Smakelijk plassen

Om in een stadse omgeving buiten te willen plassen, daar moet je, vooral als vrouw, recalcitrant voor zijn. En dat was ik vroeger.

Ik heb eens, om een uur of drie 'snachts in het centrum van Leiden in de gracht geplast, vanaf dat hoge bruggetje achter V&D. Klitter, kletter, klater, zo viel mijn plasje in het water. Voor mannen misschien niets bijzonders, maar ik als vrouw denk er met genoegen aan terug.

Ik heb ook een keer geplast vanaf Beachy Head, een steile rots aan de zuidkust van Engeland. Dat was op klaarlichte dag, toen er net even niemand was. Ik hurkte – en plaste ver, tot in zee. Het deed me denken aan dat grapje, die weddenschap tussen jongens en meisjes, over wie het verst kan plassen. De meisjes mogen eerst en worden door de jongetjes uitgelachen. Maar dan, als zij aan de beurt zijn, roepen de meisjes: `Zonder handen! Wij gebruikten onze handen ook niet!' en zo winnen de meisjes.

We gingen in Afrika eens een tochtje maken met Nederlandse vrienden. We reisden van Freetown, in Sierra Leone, naar Bamako, in Mali. Op een gegeven moment zei hun dochtertje: ,,Pappa, kun je stoppen, ik moet plassen.'' Hij stopte.

Wij zaten achterin en deden de zijdeur van het Volkswagenbusje voor haar open. Ze ging in de deuropening staan, liet haar broekje op haar enkels vallen, trok haar rokje omhoog en plaste net als een jongen recht vooruit, zonder ook maar een druppel op haar onderbroek te laten vallen.

Ik was strontjaloers. ,,Hoe kan je dat?'', vroeg ik.

,,Dat heeft ze zichzelf geleerd toen haar jongere broertje rechtopstaand begon te plassen'', zei haar moeder, ,,zelfs thuis op de wc lukt het haar zo.''

Mijn Britse vriend, die net een paar woorden Nederlands sprak, was ook onder de indruk. Nieuwsgierig vroeg hij haar: ,,Smakelijk plassen?''

,,Yes!'', zei ze stralend.