Dynamisch schrijfster

Op 12 december 2001 is de schrijfster en dichteres Elisabeth Augustin overleden. Dat heeft haar familie bekendgemaakt. Zij is in alle stilte begraven in Amsterdam.

Elisabeth Augustin werd in 1903 in Berlijn geboren. Zij is van joodse afkomst. In 1933, kort na de machtsovername door de nazi's in Duitsland, is zij naar Nederland gevlucht. In samenwerking met haar man Felix Augustin vertaalde zij Nederlandse en Vlaamse romans in het Duits. Zij was de Nederlandse taal spoedig meester na haar vestiging in Amsterdam. Haar stijl was dynamisch, met korte, staccato-achtige zinnen. Haar vroegere werk draagt een sterk autobiografisch stempel.

Elisabeth Augustin debuteerde in 1935 met de roman De uitgestotene. Vervolgens verschenen romans, hoorspelen en een bundel poëzie. Een mooi voorbeeld van de manier waarop zij haar leven vormgaf in literatuur is het boek Volk zonder jeugd uit 1935. Andere titels zijn Moord en doodslag in Wolhynië, Labyrint en Het Patroon. Haar dichtbundel Verloren tijd inhalen kwam in 1978 uit. In 1992 ontving zij in Weimar de Goethe Medaille voor haar gehele literaire oeuvre. Zij is haar moedertaal altijd trouw gebleven en publiceerde tevens in het Duits. Zij woonde in het Witsenhuis, een huis voor schrijvers en kunstenaars, aan het Amsterdamse Oosterpark.

Haar novelle Moord en doodslag in Wolhynië uit 1936 heeft de Russische revolutie van 1917 tot onderwerp. Het boek verwierf grote bekendheid en moest enkele malen herdrukt worden. Een van haar indrukwekkendste teksten is opgenomen in de bundel Ontluisterde Mei 1940, die verscheen in 1960. Met collega-auteurs als Godfried Bomans, Johan Fabricius, A. Viruly en Helma Wolf-Catz blikt Elisabeth Augustin twintig jaar na het uitbreken van de oorlog terug op de meimaand van 1940. In de vorm van een dagboek beschrijft ze in vijf dagen de ontwikkeling van de Tweede Wereldoorlog. Haar tekst heet Aan het raam en begint met een mooi herinneringsbeeld: ,,Ik ben niet geschrokken, ik was er op voorbereid. Ik heb altijd met de mogelijkheid gerekend dat de Duitsers de grens over zouden kunnen komen en dit kleine land onder de voet lopen. Het sprak voor mij en natuurlijk ook voor George vanzelf, na al de dingen die we in Duitsland hadden gehoord en meegemaakt. Het sprak voor ons vanzelf na de Anschluss, na de intocht van de Duitse troepen in Bohemen en Moravië, na de Duitse aanaanval op Polen, na de Duitse overval op Denemarken en Noorwegen. Ik was er op voorbereid.''

Deze passage is een toonbeeld van haar manier van schrijven, met herhalingen, opsommingen en een bepaalde vorm van geëmotioneerde heftigheid. Het is jammer dat zij niet de bekendheid verwierf die zij verdient. Elisabeth Augustin is de schepper van een persoonlijk en authentiek oeuvre.