Geen euroforie onder slechtzienden

Ondanks de kartels, inkepingen, patronen en andere voelbare kenmerken, hebben veel slechtzienden en blinden moeite met het nieuwe geld. Hoe de caissière in de supermarkt Riek Manschot met vier eurocent bedroog.

Riek Manschot legt hondervijftig gulden in een plastic mandje. Ze is negenenzeventig en bijna blind, ze heeft een aanleunwoning bij het Ewoud Gasthuis in IJsselstein. Een vrijwilligster van het bejaardentehuis trekt het plastic mandje naar zich toe. ,,Geen kleingeld?'' Nee, het kleingeld is voor de collecte in de kerk. De vrijwilligster geeft Riek Manschot euro's en een papier waarop staat hoeveel de biljetten en munten waard zijn. Maar dat kan Riek Manschot niet lezen. De cijfers op de biljetten kan ze nog net zien, die op de munten niet, en ze wil graag weten hoe ze die uit elkaar kan houden. De vrijwilligster vindt dat ze geen tijd heeft, er zijn meer bejaarden die guldens willen wisselen. Ze pakt een munt van twee cent: ,,Hier zitten puntjes op.'' Ze pakt een munt van vijf cent. ,,Hier zitten nog meer puntjes op.'' En een munt van één euro. ,,Deze heeft een gekartelde rand. Verder moet u thuis maar oefenen.''

Volgens de Federatie Slechtzienden en Blindenbelangen in Utrecht hebben vooral slechtzienden moeite met de euromunten. Dat blijkt uit vragen van mensen die de `hulplijn' van de Federatie bellen. De randen van de munten zijn verschillend, maar slechtzienden vinden het lastig om dat te voelen. ,,Zij zijn minder goed getraind in voelen dan blinden'', zegt Ivonne Smit, beleidsmedewerker van de Federatie. De kleuren van de munten zijn voor slechtzienden niet makkelijk te onderscheiden, en ook het formaat helpt ze niet veel verder: de munt van twee euro is niet veel groter dan die van één euro, en er is weinig verschil tussen de munten van vijf en die van twintig cent.

De cijfers op de biljetten zijn voor veel slechtzienden wel te lezen. Alleen het biljet van vijf euro veroorzaakt soms verwarring, zegt Lianne Hoetink van de Stichting Bartimeus, een instelling voor onderwijs, zorg en dienstverlening voor blinden en slechtzienden. ,,Die `5' staat tegen een grijze achtergrond.''

Blinden, die minder moeite hebben met de munten, voelen weer nauwelijks wat aan de biljetten. Lianne Hoetink leidde bijeenkomsten georganiseerd door stichtingen voor visueel gehandicapten, de Rabobank en De Nederlandsche Bank – om blinden en slechtzienden te informeren over de euro. Ze zegt: ,,Het oude geld was voelbaar, er zaten patronen op. Voor blinden hebben de nieuwe biljetten bijna geen kenmerken.'' Het formaat van de biljetten is verschillend. ,,Maar je gaat in een winkel niet alle biljetten achter elkaar leggen om ze te vergelijken.'' Blinden vonden het vreemd dat er op biljetten van tweehonderd en vijfhonderd euro wél lijnen staan die voelbaar zijn. ,,Die hebben ze bijna nooit in hun portemonnee.''

Bij de hulplijn van de Federatie Slechtzienden en Blindenbelangen kwamen ook klachten binnen over de `cashtest', een stuk plastic waarmee biljetten en munten kunnen worden gecontroleerd op waarde en echtheid. Ivonne Smit van de Federatie: ,,Het is een gepruts om die biljetten eromheen te vouwen. In de winkelsituatie vonden mensen dat ingewikkeld.'' In de gebruiksaanwijzing van de test staat ook niet dat een biljet van 500 euro er niet in past.

Ruud van Zomeren, ex-medewerker van de Federatie, was betrokken bij de voorlichting in Nederland over de euro voor blinden en slechtzienden. Hij zegt dat de Europese blindenorganisatie een `pakket eisen en wensen' had bij de ontwikkeling van het nieuwe geld. ,,Niet alles is ingewilligd. De voelbare patronen zijn bij de meeste coupures achterwege gelaten.'' Maar volgens hem zijn de verschillen in formaat zo duidelijk dat dat een `verbetering' is. De `patronen' op de oude biljetten waren vaak na verloop van tijd niet meer goed voelbaar. ,,Wat je ook met deze nieuwe biljetten doet, je blijft het verschil in formaat voelen.''

's Ochtends vroeg, op de eerste dag van het nieuwe jaar dat de winkels open waren, had Riek Manschot boodschappen gedaan bij een supermarkt in de buurt. Euro's had ze toen nog niet, wel guldens. Ze wist precies waar alles lag. Peultjes, zure zult, schouderham, boeren tarwebrood, roomboterkoekjes. Naar de prijzen keek ze niet, dat had geen zin. Ze is eraan gewend dat ze bijna altijd meer betaalt aanbiedingen ziet ze niet. Ze rekende af met een biljet van vijfentwintig gulden, ze kreeg één euro en eenenvijftig cent terug. ,,Klopt dat?'' vroeg ze. Ze hield de munten van een euro en vijftig cent tussen haar vingers. ,,Ik voel geen verschil.'' ,,Het klopt hoor'', zei de caissière. ,,Ik doe het heel eerlijk.'' Thuis ontdekte Riek Manschot dat ze vier eurocent te weinig had teruggekregen. Ze moest er om lachen. ,,De euro heeft me al een dubbeltje gekost. Dat zal nog wel een keer gebeuren.''

In het najaar van 1999 was ze met andere bejaarden een dag uit in Utrecht. Ze kregen een rondleiding in de Rijksmunt. ,,Ze hadden daar die euromunten, en ik dacht: die ga ik nooit herkennen.'' Riek Manschot kon in die tijd meer zien dan nu, maar ze wist dat ze bijna blind zou worden door de aandoening – macula degeneratie – die ze nu al negen jaar heeft. Ze zag erg op tegen de euro. Ze was alleen, haar man was overleden. Maar afgelopen zomer is ze opnieuw getrouwd. Met een man op wie ze op de lagere school verliefd was geweest. Hij was weduwnaar, ze kwamen elkaar tegen op een receptie en werden weer verliefd. De tekst van de trouwkaart kon ze nog zelf opstellen. Dat zou ze nu niet meer kunnen: ze is de laatste maanden veel minder gaan zien. Haar man doet nu meestal boodschappen, maar Riek Manschot wil leren hoe ze de nieuwe munten herkent. ,,Je weet nooit hoe lang je samen blijft.''