Zelfportret Dick Ket

Interpretatie en appreciatie van schilderkunst is persoonlijk. Velen zullen bij het `zelfportret 1939' van Dick Ket (NRC Handelsblad, 31 december) eerder associaties hebben met het magisch realisme, zoals dat spreekt uit de werken van Pyke Koch en Carel Willink, dan met de door Sandra Heerma van Voss vermelde pure gekte, narcisme en zelfhaat. Al was het alleen maar omdat deze drie begrippen niet echt gemakkelijk in één persoon samengaan.

Ook de `grijze, bolle en buitenproportioneel grote nagels' in Kets zelfportret, die in dit verband worden genoemd, kunnen niet worden teruggevoerd op vertekende zelfperceptie van een geestelijk gestoord persoon. Het zijn zogenoemde `trommelstokvingers'. Dit fenomeen kan optreden bij mensen die chronisch een te lage zuurstofverzadiging van het bloed in de longen hebben.

Dick Ket was van jongs af een hartpatiënt. Uit de combinatie van deze beide gegevens kan worden afgeleid dat hij leed aan een ventrikelseptumdefect: een defect in de wand tussen de beide hartkamers.

Nergens in de medische literatuur is deze afwijking geassocieerd met enige vorm van waanzin. Dick Ket heeft zichzelf nauwkeurig geobserveerd en eerlijk vastgelegd.

In de recensie van Sandra Heerma van Voss botst de magie van de kunsthistorische interpretatie met medisch realisme.