Doodvonnis voor protestantse kerkleider in China

China heeft het hoofd van een verboden protestantse geloofsgemeenschap, de Kerk van Zuid-China, ter dood veroordeeld.

Dat meldde het in Hongkong gevestigde Informatiecentrum voor Mensenrechten en Democratie op oudejaarsdag.

Het gaat om de oprichter van de Kerk, Gong Shengliang, die afgelopen zondag samen met vijftien anderen bestraft werd door een gerechtshof in de Centraal-Chinese provincie Hubei. Ook zijn nicht en mede-oprichtster Li Ying kreeg de doodstraf. Haar doodvonnis wordt mogelijk nog omgezet in levenslang.

Gong en zijn medebeklaagden werden beschuldigd van en veroordeeld wegens lidmaadschap van een `kwade sekte', een term die ook wordt gebruikt ter aanduiding van de verboden religieuze beweging Falungong. Gong zou zich daarnaast schuldig hebben gemaakt aan verkrachting.

De Kerk van Zuid-China, die naar schatting 50.000 volgelingen telt, werd in april van dit jaar samen met zestien andere religieuze groeperingen door de autoriteiten verboden.

De nu opgelegde straffen zijn de zwaarste sinds het begin van de huidige campagne tegen religieuze sekten die in juli 1999 begon. Leiders van de Falungong hebben tot dusverre ten hoogste achttien jaar gevangenisstraf opgelegd gekregen.

Opmerkelijk is dat de Chinese politieke top zich eerder deze maand juist leek te bewegen naar grotere tolerantie ten opzichte van niet officieel erkende religieuze groeperingen. Tijdens een werkbijeenkomst over religie op het hoogste politieke niveau op 10 december sprak president Jiang Zemin zich positief uit over de rol van de ,,brede gelovige massa's'' in de maatschappij. Jiang zou het religieuze groeperingen makkelijker willen maken om zich als zelfstandige eenheid bij de overheid te laten registreren. Tot nu toe worden alleen protestanten die lid zijn van de Drie Zelf Patriottische Organisatie officieel erkend.

Een bredere erkenning van protestanten en katholieken zou passen in het streven van president Jiang om de invloed van de regerende Chinese communistische partij ook te laten doorwerken in die geledingen van de maatschappij die tot nu toe buiten de invloedssfeer van de partij vallen. Zo ging de communistische partij er eerder dit jaar al toe over om ook kapitalistische ondernemers toe te laten als lid.