Ook Balkan probleemloos over op euro

Even probleemloos als de eurolanden zijn ook twee gebieden op de Balkan, Kosovo en Montenegro, op de nieuwe Europese munteenheid overgestapt.

Niet alleen de twaalf eurolanden en enkele ministaatjes zijn op 1 januari overgegaan op de euro, ook twee Balkangebieden hebben dat gedaan. In Kosovo en in Montenegro, beide alleen nog formeel onderdeel van Joegoslavië, is de euro nu ook officieel betaalmiddel.

En drie Oost-Europese munten die tot dusverre aan de Duitse mark waren gekoppeld (de convertibele mark van Bosnië, de Bulgaarse lev en de Estse kroon) zijn nu aan de euro gelieerd.

In Kosovo, waar de Duitse mark na de NAVO-oorlog tegen Joegoslavië in 1999 door het VN-bestuur tot officiële munt werd verklaard ter vervanging van de Joegoslavische dinar, hebben soldaten van de vredesmacht KFOR de afgelopen weken de weinig militaire taak gekregen de bevolking op de nieuwe Europese munt voor te bereiden. KFOR-soldaten hebben informatiemateriaal over de euro rondgedeeld in afgelegen dorpen en er zijn in heel Kosovo pamfletten opgehangen met teksten als `De Duitse mark vertrekt – de euro komt. De waarde blijft gelijk'. De euro is uitvoerig op de televisie gepropageerd. Een positief resultaat: de afgelopen weken zijn in Kosovo ruim honderdduizend nieuwe bankrekeningen geopend met een totaal bedrag van 800 miljoen mark, een bedrag dat dinsdag

automatisch in euro werd omgezet.

Dinsdag opende de Bank- en Betalingsautoriteit – de onofficiële centrale bank van Kosovo – in de hoofdstad Priština haar deuren om Kosovaren de kans te geven hun marken in te wisselen. Maar weinigen maakten daarvan gebruik. Omdat in Kosovo niet als in de officiële eurolanden de winkeliers tevoren met euro's zijn bevoorraad, had gisteren, toen de winkels opengingen, nog vrijwel niemand de nieuwe munt in huis. Prijzen waren dan ook nog voornamelijk in marken aangegeven.

Dat was ook het geval in Montenegro, dat enkele jaren geleden op eigen houtje de Joegoslavische dinar vaarwel zei en op de mark overstapte. In de hoofdstad Podgorica was dinsdag de belangrijkste bank, Podgoricka Banka, open om marken voor euro's in te wisselen. Maar meer dan zeventig klanten kwamen er niet om de `evro' af te halen. De op het oog gebrekkige animo heeft waarschijnlijk meer te maken met de nieuwjaarsfeestelijkheden dan met een werkelijk gebrek aan belangstelling voor de euro: zeker in Montenegro gaat men er van uit dat de nieuwe Europese munt, meer nog dan de Duitse mark deed, de kansen op toetreding tot de Europese Unie vergroot – ook al is die kans, zelfs als Montenegro zich afscheidt van Servië, de komende anderhalf of twee decennia nihil.

Hoeveel marken er contant in Kosovo en Montenegro zijn is onduidelijk. De Duitse mark geldt al decennia op de Balkan als een stabiele en geliefde munt, in wezen al sinds in de jaren zestig en zeventig honderdduizenden Joegoslavische gastarbeiders naar de Bondsrepubliek kwamen en hun spaargeld in marken naar hun familie thuis stuurden. Toen Joegoslavië elf jaar geleden uiteenviel, werd geschat dat de Joegoslaven rond vijftien miljard mark – contant – onder hun hoofdkussen en in de oude sok hadden. De Serviërs zijn tussen 1992 en 1994 door het regime van Slobodan Miloševic middels een kunstmatig aangezwengelde hyperinflatie zeer vakkundig van hun buitenlandse spaargeld – vijf miljard mark – beroofd. Maar de Deutsche Bank schat dat de Serviërs op dit moment toch weer vijf miljard mark aan contanten in huis hebben. Voor Kroatië is die schatting eveneens vijf miljard mark, voor Kosovo en Bosnië (dat een aan de mark gelieerde munt heeft, de `convertibele mark') twee miljard elk. De Montenegrijnen hebben gezamenlijk één miljard mark in huis, net zoveel als de Macedoniërs. Als in Kosovo en Montenegro die contante marken op eurorekeningen terecht komen, zal dat – zo wordt in Priština en Podgorica gehoopt – de economieën van beide landen een flinke stimulans bezorgen.