Buitenhof en euroland

Paul Witteman had op 30 december het voorrecht Wim Duisenberg te mogen interviewen in het programma Buitenhof. Dit was het enige interview dat de president van de Europese Centrale Bank gaf aan de vooravond van de invoering van de euro, dus dat was niet gek. Des te teleurstellender was het resultaat. Het was geen goed interview en dat lag zowel aan Witteman als aan Duisenberg.

De ervaren tv-interviewer maakte een nerveuze indruk, misschien omdat hij financieel-economische onderwerpen niet goed beheerst. Maar ook de onuitroeibare hebbelijkheid van Buitenhof om een snel nieuwtje voor pagina 101 van Teletekst te willen scoren, speelde Witteman parten. Nieuwtjes voor Teletekst zijn vluggertjes – en een interview met de president van een centrale bank leent zich daar niet voor. Niettemin bleef Witteman Duisenberg doorzagen over bijzaken, met als dieptepunt een vraag over de afschaffing van het benzinekwartje van Kok.

Duisenberg was niet scherp. Hij begreep soms een vraag niet goed en sprak zichzelf bij vlagen tegen. In het begin van het gesprek zei hij dat de Nederlandse belastingen in Europees perspectief te hoog zijn, aan het slot waarschuwde hij tegen belastingverlaging in Nederland.

Er was een andere reden: Buitenhof gedroeg zich als Binnenhof. De heer Duisenberg werd voortdurend aangesproken alsof deze nog op het Frederiksplein zetelt in Amsterdam, en niet aan de Kaiserstrasse in Frankfurt. Duisenberg ging daar ongelukkigerwijs op in en liet zich verleiden om te praten over Nederlandse onderwerpen waarvan hij blijk gaf de details niet te kennen. Hij had moeten zeggen: ,,Meneer Witteman, het is u wellicht ontgaan, maar ik ben sinds medio 1998 president van de Europese Centrale Bank. Mijn bevoegdheden zijn het monetaire beleid van de euro en dat is de munt van twaalf landen. Met uw vragen over de WAO in Nederland bent u bij mij aan het verkeerde adres.''Jammer genoeg deed hij dat niet. Een paar prachtige momenten om Duisenberg wat meer te laten vertellen gingen aldus verloren. Bijvoorbeeld over de manier waarop hij contact met de Amerikaanse Federal Reserve had op 11 september, over zijn herinneringen aan Jelle Zijlstra die vorige week was overleden. Of desnoods over de historische betekenis van de euro. Het sneuvelde allemaal in de drang om snel een Teletekst-uitspraak te scoren.

Natuurlijk kwam er nieuws uit het programma – het zou vreemd zijn als dat niet zo was met een centrale bankier. Zoals de aankondiging dat Duisenberg niet van plan is om vroegtijdig in 2002 af te treden. Ook al had hij dat in Frankfurt al eerder gezegd, het was leuk nieuws voor Buitenhof.

Op dat moment was de zendtijd op, maar toen werd het pas interessant. Want als Duisenberg het hele jaar 2002 aanblijft, of wellicht langer, dan gaan er brisante situaties ontstaan in het dagelijkse bestuur van de ECB.Volgens de Franse interpretatie van de afspraak die bij de benoeming in mei 1998 was gemaakt, zou het presidentschap van de ECB aan een Fransman toevallen als Duisenberg na het verstrijken van de helft van zijn ambtstermijn zou aftreden. Maar Duisenberg heeft deze afspraak altijd ontkend en lijkt nu zijn gelijk te halen op een manier die Frankrijk zich nog zal heugen.

Hoe zit het precies? In 1998 zijn de zes permanente directieleden voor wisselende tijdsperiodes benoemd om zo een hoge mate van continuïteit in het bestuur te garanderen. Christian Noyer, het Franse directielid, is voor de kortste periode benoemd, namelijk vier jaar. Hij treedt af op 31 mei van dit jaar. Als Duisenberg onverstoorbaar blijft zitten, staat Frankrijk voor een dilemma: een nieuw lid van het dagelijkse bestuur benoemen voor acht jaar – die dan géén president meer kan worden want functie-opschuiving binnen de directie is volgens de statuten van de ECB niet toegestaan – of afzien van deze vacature en wachten totdat Duisenberg vertrekt zodat een Fransman president kan worden – met als gevolg dat gedurende enige tijd helemaal géén Fransman in het dagelijkse bestuur van de ECB zit? Dat zou de ironie ten top zijn en de ultieme wraak van Duisenberg op de wijze waarop president Chirac in 1998 zijn benoeming heeft ontsierd.

Hier komt bij dat deze lente, wanneer men in Parijs moet besluiten hoe de opvolging van

Noyer aangepakt wordt, in Frankrijk presidentsverkiezingen zijn waarbij Chirac geen afgang bij de ECB kan gebruiken. Bovendien is het niet duidelijk wie de Franse kandidaat voor de ECB zal zijn: Noyer mag niet herbenoemd worden; Jean-Claude Trichet, de president van de Banque de France, is geknipt voor de baan maar nog steeds betrokken bij een juridisch onderzoek naar zijn rol in het schandaal van de Crédit Lyonnais Bank; Jacques Delarosière en Michel Camdessus, beiden ex-IMF-directeuren en alom gerespecteerd, zijn te oud; Jean Lemièrre, president van de Oost-Europabank, heeft onvoldoende centrale bankierservaring.

Duisenberg heeft dus een ijzersterke troef in handen door vast te houden aan zijn verklaring die hij bij zijn benoeming voorlas: hij zit zijn acht jaar niet uit maar hij bepaalt zelf wanneer hij vertrekt. Chirac, die Duisenberg als `een man van zijn woord' tevergeefs probeerde vast te nagelen op een aftreden halverwege zijn ambtstermijn, heeft vreselijk het nakijken. Friezen, zal Chirac ontdekken, zijn nog koppiger dan Fransen. Als Duisenberg zich over een jaar, zoals hij toezegde, opnieuw door Buitenhof laat interviewen, valt te hopen dat daar is doorgedrongen dat het eurotijdperk op 1 januari 2002 is begonnen. De euro heeft een vliegende start gemaakt als wettig betaalmiddel in twaalf landen. Dat is goed nieuws aan het begin van het jaar.

rjanssen@nrc.nl