De Europese claque

In deze oorlog hebben de aanvallers binnen een recordtijd het tegendeel bereikt van wat ze wilden. Zelfs Osama bin Laden zelf, inmiddels bevorderd tot onderduiker, lijkt een belang van de tweede orde geworden. Het zwaartepunt is verschoven. Het gaat om de verbluffende snelheid waarmee Amerika zich heeft gereorganiseerd, en om de demonstratie van macht en doelmatigheid waarmee de tegenaanval is uitgevoerd. Dat is veel meer dan een militair succes. Het is een politiek feit van de eerste orde: het voor de wereld geleverde bewijs dat de supermacht zich weer vernieuwd heeft.

Iedere volgende oorlog, luidt een militaire wijsheid, begint op het punt waar de vorige is geëindigd. Niets stimuleert het vernuft sterker dan de oorlog, de techniek gaat vooruit met reuzenschreden. Dan wordt het vrede. In de ontwikkeling van het wapentuig wordt niet veel bijzonders meer tot stand gebracht. Met de beste uitvindingen van de vorige begint dan de volgende.

Zo is het de afgelopen tien jaar gegaan, in twee opzichten. De Golfoorlog is de eerste waarin de hightech op grote schaal operationeel was. We zien de slimme bommen nog in de schoorstenen verdwijnen. De Golfoorlog is ook de eerste publicitair geregisseerde oorlog. De pers kwam aan de eigen kant van het front niet verder dan de woestijntent van het opperbevel waar de persconferenties werden gegeven. Van die oorlog is gezegd dat hij een consumentenoorlog was: met minimale kosten aan eigen zijde publicitair zo goed mogelijk verkocht.

In de oorlog om Kosovo werd deze strategie op twee fronten hervat, en verbeterd. De bommen waren nog slimmer geworden en de pers kwam niet verder dan Jamie Shea in het NAVO hoofdkwartier in Brussel. In beide gevallen moest de eigen verslaggever aan vijandelijke kant zijn om iets van het front te kunnen rapporteren. In de Golfoorlog was het Peter Arnett van CNN voor de wereld; in Kosovo bij ons Gerrie Eickhof van de NOS.

Afghanistan betekent een grote sprong voorwaarts. De International Herald Tribune beschreef op 28 december in een achtergrondartikel de oorlogvoering nieuwste stijl, met de nu betrouwbare onbemande verkenningsvliegtuigen, de van grote hoogte opererende bommenwerpers (die van vliegdekschepen of in Amerika zelf opstijgen en na hun non-stop vlucht weer landen), en de nieuwste bommen, krachtiger en nauwkeuriger dan alles wat eerder vertoond is. De schrijver, Joseph Fitchett, citeert een anonieme zegsman in de regering: ,,De enige verdediging tegen de Verenigde Staten bestaat hierin dat de aangevallene de Amerikaanse luchtmacht op een afstand houdt, hopend dat de lange duur van de campagne en stijgende aantallen doden en gewonden Washington ertoe zullen brengen de strijd te staken.''

Op een langgerekte campagne met veel slachtoffers had de aanvaller gerekend; en dit was ook het risico waardoor het westen twijfelde. Maar afweermiddelen hadden de Talibaan niet, en Al-Qaeda evenmin. Snelheid was de belissende factor. Aan Amerikaanse kant zijn in de strijd drie doden gevallen. Over de verliezen aan de andere kant bestaan geen betrouwbare cijfers. Over wat aan het front is gebeurd, hebben we niet meer dan een vage voorstelling. Dat komt natuurlijk ook door de ontoegankelijkheid van het terrein, en de gevaren die dit soort oorlog voor de verslaggevers meebrengt. Er zijn acht journalisten gesneuveld.

De oorlog die Al-Qaeda tegen Amerika heeft ontketend is kwalitatief nieuw: de netwerkoorlog. Hetzelfde geldt voor het Amerikaanse antwoord: met een verpletterende overmacht van explosieven en hyper hightech, onbereikbaar, uit de lucht. Tegelijkertijd is het thuisfront waarop de netwerkoorlog zich concentreert in een vernieuwde staat van verdediging gebracht: met betere technische controle en bewaking, en preventief juridisch aangepast. Voorlopige slotsom van Afghanistan: de aanvaller heeft het in zijn netwerk buitengewoon moeilijk gekregen; de aangevallene heeft zijn onaantastbare superioriteit (en zijn moreel) bewezen.

Deze oorlog is ook kwalitatief nieuw omdat hij praktisch door Amerika alleen is gevoerd. In militair opzicht – het is weer bewezen – is de afstand tussen de Verenigde Staten en de rest van de wereld opnieuw groter geworden. Daar is nu voor het eerst geen behoefte meer aan bases in vreemde landen. Er hoeft dus geen wissel meer te worden getrokken op de bondgenootschappelijke trouw van regeringen die steunen op een verdeelde, of voor de gelegenheid Amerika-vijandige publieke opinie. Al eerder is vastgesteld dat sinds 11 september de NAVO zich in de achterhoede bevindt; dat West-Europa de claque is waarvan de prestaties in Washington welwillend worden aanvaard. Zonder deze achterhoede plus claque gaat het ook.

Nog een militaire wijsheid die weer van toepassing is. De oorlog, schreef Carl von Clausewitz, is niets anders dan de staatspolitiek, voortgezet met andere middelen (Hoofdstuk I;24). Het is een stelling die uitnodigt tot een vraag: welke politiek, met welk doel, voortgezet met welke middelen? De middelen bepalen de reikwijdte van de politiek, en in een politiek die met werkelijkheidsbesef wordt gevoerd, is het doel aan de middelen aangepast. Hoe korter de militaire arm reikt, hoe bescheidener het doel, gegeven dat we niet met een zelfmoordcommando te maken hebben. De vraag in deze fase van de oorlog is of het omgekeerde ook waar kan zijn: hoe langer en sterker de arm, hoe omvangrijker het doel. Dat geldt des te meer als er geen prijs in levens hoeft te worden betaald. Dan maken onbeperkte middelen een politiek met een doel van onbeperkte omvang.

Het doel is vernietiging van het internationaal terrorisme, met inbegrip van de regimes die terroristen gastvrijheid verlenen. Zo heeft president Bush het omschreven. Hoe? Dat ervaren we in 2002. Na de eerste fase van deze oorlog is het een vrijwel exclusieve zaak voor Washington geworden. Ondanks de vervulling van zijn bondgenootschappelijke plichten, verdwijnt Europa als militaire factor verder uit het zicht. Daarom heeft het steeds minder te vertellen over het oorlogsdoel, en hoe dat bereikt zal worden.