Argwaan over koers Argentinië

Koele cijfers en boze burgers dwingen de nieuwe Argentijnse president haast te maken met een economisch reddingsplan. `De signalen zijn niet vertrouwenwekkend'.

Een dag na de inauguratie van de nieuwe president van Argentinië, de peronist Eduardo Duhalde, kwam het Argentijnse bureau voor de statistiek gisteren met cijfers die de ernst van de huidige crisis in het Zuid-Amerikaanse land nog eens onderstrepen. Zo kromp de economie in het derde kwartaal vorig jaar met 4,9 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2000. Ten opzichte van het tweede kwartaal 2001 was de krimp zelfs 7,5 procent.

Eind september vorig jaar bedroeg de schuld van de federale overheid bijna 141,3 miljard dollar, zo meldt persbureau AFP. Begin vorig jaar was dat nog 129,8 miljard dollar; een toename dus

van ruim 9 procent in negen maanden.

De schuld bedraagt daarmee bijna 54 procent van het Argentijnse bruto binnenlands product. Afhankelijk van de definitie, zou ook de schuld van de grotendeels autonome Argentijnse provincies bij de federale schuld moeten worden opgeteld: nog eens zo'n 20 miljard.

Maar de overheidsschuld is slechts één van de vele economische problemen waarmee Duhalde zich geconfronteerd ziet. Bovendien gaat de schuldenlast vooral buitenlandse financiers aan die nog wel enig geduld kunnen opbrengen nu Argentinië feitelijk al is gestopt met het betalen van rente over zijn schulden – de beruchte default.

Geen geduld heeft de doorsnee-Argentijn, die steeds vaker de straat op gaat en in luide bewoordingen van zich laat horen. De werkloosheid staat nu officieel op 18,3 procent van de beroepsbevolking. De corralito, de beperkende maatregel voor bankopnames, is nog steeds van kracht. En de argwaan is groot ten aanzien van Duhalde, die wordt gezien als een typische exponent van een gecorrumpeerd en inefficiënt politiek systeem.

De reputatie van Duhalde heeft vooral geleden onder het feit dat tijdens zijn bewind als gouverneur de financiën van de provincie Buenos Aires volkomen uit de hand zijn gelopen. De benoeming, vandaag, van de voormalige minister van Economie van diezelfde provincie, Jorge Remes Lenicov, lijkt evenwel een goede zet te zijn. Remes diende onder een andere gouverneur en wist de boekhouding van Buenos Aires op orde te houden. Na zijn vertrek in 1997 zouden de problemen pas zijn begonnen.

Toch is er ook scepsis over Remes en de hoofdlijnen van zijn reddingsplan voor de Argentijnse economie, dat vermoedelijk morgen wordt gepresenteerd. ,,De signalen zijn niet vertrouwenwekkend'', zegt R. Drijkoningen, hoofd emerging markets debt van ING Investment Management. Pijnlijke ingrepen zijn onvermijdelijk. Alom wordt verwacht dat de bij wet vastgelegde koppeling van 1 op 1 tussen de Argentijnse peso en de Amerikaanse dollar zal worden losgelaten. Algehele dollarisering is niet waarschijnlijk en de argentino, de inherent waardeloze munt van één van Duhalde's kortstondige voorgangers, overleed vóór geboorte.

De regering-Duhalde zou een `gecontroleerde' devaluatie van de peso willen bereiken van zo'n 30 procent. Daarna moet de peso worden gekoppeld aan een mandje van valuta, waaronder de dollar, de euro en de Braziliaanse real. Zo kan het monetaire beleid beter worden afgestemd op de handelsstromen van Argentinië: Europa en buurland Brazilië zijn belangrijke handelspartners.

Ook de toenmalige minister van Economie Domingo Cavallo wilde een koppeling van de peso aan de euro, maar op het – sindsdien nog niet bereikte – moment dat de Europese munt pariteit met de dollar zou hebben.

Devaluatie zou een kleine ramp zijn voor de Argentijnse schuldenaren. Van hen heeft 70 procent schulden in dollars; van de hypotheken is 90 procent in de Amerikaanse munt. Het faillissement van vele honderdduizenden Argentijnen zou onvermijdelijk worden.

Volgens berichten in de Argentijnse media overweegt het team rond Dulhalde en Remes Lenicov de dollarschulden te `pesoficeren', dat wil zeggen eerst in peso's om te zetten. De schuld in – gedevalueerde – peso's zou hoger worden, maar daar zouden lagere rentes en langere betaaltermijnen tegenover moeten staan. Zo zou het probleem van individuele schuldenaren naar de banken worden verschoven. Dulhalde cum suis zouden de spaartegoeden in dollars daarentegen met rust willen laten en die over een wat langere termijn willen vrijgeven.

Ook wordt overwogen om opnieuw exportheffingen in te stellen. Daarmee zou het voordeel van een devaluatie voor exporteurs ten dele weer ongedaan worden gemaakt. Argentinië voert vooral landbouw- en voedingsproducten uit. Maar ook de oliemaatschappijen zouden worden belast voor hun export. De exportheffingen werden in 1991 afgeschaft als onderdeel van de economische liberalisering door Duhaldes voorganger Menem (onder wie hij kort als vice-president diende).

De grootste verliezers van de crisis, zo noteert dagblad La Nación vandaag, zullen de mensen zijn die spaartegoeden noch hypotheken hebben, maar die hun beperkte inkomsten direct voor consumptie moeten aanwenden. Vooral voor hun dreigt het spookbeeld van de terugkeer van de hyperinflatie die Argentinië eind jaren tachtig van de vorige eeuw teisterde.