Er is meer salade. Die staat in het mortuarium

De ziekenhuizen hebben in de oudejaarsnacht hun handen vol. ,,Eerst krijg je de vuurwerkslachtoffers. Later op de avond komen de gewonden na vecht- en matpartijen.''

Er staan zeven artsen en verpleegkundigen rond de man op kamer 4 die net met de ambulance is binnengebracht. Hij ligt op zijn rug en is al onder narcose. Zijn borstkas beweegt snel op en neer. Zijn gezicht is onzichtbaar door het bloed. Zijn linkerwang is weggeslagen toen een pakket zwaar siervuurwerk ontplofte. Zijn kaak is op twee plaatsen gebroken, zegt een arts. Mogelijk heeft hij door de klap ook nek- of rugletsel. Hoe het met zijn ogen staat, is nog onbekend. Zijn vrouw vertelde dat hij net na de ontploffing riep: ,,Ik ben mijn ogen kwijt.''

Verplegers en artsen lopen rond zijn bed, checken zijn hartslag, brengen een luchtpijp aan zodat hij goed kan blijven ademen, maken röntgenfoto's. Een arts komt binnen. ,,Gelukkig nieuwjaar'', wenst hij zijn collega's. ,,De beste wensen'', antwoorden ze.

In de oudejaarsnacht zijn er vijf verpleegkundigen en twee artsen aanwezig op de afdeling spoedeisende hulp in het Dijkzigtziekenhuis in Rotterdam. Net als in het weekend is de bezetting ruim. ,,Eerst krijg je de vuurwerkslachtoffers'', voorspelt verpleger Cas Roeland. ,,Later op de avond komen de gewonden na vecht- en matpartijen.'' Specialisten lopen in en uit. Voor de man op kamer 4 wordt de kaakchirurg met spoed opgeroepen.

Even na half een zit de wachtkamer vol. Behalve de man op kamer 4 is het ,,klein grut'', constateert Roeland. Voornamelijk brandwonden, geen afgerukte handen of vingers. ,,De afgelopen jaren bleef het aantal ernstige vuurwerkongelukken beperkt'', zegt zijn collega. ,,Volgens mij hebben die Sire-campagnes best nut gehad.''

Een man houdt zijn strakke, zwarte coltrui omhoog. Op zijn rug zit een zwartgeblakerde brandwond. Iemand heeft vuurwerk door zijn openstaande autoraampje gegooid. Roeland maakt de wond schoon en geeft een tetanusinjectie tegen straatvuil. ,,Ik ruik verbrand vlees'', zegt Marcel Prange, arts bij de afdeling spoedeisende hulp, als hij binnenkomt. Hij inspecteert de wond en prikt er met een naaldje in om de gevoeligheid te beoordelen. De man voelt niets. Derdegraads brandwond, zegt Prange. Met een lineaaltje meet hij de wond op.

Een Surinaamse jongen houdt kreunend zijn hand onder de kraan. Hij heeft zich gebrand aan een kaars. Prange bekijkt de hand, constateert dat hij geen blaren heeft, adviseert een aspirine als `pijnbestrijding' en vraagt de verpleging een pleister te plakken. ,,Meneer kan naar huis.''

Een meisje met een gescheurd trommelvlies vuurwerk ontplofte vlak naast haar oor wordt onderzocht door de keel-, neus- en oorarts. De hals van een jongetje dat een verdwaald stuk vuurwerk tegen zijn keel aan kreeg, wordt verbonden, evenals de arm van een vrouw die binnenstapte met een zwart, gerafeld gat in de mouw van haar jas. Ook zij werd per ongeluk geraakt. Roeland ontsmet en verbindt wonden, terwijl hij de slachtoffers op hun gemak stelt.

Om kwart voor twee is iedereen weg en de wachtkamer leeg. De man van kamer 4 is overgebracht naar de afdeling intensive care. Verplegers en artsen proosten met een half glaasje wijn op het nieuwe jaar in de koffiekamer. Oliebollen en appelflappen staan op tafel. ,,Er is meer salade, hoor'', zegt Mary Janssen van Raay, arts bij de afdeling spoedeisende hulp. ,,Die staan in het mortuarium, de koelkast was vol.''

Vroeger stonden er ook oliebollen in de wachtkamer. ,,We zijn ermee opgehouden toen mensen die vonden dat ze te lang moesten wachten ermee gingen gooien'', zegt Janssen van Raay. ,,We hebben regelmatig agressieve bezoekers. Iedereen wil graag snel geholpen worden. Maar een zwaargewonde gaat nu eenmaal voor.''

Het is een spannende afdeling, zegt Roeland. ,,Je krijgt van alles binnen. Van mensen die levensgevaarlijk gewond zijn tot aanstellers. We mogen niemand wegsturen, er kijkt altijd een arts naar. Je moet heel alert zijn. Iemand kan na een steekpartij een klein wondje laten zien, maar dat kan heel diep zijn.'' De trauma's (zwaargewonden) zijn de krenten in de pap, zegt verpleegkundige Barbara Donders. ,,Als die binnen worden gebracht, staat iedereen er met zijn neus bovenop.'' ,,Niet alleen uit sensatie'', zegt Roeland. ,,Als verpleger kan je daar alles in kwijt.''

Om half drie wordt het weer druk. De ambulance komt binnen. Een vrouw is ongelukkig op haar rug gevallen toen haar man haar van de trap duwde tijdens een heftige, echtelijke ruzie. Omdat ze mogelijk rugletsel heeft opgelopen, ligt ze vastgesnoerd op `de plank'. Ze is zo emotioneel dat ze geen woord kan uitbrengen. Een van de verpleegsters houdt haar hand vast.

Een man komt binnen met een flinke hoofdwond. Zijn vriend raakte verzeild in een vechtpartij. Toen hij hem te hulp schoot, kreeg hij een klap met een scherp voorwerp. Zijn vriend zit in de wachtkamer en mist een voortand, maar wil niet geholpen worden. ,,Daar denkt hij morgen wel anders over, als hij nuchter is'', zegt Roeland, terwijl hij het bloed met een prop verbandgaas stelpt en de wond schoonmaakt. Prange komt de wond hechten.

Een meisje in zilveren feestkleding schuifelt op haar sokken door de gang, ondersteund door twee vriendinnen. Ze kokhalst, de bewaker springt uit voorzorg opzij. ,,Te veel gedronken en geblowd'', zegt Roeland. ,,Gaat morgen beter.''

Tegen vijf uur in de ochtend is het weer rustig. De verplegers en artsen moeten nog drie uur. Prange speelt een computerspelletje. In de wachtkamer zit nog één man somber voor zich uit te staren. Het is de man die zijn vrouw van de trap heeft geduwd.