Ouwe koek en een amende

Even terug over de drempel naar het nieuwe jaar. Mijn laatste artikel van het vorige jaar eindigde met een vraag, en intussen kan op die vraag een althans gedeeltelijk antwoord gegeven worden. Het eerste artikel van het nieuwe jaar moet dus even teruggrijpen op de vraag die ik hier op 27 december stelde.

Die vraag luidde: hoe komt het dat uitgerekend de VVD, de meest pro-Amerikaanse en pro-Atlantische partij die er is, bij monde van de liberale ministers Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en De Grave (Defensie) een beleid inzake Afghanistan verdedigde dat, in zijn steun aan de Amerikaanse bondgenoot, zo'n onduidelijke ik schreef zelfs: draaierige indruk maakte?

Immers, de regering had na 11 september, na enige aarzeling, verklaard dat ook Nederland in oorlog was, maar toen het aankwam op actieve steun aan de Amerikaanse oorlog tegen de terroristische broeinesten in Afghanistan, bleek die steun beperkt te blijven tot, behalve het sturen van een fregat naar de Indische Oceaan, fotoverkenningen door F-16's boven Afghanistan (die weldra niet meer nodig zouden blijken te zijn).

Ja, maar de Amerikanen hadden ons niet om meer gevraagd, zo luidde het antwoord van, onder anderen, het liberale Kamerlid Weisglas (in het televisieprogramma van Andries Knevel). Dat kan wel zo zijn, maar de vraag waarom het gaat is: hebben wij ook meer aangeboden, meer in het bijzonder: dat die F-16's ook zouden schieten (zoals ze in 1999 boven Servië hadden gedaan)? Het antwoord hierop bleef uit, en daarom was de zaak onduidelijk.

Maar nu heeft minister Van Aartsen, in een interview in de Volkskrant van 29 december, dat antwoord toch gegeven: ,,We hebben F-16's aangeboden in de rollen en met de taken die die dingen hebben. Het aanbod dateert al van september.'' Dat antwoord schept tenminste enige duidelijkheid, maar het licht slechts een tipje van de sluier op.

Er blijven vragen. Bijvoorbeeld: waarom moest dat antwoord zo laat komen, terwijl er, volgens Van Aartsen, al heel vroeg overeenstemming bestond in het kabinet? Was het kabinet geschrokken van zijn eigen moed en vreesde het bij bekendmaking een negatieve reactie bij zijn achterban (vooral die van de PvdA)? Of was er toch meer verdeeldheid dan naar buiten mocht blijken (een gebod dat Pronk overschreed)?

Van Aartsen zinspeelt er even op door te herinneren aan Koks woorden: ,,Ik ben van een oorlogsgeneratie, ik heb aan den lijve een oorlog meegemaakt. Ik weet wat het betekent, wat het met zich meebrengt.'' (Nu, niet allen die de oorlog aan den lijve hebben meegemaakt, trekken een zelfde les.) Kortom, was er een meer pacifistische en een meer militante stroming in het kabinet?

Achtte ook Van Aartsen, teneinde eventuele misverstanden over zijn eigen positie recht te zetten, ja misschien teneinde met opgeheven hoofd de rit van het kabinet te kunnen uitzitten, de tijd gekomen een tipje van de sluier op te lichten?

Maar sprak hij voor zichzelf of mede namens de VVD, althans de andere liberale ministers? Het blijkt niet uit dit interview, waarin alleen wordt vermeld dat minister De Graves politieke ambities nog niet vervuld zijn. Dat geldt zeker ook voor de ministers Jorritsma en Zalm. Als dat zo is, dan steken zij waarschijnlijk minder graag hun nek uit dan hun collega Van Aartsen bereid was te doen.

En de VVD als partij? Eén ding lijkt zeker: de toon waarmee de liberale oud-leider Bolkestein al heel vroeg het debat opende door een aanval op het ,,gemekker langs de zijlijn'' dat hij meende te bespeuren in de eerste reacties van bewindslieden op 11 september die toon hebben we niet meer gehoord vanuit de VVD. Hebben electorale overwegingen er een demper op gezet? Maar wie zegt dat een meer militante houding geen stemmen zou winnen?

Het is allemaal ouwe koek, want de oorlog in en boven Afghanistan is bijna voorbij. De zes F-16's die nu ingezet worden en, indien nodig, wèl mogen schieten, dreigt nauwelijks gevaar (minder gevaar, in elk geval, dan de tweehonderd soldaten die naar Kabul worden gestuurd). Maar voor de plaatsbepaling van Nederlands meest pro-Amerikaanse en pro-Atlantische partij is inzage in dit afgesloten hoofdstuk toch wel gewenst.

Dit geldt ook voor de tegenwerping dat het geen zin had de Amerikanen gevechtssteun aan te bieden die ze toch niet nodig hadden, omdat ze het wel alleen af konden. Dat laatste is wel waar, maar bondgenoten meten elkaar naar de hulp die ze elkaar aanbieden, ook als die niet nodig blijkt te zijn. Dit is ook een maatstaf voor bepaling van de gezindheid van de VVD. Vandaar dat deze excursie terug over de drempel nodig was.

Er is nog een heel andere verklaring voor het weinig duidelijke beleid na 11 september denkbaar. Tegen veler verwachting in is het Amerikaanse beleid sindsdien helemaal niet multilateraler geworden. Van bondgenootschappelijke aanbiedingen wordt à la carte gebruikgemaakt, waarbij de Britten kennelijk een voorkeursbehandeling genieten. Zo'n beleid is natuurlijk niet erg geschikt om de andere bondgenoten te enthousiasmeren, maar om aan hun teleurstelling openlijk lucht te geven is weer een ander uiterste. Vandaar misschien dat stilzwijgen ook bij de VVD? Als deze hypothese enige waarheid zou bevatten, zou die waarheid overigens van veelomvattender betekenis zijn dan welke overweging van binnenlands-politieke, laat staan electorale, aard ook.

Amende

In mijn voorlaatste artikel van het vorige jaar (20 december) beweerde ik dat Wendy Doniger, die die maand de dertigste Huizingalezing had gehouden, anders dan haar voorgangers uitvoerig was ingegaan op het werk van de naamgever van die lezing, de historicus J. Huizinga.

Dit is onjuist, sterker: een miskenning van de verdienste van althans twee recente sprekers: de historicus prof.dr. A.Th. van Deursen en zijn collega prof.dr. H.L. Wesseling, die, respectievelijk in 1994 en 1996, hun Huizingalezing bijna uitsluitend wijdden aan de cultuurkritiek van hun grote voorganger. Het ergste is dat ik me beide lezingen nog heel goed herinner, maar dat deed ik blijkbaar niet op het ogenblik dat ik dat erratum neerschreef.