Landgenoten

Zodra ik plaatsnam op het verwarmd terras vlakbij het Centraal Station in Amsterdam, hoorde ik het onmiskenbare Egyptische dialect dat luidruchtig en met veel gelach werd gesproken. Automatisch draaide ik mij om en zag een groepje toeristen bestaande uit twee gezinnen. Toen ik ze groette, werd ik uitgenodigd om erbij te komen zitten.

De haarverfindustrie had ze niet onverschillig gelaten, want een van de dames had het haar blond laten verven, de andere kastanjebruin, terwijl de modieuze dochter die op schoot van haar verloofde plaatsnam om een stoel voor mij vrij te maken, een paar lokken van haar lange haar paars had laten maken. Behalve die dochter waren ze allemaal behoorlijk dik.

,,Zijn jullie samen met vakantie?'' vroeg ik. ,,Nee, we zijn elkaar per toeval hier in het hotel tegengekomen. We komen elkaar de laatste jaren alleen nog per toeval ergens in Europa tegen'', antwoordde de vrouw met de blonde haar die al jaren in Saoedi-Arabië bleek te wonen. De andere familie woonde eveneens al een tijd lang in Abu-Dhabie. Ze waren met elkaar bevriend van voor de tijd dat ze uit Egypte waren vertrokken. De eerste maand van de zomervakantie waren ze gewend elk jaar in Egypte door te brengen en de tweede maand trokken ze door Europa. Behalve Amsterdam en de Keukenhof hadden ze nog niets van Nederland gezien, maar ze vonden Amsterdam mooi met al dat water. Net Venetië, zei een van hen.

Even later kwamen er nog twee grote, vlezige jongens naar beneden en als ik niet wist dat ze Egyptenaren waren, had ik gedacht: typisch Amerikaanse tieners. Hun Arabisch was doorspekt met Amerikaanse uitdrukkingen, net als het Nederlands van mijn eigen kinderen. Door hun omvang, met hun omgekeerde petten op hun hoofd en door de beugels in de mond onderscheiden de twee pubers zich in niets van Westerse pubers.

De mannen hadden werk in het buitenland, maar ik was benieuwd wat de vrouwen deden. Niets, zei de vrouw uit Abu-Dhabie, helemaal niets. Ze had medelijden met een vriendin van haar die naar Amerika was geëmigreerd. In het Westen werken jullie je kapot, terwijl wij de hele dag bij het zwembad zitten, vertrouwde ze me toe. Dat beaamde ook de vrouw uit Saoedi-Arabië. Ook daar heeft ieder huis een zwembad en, hoewel ze nauwelijks contact hebben met Saoediers, hebben ze een uitgebreide vriendenkring. ,,We geven iedere week een feest en hebben een kokkin uit de Filippijnen en een chauffeur uit Pakistan. Ze doen hun werk uitstekend, moet ik zeggen, maar het is ook het enige werk waarvoor ze geschikt zijn.''

Kortom, ze hadden het uitstekend in de migratielanden. Toch gaan ze over een paar jaar terug naar Egypte, wanneer de jongens naar de universiteit moeten. Ze zijn slecht te spreken over de universiteiten in de landen waar ze wonen. Onze universiteiten in Egypte zijn veel beter, zeiden ze. Toch heb ik begrepen dat het ene dochter de slechte universiteit van Abu-Dhabie heeft doorlopen want ze was afgestudeerd in moderne talen, maar voor haar vonden ze het kennelijk niet nodig om terug te keren voor een betere opleiding.

Toen ik haar vertelde dat ik werk, schrijf en zelf het huishouden doe, viel haar mond van verbazing open.

Ik nam afscheid van ze. Onderweg zat ik te denken wat ik zou doen als ik mijn leven aan de rand van een zwembad moest doorbrengen, wachtend op de zomervakantie wanneer je weer als een normaal mens onder de mensen kan begeven in Egypte of in Europa. Het zou misschien niet verkeerd zijn voor een tijdje. Maar ik geloof toch dat ik een beter migratieland heb gekozen. Al moet ik me soms kapot werken en heb ik geen kokkin en geen chauffeur.