Goochelen met schijn en wezen

De drie bejaarde mannen zijn in een of andere keuken kennelijk in een handgemeen verzeild geraakt eerbiedwaardige grijze koppen, maar ze worstelen als kleine jongens. Het is wel een raar gevecht; een dronkemansworsteling, de mannen maaien maar wat in de lucht, een wurgende omknelling ziet eruit als een onbeholpen liefkozing. Natuurlijk is het een schijngevecht. Kunstenaar Aernout Mik ensceneerde het voor zijn video Kitchen (1997). De drie mannen vechten niet, ze spelen dat ze vechten, en ze doen dat zo dat op beide terreinen het spelen en het vechten hun onbeholpenheid nog het meest in het oog springt. Zo schemert de werkelijkheid door hun dubbele spel heen. Of nee, een werkelijkheid, want wie weet zijn deze mannen in het echt uitstekende acteurs, en spelen ze ook nog eens dat ze niet kunnen spelen-dat-ze-vechten.

Het gevecht in Kitchen is als een scène uit een film of theaterstuk waarvan je het zonder begin of eind moet stellen. Een fragment van de werkelijkheid, maar wel een zorgvuldig geënsceneerde. Uitsnedes van al of niet geprefabriceerde werkelijkheden staan centraal op de bescheiden tentoonstelling Waar/schijn/lijk, Moments which I intend to rembember in de Stadsgalerij Heerlen, het museum dat er de lovenswaardige gewoonte op nahoudt af en toe iemand van buiten de beeldende kunst als gastcurator te vragen.

De samensteller van Waar/schijn/lijk is acteur Jeroen Willems, die in Heerlen zijn jeugd doorbracht. Hij speelt al jaren bij theatergroep Hollandia en is momenteel in de bioscoop te zien als Pieter Jelles Troelstra in de speelfilm Nynke. Als toneelspeler is goochelen met schijn en wezen voor Willems dagelijks werk, waarbij nooit duidelijk is waar zijn `fictieve' personage eindigt en zijn `echte' persoonlijkheid begint. Voor zijn tentoonstelling wilde hij kennelijk dicht bij huis blijven.

Ook in zijn selectie van kunstwerken zocht Willems het niet ver; de getoonde werken van onder anderen Aernout Mik, Andreas Gursky, Germaine Kruip en Ritsaert ten Cate waren in de afgelopen jaren allemaal al eens elders te zien. Toch tonen sommige werken onder Willems' vleugels weer heel anders. Sterker het lijkt opeens vreemd dat het verband tussen de twee disciplines maar zelden zo expliciet gelegd wordt. De theaterwereld omhelst al jaren abstracties en kruipt zo toe naar de beeldende kunst. Anderzijds lijkt de beeldende kunst, met al haar video's, foto's en beeldmanipulaties, juist steeds theatraler te worden.

Neem een van de levensgrote, strakglanzende balkonfoto's van Ine Lamers. In het donker, onder een vlek genadeloos tl-licht, staan drie plastic tuinstoelen op een platje, twee witte knus bij elkaar, een rode schuin erachter. Gegroepeerd of niet gegroepeerd, dat is de vraag, maar hier worden ze onmiddellijk een toneelstuk op zichzelf. Voor je het weet bedenk je er personages bij, en een heel Hollands drama; Alex van Warmerdam zou het zo uit zijn mouw schudden. Of neem de Rembrandt-portretten van Ritsaert ten Cate, waarvoor met videotechnieken telkens twee zelfportretten van Rembrandt vermengd zijn die ons aankijken vanuit een rossig vlammend waas. Het werk is niet makkelijk te interpreteren: het kan met deze koppen nog alle kanten op.

Dat geldt ook voor de zeven videostills van Germaine Kruip, het enige werk uit het bezit van Jeroen Willems zelf. Een jongetje rent over een grasveld, naakt op een sportbroekje en schoenen na, langzaam heft hij zijn armen, zijn mond staat open in een kreet van wanhoop? Van vreugde? Wanhoop moet het zijn, lezen we, de maakster associeert zijn houding met die van het wereldberoemde Vietnamese meisje Kim Phuc, dat in 1972 werd vastgelegd toen ze wegrende voor een napalmwolk. Maar op het groene gras doet dat weldoorvoede jochie eerder denken aan zijn leeftijdgenootje uit de pindakaasreclame, dat zijn voetbalgejuich oefent.

Om die onbestemdheid, om waarschijnlijkheden, draait het op deze tentoonstelling veel meer dan om de bij foto's, video's en acteerprestaties eeuwig gestelde vraag naar de grens tussen schijn en werkelijkheid. Een rennend jochie op een grasveld is niets bijzonders. Maar zo vastgelegd valt zijn alledaagsheid weg en wordt het voorval tot scène, open voor tientallen vragen, interpretaties en betekenissen.

De waarheid achter de waarheid zoeken, oog hebben voor de werelden die schuil kunnen gaan achter zelfs de meest onooglijke gebeurtenis. Deze vermogens zijn het gereedschap van een acteur. Misschien liggen ze wel aan de basis van elk kunstenaarschap. Het mooie is, dat Willems die vermogens met deze tentoonstelling ook bij toeschouwers wakker maakt.

Tentoonstelling: Waar/schijn/lijk, t/m 10-2 in: Stadsgalerij Heerlen, Raadhuisplein 19, Heerlen. Open di-vrij 11-17u, za-zo 14-17u. Inl: 045-560 44 49 of www.stadsgalerijheerlen.nl.