`De minister wilde niet luisteren'

De top van NS gooide gisteren, onder druk van minister Netelenbos, de handdoek in de ring. Ex-president-directeur Huisinga: ,,Een offer brengen is tot daar aan toe, maar dan moet het wel ergens toe leiden.''

Nu ze opstappen, is het duidelijk wie al die tijd de baas is geweest bij de Nederlandse Spoorwegen. ,,Ik'', zegt Jan Timmer. ,,Volgens het ondernemingsrecht leid ik de onderneming.'' Zes jaar lang hield hij als president-commissaris toezicht op het bedrijf. En meer. ,,Twee, tweeënhalve dag per week zat ik in Utrecht of was ik met de directie aan de telefoon. Maar ook persoonlijk ben ik zeer intensief bezig geweest met het verbeterplan.''

President-directeur Hans Huisinga stelt het iets anders. ,,Wíj zijn de baas'', zegt hij en wijst van Timmer naar zichzelf. ,,Ik leid de onderneming.'' Als maar duidelijk is dat minister Tineke Netelenbos in ieder geval niet de baas is. ,,Wat de minister kan, is een crisis veroorzaken'', zegt Huisinga. Het is de eerste van vele sneren, gisteravond na afloop van de persconferentie in Utrecht.

Daarin maakten Timmer en Huisinga bekend op te stappen, samen met de overige commissarissen en Huisinga's medebestuurder Roy Lantain. Ze zijn voor het blok gezet door de minister, maar Timmer houdt de eer aan zichzelf. Tegen de minister zei hij Huisinga persoonlijk niet te willen ontslaan, maar hij zou de de boodschap aan zijn medecommissarissen doorgeven. ,,Ik vond bij de minister een bijna afwezige bereidheid om naar me te luisteren.'' Dat was op oudejaarsdag. De raad besloot gistermiddag unaniem op te stappen. ,,Ik had toen geen keuze'', zegt Huisinga. Als de commissarissen het vertrouwen in hem hadden opgezegd, had hij weg gemoeten. Nu de commissarissen opstappen, omdat ze als een blok achter hem blijven staan, kan hij net zo goed niet aanblijven. Persoonlijk had hij de klus willen afmaken.

Huisinga is kalm, deemoedig. De president-commissaris is boos, terwijl hij even daarvoor al stoom heeft afgeblazen op de nieuwjaarsreceptie van het NS-management. Briesend deed Timmer een beroep op het saamhorigheidsgevoel van de 400 stafmedewerkers. Hij is boos op de minister. ,,De raad van commissarissen heeft deemoedig het hoofd gebogen toen bleek dat de politiek over superieure inzichten beschikte over het functioneren van NS.'' Boos op de Kamer, bij wie het niveau van deskundigheid en inzicht onvoldoende zou zijn. Op het personeel, dat niet solidair is met de directie en met elkaar. Hoe kan je een bedrijf leiden als je ,,steeds naar Zutphen of waar dan ook moet om slangen te bezweren''? En op het prestatiecontract, waarin staat dat NS minimaal 80 procent van de treinen op tijd moet laten rijden. Achteraf zegt hij dat hij zijn handtekening niet had moeten zetten. ,,Dat percentage is heilig verklaard. Ik geloof niet in die rigiditeit. Ik vind dat meetgetal van dubieuze waarde.'' Netelenbos beschuldigt hij van `digitaal denken'. Timmer zegt dat de nieuwe NS-topman, als hij verstandig is, wacht met het tekenen van een nieuw contract.

De NS-directie heeft dat contract zelf met de minister afgesloten. Eerder beloofde het spoorbedrijf zelfs meer treinen op tijd te zullen laten rijden. Nu de Railverkeersleiding de voorlopige punctualiteitscijfers op 79,9 procent berekend heeft, wordt de norm schamper aan de kant geschoven.

Huisinga denkt overigens dat het niet veel had uitgemaakt. Hij is ervan overtuigd dat hij toch had moeten opstappen, al had NS de norm gehaald. Dan had de minister wel een andere aanleiding gevonden. Sinds de zomer hield hij daar al rekening mee. ,,De tijd die nodig was voor betere prestaties duurde al zo lang. De politiek heeft het geduld niet kunnen opbrengen.''

Blijkbaar moest er een offer worden gebracht. Huisinga geeft toe dat een rustpauze wel nodig was voor het bedrijf. En zelf vindt hij wel weer werk. Timmer gaat zich op zijn andere commissariaten toeleggen, bij onder meer Shell en ING.

Nu de minister NS bestuurlijk heeft onthoofd, heeft ze volgens de voormalige bestuurders alle ruimte om te doen wat ze goed acht voor het bedrijf. ,,We weten allemaal dat er op korte termijn geen wonderen te verwachten zijn'', verklaart Huisinga. Timmer is het daarmee eens. Het doorbreken van subculturen binnen NS gaat volgens hem nog jaren duren, ,,ook voor de beste peoplemanagers.'' Huisinga: ,,Een offer brengen is tot daar aan toe, maar dan moet het wel ergens toe leiden.''

De vraag blijft waarom met name de raad van commissarissen, wiens functie het is het belang van het bedrijf te behartigen, opstapt als deze ervan overtuigd is dat dit niet het beste is voor het bedrijf. Met het vacuüm dat door hun vertrek ontstaat, geven de commissarissen de minister de kans het bedrijf zowaar over te nemen.

,,We waren bang dat politiek en pers ons ongeloofwaardig zouden vinden'', zegt Timmer. Dat ze zouden denken dat we te veel aan het pluche hechten.'' En later zegt hij: ,,Bij ons breekt er natuurlijk ook een keer iets, als je nagaat hoeveel tijd we aan het bedrijf besteed hebben.'' Hij vertelt hoe graag hij, onlangs nog, de Kamerleden uitleg wilde geven over de gang van zaken bij NS, en hoe weinig interesse die in zijn uitnodiging toonden. Timmer: ,,Hoewel ik niet makkelijk de handdoek in de ring gooi, zeg ik dan: `Why bother?'''