Piramides bouwen met een vlieger

De oude Egyptenaren verplaatsten piramideblokken en obelisken met hulp van vliegers, in plaats van ze met duizenden mannen te verslepen. Althans volgens Maureen Clemmons, een Californische consultant en eigenares van een bedrijf in haarproducten. Inmiddels besteedt Clemmons al haar vrije tijd aan haar team van amateur-egyptologen om de mogelijkheid van vliegerende piramidebouwers te bewijzen. Afgelopen juni zette het team een obelisk van 3,5 ton in 25 seconden overeind met behulp van een vlieger. Het vliegertouw, dat met een rem onder controle werd gehouden, bracht de windkracht via een reeks katrollen over op een betonnen obelisk. Die werd daardoor overeind getrokken, met zijn basis leunend op een karretje.

Tot nog toe werkte het team met moderne materialen: nylon, metalen katrollen en een moderne vlieger. ,,Maar de basistechnologie hadden de Egyptenaren ook al'', verzekert Clemmons, ,,touwen van hennep, en zeilen van linnen, en katrollen van hout.''

De vuurproef is voor dit jaar gepland. Het team zal dan met originele materialen een obelisk van tussen tien en twintig ton overeind proberen te zetten.

Al na haar eerste test, met een obelisk van 180 kilo, kreeg Clemmons medewerking van aeronautica-hoogleraar prof. dr. Mory Gharib van Caltech. Samen met een afstudeerstudent voerde Gharib de berekeningen uit die nodig waren voor de proeven. Ook een professionele vliegerbestuurder en een betonproducent die de obelisken levert zitten in het team.

Maar ondanks de wetenschappelijke medewerking kan Clemmons' theorie weinig genade vinden in de ogen van egyptologen. De meer gangbare theorie is dat de blokken verplaatst werden door mankracht, overigens niet noodzakelijkerwijs die van slaven. Prof.dr. Mark Lehner, de piramidedeskundige van Harvard University, vond de theorie te weerzinwekkend om er commentaar op te geven. Een hoge Egyptische archeologieambtenaar voegde daaraan fijntjes toe dat vele verzinners van theorieën over de piramiden `pyramidiots' genoemd worden. Clemmons sloeg terug door de naam Pyramidiots als handelsmerk te registreren, met bijbehorende website waarop T-shirts en andere merchandise worden verkocht ter ondersteuning van het onderzoek.

Toen Clemmons het vliegeridee eenmaal had, begon ze er overal aanwijzingen voor te vinden. Op de inscriptie waarop ze vliegerende mannen ontwaart zijn duidelijk touwen te zien, die naar een soort schijf met vleugels eraan lopen. De mannen houden hun handen in de lucht geheven. ,,Egyptologen leggen dat uit als een gebaar van aanbidding. Maar zo doe ik dat zelf niet. Volgens mij houden ze touwen vast'', zegt Clemmons.

Ook bedacht ze dat de Egyptenaren hun zeilen winddicht maakten met een afscheiding van kevers, wat de scarabee als veel voorkomend symbool zou kunnen verklaren. Nog sterker, de ankh, een van de meest voorkomende symbolen in de oude Egyptische cultuur, is volgens Clemmons gewoon een instrument om vliegertouwen te manipuleren. ,,Ik heb in het veld met de vliegers gemerkt dat je je handen gemakkelijk openhaalt aan de touwen. Toen dacht ik: de ankh is een carabiner.'' Met een ankh van metaal is volgens Clemmons het touw heel goed gecontroleerd te vieren of klem te zetten. Ook denkt Clemmons in oude Egyptische afbeeldingen vliegers te zien.

,,En als je kijkt naar de obelisk in Central Park, dan zit er een kleine inkeping net onder de piramidevormige top'', vertelt ze. Een handige plek om een touw vast te maken. ,,Vroeger vielen ze me niet op, maar nu zie ik ze overal.''

Dat is nou juist het probleem van de theorie, vindt egyptoloog dr. R. van Walsem, specialist in Egyptische architectuur en kunstgeschiedenis aan de Leidse universiteit, die de theorie als `flauwekul' bestempelt. ,,Ze neemt een vooropgezet idee als uitgangspunt en zoekt daar dan allerlei details bij. Dat is geen wetenschappelijke aanpak.''

Van Walsem vindt dat beschikbare aanwijzingen geïntegreerd moeten worden in één visie. ,,En dat is ook wel gebeurd. Inderdaad is de bouw van de piramides een probleem: we weten niet precies hoe ze gebouwd zijn, want de schriftelijke bronnen zeggen er niets over. Maar er zijn verschillende wetenschappelijk goed onderbouwde theorieën, allemaal gebaseerd op mankracht. Bovendien hadden ze toen nog niet eens katrollen. En de wind in de woestijn is erg veranderlijk.''

,,Er zijn wel katrollen met wielen gevonden in een graf in de late twintigste eeuw voor Christus'', zegt professor Mory Gharib. ,,Maar of de Egyptenaren echt vliegers gebruikten vind ik niet zo'n interessante vraag, omdat het heel moeilijk is om het te bewijzen. Ik ga liever door met de proeven dan te bekvechten met egyptologen. Misschien waren de Egyptenaren er wel niet slim genoeg voor, ook al hadden ze de technologie in huis.''

Een Nicaraguaanse ingenieur, die over het project had gelezen, heeft gevraagd of het mogelijk zou zijn om met vliegers lemen blokken te verplaatsen voor de huizenbouw. ,,We hebben hem onze resultaten gestuurd'', zegt Gharib.