`Misdaadonderzoek loopt achter'

DNA en andere biologische verschijnselen spelen een steeds grotere rol in het misdaadonderzoek. De Nederlandse wetenschap speelt daar te weinig op in.

Nieuwe wetenschappelijke disciplines rukken internationaal op in de misdaadbestrijding, maar de gebrekkige kennisinfrastructuur in Nederland staat daar volgens de onderzoekers haaks op. Traditioneel is misdaad (-bestrijding) in academische kring het domein van criminologie en strafrecht. Inmiddels houden ook wetenschappelijke disciplines als bestuursrecht, sociologie, economie en geneeskunde zich ermee bezig. Te weinig in Nederland, zo stellen de criminologen Bruinsma, Van de Bunt en Haen Marshall. Zo wordt bijvoorbeeld forensische geneeskunde niet op alle medische faculteiten gedoceerd. ,,Kennis over misdaad en misdaadbestrijding dient niet door een begrensde groep van criminologen en strafrechtjuristen voortgebracht te worden,'' zo waarschuwen zij.

De biotechnologie rukt bij criminaliteitsbestrijding op met de digitalisering van vingerafdrukken, hetzelfde geldt voor of microsatelliet-technologie bij het lokaliseren en volgen van kleine objecten. Microsatellieten worden op korte termijn ingezet tegen terrorisme of mensensmokkel, zo verwachten de onderzoekers.

Verdergaand DNA-onderzoek zal steeds meer inzicht bieden in het ontstaan van deviante of delinquente gedragspatronen. Hetzelfde geldt voor hersenonderzoek, neurologie en farmacologie. Tegelijkertijd roepen die nieuwe onderzoeksmogelijkheden ethische en morele vragen op. ,,In hoeverre mogen hersenscans een rol spelen bij juridische bewijsvoering en straftoemeting? Treft de agressieve recidivist strafrechtelijk verwijt als uit zijn hersenscan evident een fysieke afwijking blijkt?''

Ook de internationalisering van de misdaadbestrijding vraagt om wetenschappelijke analyse. Internationale verdragen, harmonisering van regelgeving en juridische instrumentaria zijn een niet te stoppen ontwikkeling, maar vindt dat ook zijn vertaling in daadwerkelijke samenwerking door politie en justitie? Volgens de criminologen is het maar de vraag of de Europese lidstaten daadwerkelijk zo naar elkaar toe groeien dat de gewenste samenwerking ook wordt bereikt. Internationale samenwerking van politie stuit bijvoorbeeld op verschillen in professioneel niveau, corruptie en politieke conflicten. Justitiële samenwerking loopt achter bij die van de politie, ,,waardoor het gevaar kan bestaan van gebrekkige justitiële controle over politionele werkzaamheden in Europees verband.'' Wetenschappelijke toetsing vindt nauwelijks plaats, terwijl ,, gelet op het grote maatschappelijke belang van goede samenwerking in Europa, gericht onderzoek naar de problematiek van een ontbrekend justitieel gezag gestart moeten worden.''

In het strafrechtonderwijs wordt in Nederland de nadruk gelegd op de juridische normering van misdaadbestrijding. Forensische vakken zijn er nauwelijks, criminalistiek wordt slechts op een enkele universiteit gedoceerd, aldus de criminologen. Binnen met name de sociaal-wetenschappelijke disciplines wordt nauwelijks aandacht besteed aan misdaad- of misdaadbestrijding. Binnen vakgroepen als orthopedagogiek, jeugdstudies of ontwikkelingspsychologie is weliswaar aandacht voor behandelingstherapieën voor delinquenten. Maar in andere vakken als sociologie of bestuurskunde komt criminaliteitsbestrijding slechts incidenteel aan de orde. De grote vraag naar nieuwe kennis over misdaadbestrijding vereist bijscholing van academici die op dit terrein werkzaam zijn.

De drie criminologen bepleiten extra investeringen in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek uit de fondsen die het ministerie van justitie heeft gereserveerd voor criminaliteitsbestrijding. Naast extra geld voor meer politie, moet er ook geld zijn voor het vergaren van kennis en inzicht. Brede academische opleidingen op het terrein van misdaad en misdaadbestrijding zijn noodzakelijk om de achterstand van de wetenschappelijke instituten in te lopen. Die moeten zich vooral bezig houden met onderzoek naar criminaliteit van organisaties, de loopbanen van draaideurcriminelen, grensoverschrijdende misdaad en de bescherming tegen internationale criminele organisaties. Aparte analyse is volgens de auteurs nodig om de consequenties in kaart te brengen van een terugtredende overheid en het afnemen van sociale controle in de samenleving.