waarom bereikt Beethoven vanuit dit thema juist via deze transitie zijn volgend thema? Waarom is de doorwerking van zijn Derde symfonie zo enorm lang? Peinzen over het antwoord op dergelijke vragen leidt tot een rijper soort interpretatie. Maar dat betekent niet dat een interpretatie daardoor `objectivistisch' wordt. Absoluut niet! Het proces is veeleer vergelijkbaar met kijken naar een schilderij van Rembrandt. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ziet. Maar iemand anders ziet weer andere aspecten. Met andere woorden: een uitvoerend musicus is per definitie subjectief. En alleen een uitvoerend musicus die ook een scheppend kunstenaar is, kan de genialiteit van het gespeelde tot leven wekken.''

De Maurizio Pollini Edition biedt een fraaie dwarsdoorsnede van Pollini's discografie. De grote pianoconcerten van Mozart en Beethoven zijn opgenomen naast pianosonates van Schubert en werken van Debussy en Chopin. Daarnaast zijn drie van de dertien cd's gewijd aan eigentijds repertoire. De breedheid van het repertoire is tekenend voor Pollini's muzikale grondhouding. ,,Ik ben tegen muzikale specialisaties'', legt hij puntig uit. Culminatiepunt van die opvatting zijn de naar hemzelf vernoemde `Progetti Pollini' met verscheidene concerten rond oude én nieuwe muziek, die hij naast zijn veertig recitals per seizoen organiseert. Hij werd er in de Duitse pers om bejubeld als `de ware Faust van de Hochkulturmusik'. ,,Ik presenteer muziek graag zo breed mogelijk'', verklaart Pollini. ,,Zowel de 14de- en 15de-eeuwse klankwerelden van Machaut en Ockeghem als de 20ste-eeuwse werken van Nono en Stockhausen zijn gecomponeerd in een onwennig idioom dat zich onttrekt aan ons dagelijks – tonaal – muzikaal brood. De luisteraar moet moeite doen om zo'n nieuwe taal te begrijpen. Het publiek is doorgaans geneigd modern repertoire af te wijzen, omdat het het tegemoet treedt met een verkeerd verwachtingspatroon. Maar op het moment dat je je oren instelt op een nieuwe, nog onbekende taal en de eigenheden daarvan accepteert, is de koudwatervrees al voorbij. En dan merk je hoe bevredigend het is een nieuwe wereld te doorgronden. Daarvoor is men nooit te oud.''

De Maurizio Pollini Edition is verschenen bij Deutsche Grammophon.

Voor info: www.deutschegrammophon.com/pollini-edition.