Duizenden lichtjes knipperen voor één bezoeker

De man achter de kassa kijkt verschrikt. ,,Nee maar, hoe heb ik het nu'', zeggen zijn ogen, ,,een klant!'' Ergens uit een la diept hij het mapje met toegangsbewijzen op en begint zijn ingestudeerde verhaal: ,,De toegang is één Brunei-dollar en één rit in één attractie kost vier dollar. Maar als u overal onbeperkt in wilt kost dat maar vijftien dollar.'' Tien euro en het hek van de Jerudong Playground gaat open.

In het Zuidoost-Aziatische, streng islamitische oliestaatje met 330.000 inwoners is doorgaans nauwelijks iets te doen. Reisgidsen raden reizigers ronduit aan deze bestemming over te slaan. Paradoxaal genoeg is het enige, doch enorme pretpark van Brunei een bevestiging van de extreme lethargie die het land regeert: er is daar namelijk niemand.

Aan de kwaliteit van de attracties ligt het niet. Hier geen doorgeroeste derdewereld-achtbanen die je zelf naar boven moet duwen, maar nagelnieuwe toestellen waar de berijder vijf maal de zwaartekracht voor de kiezen krijgt. Er moet tot de opening in 1994 met bakken geld zijn gesmeten om dit kilometerslange park te bouwen. En die bakken waren er ook dankzij een, naar later bleek, ongelukkige combinatie van functies van de broer van de man die in Brunei de absolute macht heeft: het staatshoofd, sultan Hassanal Bolkiah.

Deze had zijn favoriete broer, prins Jefri, zowel minister van Financiën gemaakt als beheerder van het fonds dat alle overheidsreserves belegde. Jefri's ambitie, afgezien van het leiden van een extreem luxueus leven, was het Brunei voor eens en voor altijd op de wereldkaart te zetten. Tot dan toe was het een gesloten landje geweest, blij dat het met rust werd gelaten en louter drijvend op olie- en gasinkomsten. Volgens de lokale media lukte het Jefri in ruim vier jaar er minstens vijftig miljard euro doorheen te jagen. Waar dat geld vandaan kwam staatsfinanciën, het kapitaal van de koninklijke familie of Jefri's eigen zak weet niemand, want in Brunei loopt dat allemaal onontwarbaar door elkaar.

Waar het geld heen ging, is iets duidelijker. Naar auto's, vliegtuigen en gouden spullen. Verder stuurde Jefri de geldstroom vooral naar het ingeslapen vissersdorpje Jerudong, op 25 kilometer van de hoofdstand Bandar Seri Begawan. Daar bouwde de pro-westerse prins zijn droom: het enige achtsterrenhotel ter wereld. En hij liet het Jerudong pretpark aanleggen.

Het was alsof Jefri zijn landgenoten bij de hand nam en ze liet zien hoe een wat meer seculier Brunei eruit zou zien. Voor naar verluidt enkele miljoenen vloog de prins Michael Jackson in, die een eenmalig concert gaf in het pretpark. Het zorgde voor de eerste en laatste file in de geschiedenis van het land, want de toegang was – uiteraard – gratis en volgens de statistieken heeft elke familie in Brunei minstens drie auto's.

Het gesmijt met geld was voorbij voordat Jefri goed en wel begonnen was. Hij ging in 1998 failliet, de economie stortte mede daardoor in en de prins zit sindsdien met een volgens hem armzalige maandtoelage van 300.000 euro met zijn vier vrouwen en 35 kinderen in huisarrest, of beter gezegd: paleisarrest.

Wie nu door Jefri's pretpark loopt, voelt zich als Michael Jackson die per slot zijn Neverland ook helemaal voor zichzelf heeft. Toen de toegang gratis was, kwamen er op een dag nog wel eens honderden mensen naar Jerudong. Maar de meesten bleken leden van het steeds groter wordende leger werklozen van Brunei. Nu hebben de mannen die de achtbanen, ruimtesimulators en draaimolens moeten bedienen, helemáál niets te doen. Ze liggen te slapen of te kaarten en je moet ze vragen of ze heel even willen stoppen om de `Gigantische Val' of de al even verstorende `Boomerang Achtbaan' aan te zetten. Er zijn ook twee forse racebanen, maar het voelt wat sullig, in je eentje rondjes racen.

Alleen vanaf de ronddraaiende lift van de veertig meter hoge uitkijktoren is het park in zijn geheel te zien. Alles staat aan. Wat ontbreekt is de muziek en het gegil van mensen die vrijwillig door elkaar worden geschud. Want die mensen zijn er niet, de duizenden lampen knipperen voor slechts één bezoeker. Die maakt bij de Pony Express-achtbaan de fout per ongeluk via de uitgang naar het opstappunt te zijn gelopen. Vlak voordat ik een voet in het treintje zet, houdt een personeelslid me tegen. Met een ruime armbeweging maakt de man-aan-de-knoppen duidelijk dat er flink omgelopen moet worden naar ingang van de achtbaan. Daar aangekomen wacht een indrukwekkend aantal hekken die lange rijen in goede banen moeten leiden. Na zes keer heen en weer zigzaggen, sta ik op precies hetzelfde punt, maar dan aan de andere kant van de lege treinkarretjes. Even wacht de machinist of er nog meer bezoekers komen. Dan vraagt hij ,,ready?'', drukt op een grote rode knop en gaat weer liggen.