Rotterdamse haven 1

Het redactioneel commentaar over de Rotterdamse haven in NRC Handelsblad van 28 december zegt dat het geen kwaad kan eens kritisch te kijken naar de macht van grote rederijen.

Inderdaad, deze macht is van grote invloed op het logistieke proces, niet alleen in havens, maar ook binnen de totale keten van producent tot consument. De opmerking over prijsafspraken en -opdrijving door (container)rederijen heeft overigens geen betrekking op geruchten, maar op feiten.

Kartels zijn een gegeven in de zeescheepvaart. De Europese Commissie kan hiertegen niet optreden omdat zij zijn gelegaliseerd door een Europese Verordening uit 1986. Dit neemt niet weg dat het de hoogste tijd is voor een herziening van deze Verordening. Het bestaan van een ontheffingsverordening van het kartelverbod is immers geen rechtvaardiging voor het ongelimiteerd laten voortbestaan hiervan. Een recent OESO-rapport toont haarscherp aan dat er geen enkele reden is om vrije concurrentie tussen scheepvaartmaatschappijen via ontheffingen te beperken.

Het is verheugend dat de Europese Commissie naar aanleiding van dit OESO-rapport en na jarenlange druk van de Verladersorganisatie EVO, heeft besloten de EU-Verordening alsnog te herzien. Met een eventuele opheffing van de Verordening zullen de problemen voor de Rotterdamse haven niet automatisch zijn opgelost, maar het levert wel een bijdrage aan meer transparantie in kostenstructuren. Hiermee kunnen havenautoriteiten en havenbedrijven beter inspelen op de economische realiteit en krijgen verladers te maken met een reële prijs.

Daarnaast moeten er gelijkwaardige concurrentieverhoudingen tussen de havens van de EU zijn.

In hoeverre dit valt te realiseren hangt samen met de rekbaarheid waarmee nationale overheden een eventuele Europese richtlijn hierover zullen interpreteren.