Signaal van Zalm?

Nieuwjaarsdag in alle vroegte trok minister Zalm onder het toeziend oog van de tv-camera's in Maastricht 75 euro uit de muur en bestemde die voor een goed doel: aflossing van de staatsschuld. Met dit gebaar – een vrijwillige donatie aan de schatkist – demonstreerde de bewindsman dat hij bereid is zijn eigen belastingdruk te verzwaren om de schuld van de overheid extra te verminderen. Onze minister van Financiën figureert prominent op de VVD-lijst voor de Kamerverkiezingen van 15 mei aanstaande. Hij loopt duidelijk voor de troepen uit. De conservatief-liberalen maken zich in hun programma immers nog steeds sterk voor belastingverlaging in de komende kabinetsperiode.

Zalms zorg over de schuld van de overheid past in een geijkt patroon. In het voetspoor van onder andere de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleiten alle grote politieke partijen voor schuldreductie. De achterliggende redenering is genoegzaam bekend. Hoe geringer de schuld is, hoe minder rente de overheid hoeft te betalen en hoe meer geld op de begroting beschikbaar komt om de sterk oplopende kosten van de vergrijzing van de bevolking op te vangen. Aangezien de vergrijzing pas vanaf 2011 echt toeslaat, heeft de ambtelijke Studiegroep begrotingsruimte geadviseerd tijdens het lopende decennium te streven naar een jaarlijks overschot op de begroting van ongeveer 7 miljard euro. Dit overschot is beschikbaar voor schuldaflossing.

Eind november publiceerde het Centraal Planbureau een verkenning van de Nederlandse economie in de periode 2003-2006. Bij een `voorzichtig' scenario met een economische groei van 2,5 procent per jaar komt het jaarlijkse overschot niet hoger uit dan 3,5 miljard euro, in plaats van de door de Studiegroep aanbevolen 7 miljard. Bij zijn vooruitberekeningen is het Planbureau ervan uitgegaan dat het bestaande beleid ongewijzigd wordt voortgezet. In dit beeld past dat Nederland vanaf 2003 meer dan een miljoen arbeidsongeschiktverklaarden telt, en dat alle sociale uitkeringen gekoppeld blijven aan de CAO-lonen. Ook de tarieven van de belastingen en premies voor de sociale verzekeringen blijven gelijk.

Om het door het Planbureau becijferde overschot van 3,5 miljard euro op te hogen tot het gewenste overschot van 7 miljard euro per jaar dient het belastingpeil met 3,5 miljard euro te worden opgeschroefd. Het alternatief is tot een zelfde bedrag te bezuinigen. In beide gevallen komt dus geen eurocent beschikbaar om de uitgaven voor onderwijs, gezondheidszorg en politie extra te verhogen, bovenop de uitgavenstijging die al besloten ligt in ongewijzigde voortzetting van het bestaande beleid. Deze uitkomst is voor geen enkele partij aanvaardbaar. Hoewel de VVD zich afficheert als kampioen belastingverlagen, wil zij ook een aantal uitgaven verhogen. Het benodigde geld is niet uitsluitend te vinden door op bestaande uitgaven te bezuinigen. De PvdA wil vele miljarden extra uitgeven en is evenmin vies van gerichte lastenverlichting. Deze wensen van beide regeringspartijen zijn uitsluitend te realiseren door de doelstelling van een overschot van 7 miljard euro los te laten, en dus de staatsschuld in een trager tempo te verlagen.

Is dat erg? Stel dat partijen zouden kiezen voor een begroting die in evenwicht is. Het door het Planbureau voorgerekende overschot van 3,5 miljard euro is dan jaarlijks beschikbaar voor een combinatie van belastingverlaging en hogere uitgaven. Neem aan dat het extra geld wordt bestemd voor zorg, onderwijs en politie. Dit betekent een keuze ten gunste van de huidige generatie jongeren (scholen) en ouderen (zorg). De generaties die nu werken lopen in dit geval een grotere kans dat op hun oude dag onvoldoende geld beschikbaar is om zorg en AOW te financieren. Doordat de staatsschuld niet is verminderd, is immers nog steeds veel geld voor rentebetalingen nodig. De huidige generatie beleidsmakers is tegen die tijd hoogbejaard. Het is in haar belang dat de staatsschuld versneld wordt afgelost. De zo bereikte besparing op de rente-uitgaven vergroot immers de kans dat het huidige peil van de gezondheidszorg in stand blijft en de koopkracht van de AOW-uitkering blijft toenemen.

Het is mogelijk de tegengestelde belangen van alle generaties te verzoenen. Het volgende kabinet kan besluiten de uitgaven voor zorg en onderwijs te verhogen en tevens te streven naar een overschot op de begroting om de staatsschuld in de komende 25 jaar grotendeels weg te werken. Hiertoe moeten de belastingen vanaf 2003 omhoog. Sinds het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw is het beslag van de overheid op het nationaal inkomen gedaald van 49 cent tot 40 cent van elke verdiende gulden. Door de belasting- en premiedruk te verhogen van 40 tot 41 cent van elke verdiende euro, kan het overschot omhoog tot 7 miljard euro en komt daarnaast jaarlijks 1,5 miljard euro beschikbaar voor uitgavenverhoging. Via bezuinigingen valt nog een aantal miljarden voor extra uitgaven bijeen te sprokkelen. Dit compromis vereist dat de VVD haar verzet tegen een geringe lastenverzwaring opgeeft en de PvdA instemt met harde bezuinigingen. Is dit het signaal dat minister Zalm bij het begin van het verkiezingsjaar aan zijn liberaal-conservatieve achterban wilde geven?