Servisch genie zet Concertgebouw in vuur en vlam

Ooit waren wij het land van psalmen en orgels, van oliebollen en guldens. Maar Holland wilde méér. In de woorden van Ivo de Wijs, die het lied Waak op Nederland van Alphons Diepenbrock bewerkte tot Hier en Gunter: `Holland zeilde de wereld rond/ waar het verre, vreemde volkeren vond.' Vier eeuwen later zijn alle grenzen vervaagd, de gulden bestaat niet meer, en op elke straathoek van onze multiculturele samenleving kan men nu de exotische geuren, kleuren en geluiden aantreffen die de Oost- en West-Indiëvaarders in de zeventiende eeuw in verre oorden achterlieten. De Wijs: `De Irakees en Surinamer/ De Libanees, Afrikaan of de Ier! Zij wonen nu hier, wij spelen samen! Met hun muziek maken wij goede sier.'

Vanuit deze gedachte opende het Nederlands Blazers Ensemble in het Amsterdamse Concertgebouw en tijdens een rechtstreekse tv-uitzending het nieuwe jaar met `bruine, gele, zwarte en witte Nederlandse muziek', met als gastsolisten jonge muzikale talenten, afkomstig uit de `cocktail van culturen' waaruit ons land anno 2002 bestaat.

En zo weerklonken er maar vijf waarlijk Hollandse composities tijdens deze familievoorstelling, waaronder de première van het speciaal voor dit concert geschreven Hola! door Cornelis de Bondt, geïnspireerd op twee elkaar in ritmisch opzicht naar het leven staande heimachines, die tenslotte synchroon lopen.

Het commentaar van mijn vijfjarige dochtertje was kort maar krachtig: `Ik wil naar huis!' Ook Force Fields and Spaces, een experimentele compositie voor trombone en elektronica van de in Nederland wonende en werkende James Fulkerson, leidde tot felle reacties. Met haar handjes demonstratief tegen haar oren gedrukt, riep ze: `Ik wil dat dit muziekje weggaat'. Wel wist ze de `beat-a-pella'-stijl van het uit Curaçao afkomstige en in Nederland studerende vocale kwartet Just.4. U. te waarderen, en was ze best geïmponeerd door de ontroerende en swingende `nummers' van de winnaar van de jaarlijkse kinder-compositiewedstrijd. Maar na de pauze hield ze het voor gezien.

Ik bleef over met mijn oudste dochter van acht, en die had meer geluk. Want met alle respect voor de Indiase sitarist Siddharth Kishna en zijn landgenoot Niti-Ranjan Biswas op de tabla, die samen met enkele blazers uit het Nederlands Blazers Ensemble in lotushouding de Raga Khamai vertolkten, pas na de pauze werd het muzikaal werkelijk interessant. Dat kwam geheel voor rekening van de allochtonen, te beginnen met de Irakese zangeres Baider Khalaf Al-Basri, die met oriëntaalse passie om genezing van haar liefdeswanhoop smeekte, waarbij ze door haar vader en broers op de ud en de duf werd begeleid.

Daarna nam accordeonist Oleg Fateev adembenemend subtiel de leiding tijdens een instrumentale versie van het Bosnisch-Servische lied van het Sojkavogeltje, dat meetreurt met een piepjong meisje dat van haar moeder met een wildvreemde man moet trouwen om aan de armoede te ontsnappen.

Maar de echte klap op de vuurpijl was het optreden van de aan het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium studerende Slobodan Trkulja, een muzikaal genie uit Servië, behalve klarinettist, saxofonist en bespeler van traditionele blaasinstrumenten ook componist, arrangist en zanger. Voor het Nederlands Blazers Ensemble bewerkte hij zijn Pythaqoras' Oro, muziek vol oneven maatsoorten en onregelmatige ritmes uit de Servische folklore.

`Hij is de beste! Hij is er zo echt in verdiept', oordeelde mijn dochter, terwijl Trkulja met zijn diabolische klarinetspel alle slaperige zielen in de zaal in vuur en vlam zette. Als Trkulja één ding duidelijk maakte, dan wel dat je als rasmuzikant geboren wordt en dat het ware musiceren een cultureel erfgoed is. Al onze verre reizen ten spijt, zit de muziek ons Hollanders nog altijd niet echt in het bloed.

Nieuwjaarsconcert 2002 door Nederlands Blazers Ensemble. Gehoord: 1/1 Concertgebouw Amsterdam.