Imams moeten naar cursus inburgering

Imams en andere geestelijke voormannen die op basis van een tijdelijke vergunning in Nederland verblijven, moeten met ingang van het nieuwe jaar een verplichte inburgeringscursus volgen.

Volgens een woordvoerder van minister Van Boxtel (integratiebeleid) zal de verplichte inburgeringscursus voor deze groep anders zijn dan het standaardpakket dat nieuwkomers die een (tijdelijke) verblijfsvergunning aanvragen, moeten volgen. Bovenop de cursus taal- en maatschappijoriëntatie zal een aparte module voor deze groep worden aangeboden. Zo moeten zij de Nederlandse taal beheersen en kennisnemen van andere in Nederland gangbare godsdienstige en levensbeschouwelijke stromingen.

Deze speciale inburgeringscursus geldt niet alleen voor imams maar voor alle geestelijke bedienaren die tijdelijk in Nederland verblijven. In de praktijk zal het vooral imams betreffen, omdat islamitische richtingen in meerderheid vertegenwoordigd zijn onder allochtonen in Nederland.

De verplichte inburgeringscursus is het gevolg van een wetsvoorstel dat minister Van Boxtel in 2000 heeft ingediend en dat dit jaar in werking is getreden. De verplichting geldt voor geestelijken van buiten de EU-landen.

Het is nog onduidelijk welk instituut het op imams toegesneden inburgeringspakket zal aanbieden. Volgens de woordvoerder zijn drie offertes aangevraagd en wordt over enkele weken een definitieve keuze gemaakt.

Eind vorig jaar bepleitte de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een Nederlandse opleiding voor imams. De leden van de tweede generatie migranten die het moslimgeloof belijden, blijven de godsdienst van hun ouders trouw, van secularisering is geen sprake, ook niet onder de hoger opgeleiden. De Nederlandse overheid moet inhaken op de tendens dat er een soort van Europese beleving van de islam ontstaat. Dat kan volgens de WRR onder meer door universiteiten in staat te stellen, opleidingen te verzorgen, zoals dat nu ook al bestaat voor pastoropleidingen.

Een eigen `kweek' van imams verkleint de afhankelijkheid van veel moskeeën die nu geestelijk leiders moeten laten overkomen uit het moederland. Daardoor is de individuele beleving van de islam sterk afhankelijk van het land van herkomst.

Anders dan in de buurlanden ontbreekt het volgens de WRR in Nederland in het algemeen aan goed moslimleiderschap en aan moslimintelligentsia.