Hoe een kunstenaar de Talibaan misleidde

Hoewel veel van de rijke Afghaanse cultuur is vernietigd onder de Talibaan, wisten sommige kunstenaars op vindingrijke manier werken te bewaren.

Het is een somber impressionistisch schilderij van een straatje met kasseien dat van een heuvel naar beneden slingert – verlaten, totdat Mohammed Yusouf Asefi er met een natte spons overheen gaat.

Asefi wrijft over het canvas, en er komen vrouwen in schitterende blauwe en rode mantels tevoorschijn. Dan nog twee, nog zes, tien – totdat het straatje op het schilderij plotseling tot leven komt met rondkuierende mensen. Als Asefi klaar is met zijn werk, is er opnieuw een waardevol schilderij in Afghanistans National Gallery terug in de schijnwerpers, voor iedereen die het wil zien.

In tegenstelling tot duizenden andere schilderijen, films, foto's, tekeningen, boeken, standbeelden, muziekopnamen, relikwieën, archeologische vondsten en andere Afghaanse schatten heeft dit schilderij de culturele vernietiging van de radicale Talibaanbeweging overleefd.

Dankzij Asefi, natuurkundige en een van Afghanistans belangrijkste schilders, en anderen die hun leven riskeerden heeft tenminste een deel van de culturele erfenis van het land het vijfjarige bewind van de Talibaan overleefd.

In de wetenschap dat de Talibaan een verbod hadden uitgevaardigd op alle afbeeldingen van levende wezens – van de historische filmdocumentaire tot de tekening van een paard door een schooljochie – bewerkte Asefi het afgelopen jaar meer dan tachtig olieverfschilderijen met waterverf om die afbeeldingen te laten verdwijnen. Hij wist dat hij weinig tijd had, zeker toen de Talibaan vorig jaar luide internationale protesten negeerden en twee historische Boeddhabeelden in het stadje Bamiyan opbliezen.

Deze beelden, in de derde en vijfde eeuw uitgehakt in de rotsen, waren ruim dertig meter hoog – afgodsbeelden die werden beschouwd als wonderen van de oude wereld. Maar voor de Talibaan waren deze beelden beledigingen voor de islam, dus werden ze in maart in puin geschoten. Asefi wist ook dat de Talibaan meer Boeddhabeelden hadden vernietigd in het toch al verwoeste museum van Kabul, en hij verwachtte dat de National Gallery het volgende slachtoffer zou worden.

Hij werkte alleen in een koude kamer in het museum en verschool zich als de Talibaan in de buurt waren. Asefi schilderde voorzichtig over mensen, koeien, ezels, vogels en andere dieren heen. Hij vermengde de achtergrondkleuren perfect; een rivieroever met grazend vee werd leeg toen hij er een waterverfmasker overheen schilderde. Hij behandelde een paar van zijn eigen schilderijen, hoewel er zeker 26 waren gestolen of vernietigd.

Asefi vertelt dat de religieuze politie van de Talibaan regelmatig in het museum kwam om er zeker van te zijn dat hun strenge regels tegen afbeeldingen werden nageleefd. De Talibaan, het merendeel ongeletterd, zagen zijn verdwijntruc nooit – net zomin als zij de waterverf zagen die hij vier jaar eerder op 42 schilderijen in het ministerie van Buitenlandse Zaken had aangebracht.

Als hij zou zijn ontdekt, was Asefi vermoedelijk geslagen en gevangengezet of zelfs geëxecuteerd door de Talibaan, omdat hij hun interpretatie van de islamitische wetten zo schaamteloos had overtreden. Veel anderen werden gevangengezet en gemarteld voor een misdaad als het verkopen van een boek met een foto op de kaft.

,,Ik vind mezelf niet zo dapper'', zegt de 40-jarige Asefi, een tengere man die een nerveus kuchje heeft gekregen van de stress die hij voelde bij het misleiden van de Talibaan. ,,Ik vond dat het mijn plicht was om te proberen deze schilderijen te redden. Ik heb twintig jaar als kunstenaar gewerkt in ons land en wilde geen verantwoordelijkheid nemen voor de verwoesting van onze geschiedenis en onze cultuur.''

Vertegenwoordigers van Unesco die recentelijk in Kabul waren onderzochten de schade die de Afghaanse cultuur heeft geleden. Zij noemden het een ,,verlies voor de culturele erfenis van de wereld''. Na een bezoek aan het Kabul Museum, waarvan de deur is voorzien van het opschrift `Een land blijft leven zolang de cultuur blijft leven', noemden de VN'ers de verwoestingen onder de Talibaan ,,verbijsterend''.

,,Ze hebben een stad achtergelaten zonder intellectuelen'', zegt Mohammed Shah, eigenaar van de twee grootste boekhandels in Kabul. Volgens hem zijn talloze Afghaanse schilders, schrijvers, zangers en andere kunstenaars het land ontvlucht. Degenen die achterbleven speelden een gevaarlijk spel en moesten altijd op hun hoede blijven voor de religieuze politie.

Shah en twee van zijn broers werden gevangengezet en zodanig gemarteld dat zij met blijvende verwondingen verder door het leven zullen moeten. Drie van zijn medewerkers werden vier maanden opgesloten omdat ze verboden boeken hadden verkocht. De politie van de Talibaan kwam elke week naar de winkel. Op sommige foto's in boeken plakte Shah zijn naamkaartje om hen gunstig te stemmen.

Op een dag in 1999 kwamen de Talibaan naar een van zijn boekwinkels, en namen voor 40.000 dollar (44.000 euro) aan boeken mee om ze vervolgens te vernietigen in een vreugdevuur op straat. ,,Het was een grote tegenslag, maar we hebben nooit opgegeven'', zegt Shah.

(Copyright WP-LAT-service)