Circus Dakar als voorbeeld voor Franse leger

De logistiek van de Dakar-rally is een geoliede machine. Alleen de nachtrust is slecht geregeld.

Geen leger op aarde beweegt zo snel en efficiënt door de woestijn als de Dakar-rally. Twee weken lang reist een karavaan met ruim dertienhonderd personen door de Sahara, een van de meest onherbergzame gebieden ter wereld. Dagelijks slaat het Circus Dakar ergens anders zijn tenten op. In een paar uur tijd verrijst naast een landingsstrip een klein dorp met een medisch centrum, televisiestudio's, een pompstation en een cateringbedrijf dat alle magen voedt. Een bijzondere prestatie, vond ook het Franse leger. Uit Parijs kwamen twee jaar geleden militairen over om de logistiek van de woestijnrit te bestuderen.

Twintig rally's geleden was de organisatie nog veel gebrekkiger, weten oudgedienden. Deelnemers kregen één maaltijd per dag, moesten zelf voor water zorgen en stonden soms uren in de file voor één handbediende benzinepomp.

Dat gaat nu anders. Het organiserende bureau TSO is na 23 rally's een geoliede machine. Tweehonderd medewerkers, vijfenveertig cateraars en veertig artsen zorgen dat alles goed verloopt. Beschikte TSO in de beginjaren slechts over twee DC3 Dakota's, nu verplaatst het circus zich met vele tientallen vliegtuigen, helikopters en trucks.

Als 's morgens de eerste vliegtuigen arriveren, slibt een leeg vliegveld in korte tijd dicht met kabels, kisten en televisielampen. Voor het plaatselijke vervoer komen uit de buik van een groot Russisch transportvliegtuig tien mini-motorfietsjes tevoorschijn. Een ploeg van France Telecom regelt razendsnel de satellietverbindingen met het thuisfront.

De centrale ontmoetingsplaats in elk bivak zijn tien grote bedoeïenententen die door een vooruit reizende ploeg van TSO in een halve cirkel worden opgesteld. Op deze plek houdt rallydirecteur Hubert Auriol 's avonds om negen uur de briefing voor de volgende etappe.

Plaatselijke muzikanten en grote vuren zorgen dat het gezellig is bij de tenten. Liggend op tapijten genieten de achthonderd deelnemers van het diner. Op het driegangenmenu van gisteren stond een garnalenpasteitje, eend en gebak. Omdat de karavaan op oudejaarsavond door de oversteek uit Europa te laat in het bivak verscheen, plopten de champagnekurken in Er-Rachidia pas op 2 januari. De voortreffelijke keuken maakt veel goed.

Het sanitair zes douches en drie toiletten schiet bijvoorbeeld ernstig tekort. Plassen gaat nog wel, voor wie de vele Marokkaanse politieagenten en militairen rond de landingsstrip voor lief neemt. Maar de Duitse journalist die 's morgens vroeg op een paar honderd meter van zijn tent zijn broek liet zakken vergiste zich. Hij moest rennen voor zijn leven omdat een Boeing 737 de landing inzette.

Een nog groter probleem is de nachtrust. Slapen in het Dakar-bivak is als kamperen in een pompstation. Overal staan lawaaiige dieselgeneratoren. En midden in de nacht arriveert soms nog een verlate deelnemer met zijn auto of truck. 's Morgens om vijf uur starten alweer de eerste vliegtuigen.

Vooral voor de amateurs onder de deelnemers is de rally een fysieke uitputtingsslag. Na een rit van soms vijftien uur moeten de `preien', zoals de amateurs om onduidelijke redenen heten, opnieuw aan de slag. Naast hun genummerde kist met reserve-onderdelen zijn de rijders bij temperaturen rond het vriespunt soms nog uren aan het sleutelen. Na een grote reparatie zijn de amateurs te moe om hun tent op te zetten. In hun motorpak proberen ze in de bedoeïnententen nog een paar uurtjes te rusten.

De fabrieksrijders hebben het veel makkelijker. Zij parkeren hun motor of auto aan het eind van de etappe naast hun assistentietruck en duiken hun gereedstaande tent in. De monteurs zorgen ervoor dat alles de volgende dag weer in orde is. Vooral de motorrijders van het KTM-team baden in weelde.

De Oostenrijkse fabrikant heeft voor twaalf rijders zes trucks en een team van vijftig monteurs, masseurs en andere begeleiders beschikbaar. Het zijn dan ook niet deze goedbetaalde professionals van KTM die onderweg van vermoeidheid van de motorfiets vallen.

Nog beter af is de vedette van de rally, zanger Johnny Halliday. Zijn twee bodyguards brengen hem elke avond naar het dichtstbijzijnde hotel, waar hij aan de bar zijn whisky's drinkt. Medewerkers van TSO sluiten met elkaar weddenschappen af hoe lang de bejaarde rockster nog in de rally blijft. Want drinken na een dag rallyrijden is volgens hen nog vermoeiender dan niet-slapen.