Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Wonen

Statiegeld voor stadssterken

De nieuwe maisonnettes aan het Rotterdamse Mathenesserplein worden gekocht door ervaren stedelingen. Gecharmeerd van het stadsleven, gehecht aan de buurt kijken zij niet op van een steekpartij of een junk. `Wonen in de Bosbesstraat in de polder, dat nooit!'

Overdag lijkt er weinig aan de hand. Op het Mathenesserplein in Rotterdam is een weids assortiment stadsgedrag te zien: ouderen van het zorgcentrum om de hoek posten een brief, moskeebezoekers praten na op een bankje en bouwvakkers zingen mee met Radio Noordzee. Maar de ogenschijnlijke vreedzaamheid bedriegt. In donkere hoeken hurken op klaarlichte dag gebruikers; vanachter een groen bouwgordijn klinkt geritsel van zilverpapier en stijgt een penetrante urine- en ontlastinggeur op. 's Avonds is het plein het domein van snel optrekkende auto's met stampende muziek. Een steekpartij of roofoverval is niet ongewoon.

Maar het Mathenesserplein wacht een metamorfose. Wie de plek kent, gelooft zijn ogen niet als hij de glimmende folder ziet van vastgoedontwikkelaar Leyten en partners. Een grand café met dakterras. Een Albert Heijn. Gras in het midden van het plein. Wat blijft zijn de monumentale woningen er om heen, in de jaren twintig van de vorige eeuw. Ze worden helemaal hersteld. Maar wie durft een woning te kopen op een criminele hotspot?

Schuin boven een van de hoeken met drugsgebruikers woont de 71-jarige heer Westergeest, oud-eigenaar van een dameskledingzaak. Vanuit zijn geluidsdichte, ruime en gerenoveerde pleinmaisonnette heeft hij uitzicht over het water van de Schie. Westergeest, vanuit zijn leren Chesterfield-fauteuil: ,,Ik ga hier nooit meer weg. Ik blijf in de oude buurt. Ik heb altijd in de stad en de drukte gezeten. In de Alexanderpolder zou ik doodgaan.'' Beneden bewaakt een video-oog de portiekdeur. De auto staat op een parkeerplaats met een automatische deur. Westergeest: ,,Voor ik met de auto de poort uitga, doe ik het portier op slot. En 's avonds, naar de stadsschouwburg of de Doelen, ga ik alleen nog met de auto. Voor geen goud met metro of tram.'' Toch voelt Westergeest zich overdag niet onveilig: ,,Omdat ik hier altijd gewoond heb, hoef ik hier niet zo te wennen.'' En die junkies dan? ,,Ach'', relativeert hij, ,,zoals je de mensen benadert, zo behandelen ze jou ook.''

Fred Vreeswijk, de bovenbuurman van Westergeest, spreekt junkies gewoon aan. ,,En meestal gaan ze dan weg.'' Vijftiger Vreeswijk, bijgenaamd `huismeestertje Fred', is fulltime beveiligingsbeambte en woont samen met de 48-jarige Maria Sousa. Nadat hij een kratje Heineken en de weekendboodschappen van lift naar keuken heeft gesjouwd, serveert hij grote glazen Fanta en wist met een zakdoek het zweet van zijn kalende hoofd. Vreeswijk is niet het type fatalist. Hij is ontevreden over de huismeester, maar laat het niet bij klagen. Hij maakt de afvalcontainers schoon, veegt het portiek aan en spreekt bewoners aan op hun gedrag. ,,Deze buurt is een kluwen. Je moet je er thuis voelen, of niet. Het is geen mindere buurt. Het is anders. Andere levens.''

Anders leven op het Mathenesserplein. Westergeest en Vreeswijk kunnen dat. Maar Han Koorevaar voelt zich er na dertig jaar niet meer thuis. Hij verhuist naar het oude Delfshaven. ,,Het was een mooi plein en het wordt een mooi plein. Ondertussen moeten we het maar zien te redden'', schrijft hij in de buurtkrant. Koorevaar is kunstenaar, hij zorgt dat lege woningen er nog bewoond uitzien door ramen te voorzien van gordijnen als decorum en heeft een tentoonstellingsruimte in een van de nog te slopen woningen aan het plein. Koorevaar voelt zich nu zelf een vreemde in de wijk. ,,Mensen die ik kende zijn verhuisd. Het plein is overgenomen door Marokkanen. Alles kan. Etalages als opslag. Hele groepen die buiten zitten en staren.'' Koorevaar organiseerde een handtekeningenactie om zes drugspanden weg te krijgen.

De verloedering bereikte vijf jaar geleden een hoogtepunt. Het Mathenesserplein was ,,één van de criminele hot spots van Rotterdam'', vertelt Sjoerd Top, hoofd van de politie-eenheid die over het Mathenesserplein waakt. Het plein vormt nu nog een verbinding tussen de hot spots in Spangen en het Nieuwe Westen, maar volgens Top gaat het de laatste tijd ,,iets beter''.

Blootvoets

Eens was het Mathenesserplein het winkelhart van Rotterdam-West. In 1929 was het een monumentaal plein, met woningen, winkels, twee showrooms en een restaurant. De gebouwen werden ontworpen door de bekende architect J.H. van den Broek. Het plein werd omsloten door drie gevelwanden, met statige torens aan weerszijden van de brug over de Schie. Als trechterwanden slurpen de wanden van het plein nu nog mensen de stad binnen, en spugen ze uit. De stadssterken blijven. Van de nieuwe eigenaar-bewoners is ruim driekwart allochtoon. Veertig procent is Turks.

Vanuit haar deuropening belt de 35-jarige Turkse bewoonster Çeri een tolk; buurman Yildizbas van drie huizen verderop snelt toe. Yildizbas, 40 jaar en chauffeur in de Rotterdamse havens, vertaalt blootsvoets. In Çeri's woning ligt smetteloos parket, de tafels zijn leeg. Yildizbas en Çeri komen uit Rotterdamse buurten die gerenoveerd moesten worden. Ze hebben het nu hier naar hun zin. Er is weliswaar weinig speelruimte voor kinderen en de junkies zijn vies, maar ,,als de kinderen vijf minuten lopen zijn ze bij de moskee'', aldus Çeri.

Tegenover de moskee gaat Tom van Dijk, directeur van de afdeling beleidsonderzoek van Intomart, wonen. Van Dijk is 45 jaar en aspirant-eigenaar/bewoner van een torenwoning. Met zes kamers kost zijn torenwoning ruim zes ton. Het is daarmee een vreemde eend in de bijt, tussen de woningen aan de noordzijde van het plein. Acht woningen kosten meer dan 350.000 gulden, veertien woningen tussen 300.000 en 350.000 en het gros, achtendertig stuks, rond de 300.000 of daaronder. Tom van Dijk komt oorspronkelijk uit deze buurt. De afgelopen jaren leefde hij afgeschermd, in Kinderdijk, op een eigen lap grond van 1100 vierkante meter. ,,Met uitzicht op een natuurgebied met allerlei prachtige vogels. Ik dacht dat ik daar kon wennen. Maar ik miste de stad.''

Van Dijk is opgegroeid op 400 meter van het Mathenesserplein. Zijn ouders hadden een banketbakkerij. ,,Het geluid van een tram over de Mathenesserbrug, dat is even mooi als het slotakkoord van het derde pianoconcert van Rachmaninov. Ik heb ook in Rotterdam in Ommoord gewoond, in de Alexanderpolder, met een buurman die elke zaterdag zijn Saab van binnen en buiten stond te wassen. Dat is net zo erg als wat rottigheid in deze buurt. En dan die straatnamen daar in Ommoord. Bosbes. De straten hier hebben echte eigennamen. Het is gegroeid en niet alleen maar gepland. Het is organisch. Ik heb vanuit de toren uitzicht op het Spartastadion; ik houd niet van voetbal, maar wel van Sparta. Dit is het echte Rotterdam. Met al het mooie en al het lelijke van de stad.''

De criminaliteit is Van Dijk wel tegengevallen. In de vier maanden dat hij een tijdelijke woning aan de Aelbrechtskade bewoont tot zijn koopwoning af is, is hij zes keer bestolen en geïntimideerd. Onlangs is zijn veertienjarige zoon beroofd van zijn mobiele telefoon. ,,Ik verdiep me erin. Misschien moet je hier op straat gewoon niet telefoneren. Dat soort dingen moet je weten'', aldus onderzoeker Van Dijk, die het interessant vindt nu zelf te leven in een achterstandsbuurt waar hij tien jaar lang louter beroepshalve als onderzoeker mee te maken heeft gehad.

Weinig bewoners weten dat de woningen een architectonisch monument zijn. Havenchauffeur Yildizbas wel: ,,Ik vroeg aan de bouwvakkers, waarom is het hier zo hoog? Waarom zijn de kamers wel drie meter hoog? Gewoonlijk is het 2.45 meter. Alles moest precies zo blijven als het was, vertelden ze. Omdat het hersteld wordt.'' De hoogte van drie meter, standaard in woningen uit de jaren twintig, is nu een luxe.

,,Als ik geld had zou ik onmiddellijk zo'n appartement kopen'', zegt architect Eric Bakema, wijzend op de torenappartementen van zes ton. Eric Bakema Architecten BV was een van de twee architectenbureaus die betrokken waren bij de bouw. Het bureau ging in 1999, tijdens de bouw, failliet.

Met pijn in het hart slentert Bakema rondom zijn laatste bouwproject. Een bijzonder project, want zelden worden oude woningen gereconstrueerd. Architect J.H. van den Broek was bovendien vriend en compagnon van Eric Bakema's vader Jaap. Samen vormden zij het bekende bureau Van den Broek en Bakema. ,,Architectuur'', zegt Eric Bakema, ,,is mij met de paplepel ingegoten. Aan het ontbijt was mijn vader al in vuur en vlam over een bouwproject. Uit angst om hetzelfde beroep te kiezen, heb ik nog een jaar medicijnen gestudeerd. Maar dat bleek een drogreden en ik ging toch bouwkunde studeren.'' Sinds 1988 was Bakema betrokken bij het Mathenesserplein. ,,Ik ben er wel trots op dat we het hebben kunnen reconstrueren. Rotterdam voelt door het bombardement zo weinig historie. Daarom is het belangrijk goede plekken zoals deze te bewaren.''

,,Dit is echt een van de vroege werken van Van den Broek'', vertelt Bakema enthousiast. ,,Gebouwd tussen 1927 en 1929, met ornamentjes en glas-in-loodraampjes, met kleuren beïnvloed door Van Doesburg en Mondriaan. Nieuw voor die tijd was een aparte slaapverdieping als reactie op de alkoofwoning. Een uitvinding van Van den Broek die veel navolging vond. Dit waren echt luxe woningen voor het middenkader en hogere ambtenaren.''

Wooncarrière

De corporatie is trotser op de koopconstructie dan op de architectuur. Woonbron-Maasoevers verkoopt de pleinmaisonnettes op basis van Maatschappelijk Gebonden Eigendom, afgekort MGE. MGE moet woningen betaalbaar maken voor de lage inkomensgroepen, het haalt de scherpe kantjes van de markt. In de jaren zeventig ontwikkelde de gemeente Rotterdam MGE om woekerprijzen op de markt tegen te gaan. Inmiddels wordt het in verschillende gemeenten, waaronder Dordrecht en Eindhoven, toegepast. De koper koopt tegen een relatief lage prijs, maar gaat wel de verplichting aan weer aan Woonbron-Maasoevers terug te verkopen. Winst en verlies gaan geheel naar Woonbron, of worden fifty-fifty gedeeld. Maarten Vos, `senior projectleider innovatie en strategisch advies' van Woonbron: ,,Je krijgt meer woning voor minder geld en je loopt minder risico op verlies, maar ook minder kans op winst.'' De meeste kopers van de pleinwoningen zijn niet erg onder de indruk van de regeling. Yildizbas: ,,Ik ben er zo maar ingetrapt. Ik moest weg. Hier was iets.'' De 71-jarige Westergeest noemt de woningen `statiegeldwoningen': je betaalt en krijgt je geld bij inlevering terug. ,,Ik had het liever zonder die regeling gehad, maar ik had geen keus.''

Maarten Vos van Woonbron-Maasoevers vindt dat er wel iets zit in de statiegeldvergelijking. De verkoop volgens MGE aan het Mathenesserplein vindt hij ook wat geforceerd. ,,Je moet het niet willen afdwingen. Deze bewoners hadden ook zonder MGE wel gekocht. Nu reserveren we MGE alleen nog voor woningen van maximaal 250.000 gulden.''

René Scherpenisse, `directeur strategisch advies & ontwikkeling' van de woningbouwcorporatie, vindt het oordeel van de bewoners ,,menselijk, maar niet erg realistisch''. Mensen maken wel graag gebruik maken van de korting, die opliep tot 40.000 à 50.000 gulden per woning, maar delen liever niet in de winst. Maar zonder MGE hadden veel mensen hier niet kunnen kopen.

,,Mensen die kopen blijven langer en zijn meer betrokken bij de buurt'', aldus Marie-Claire van de Wiel, `medewerkster participatie en leefbaarheid' van Woonbron-Maasoevers. ,,Daarom ook hebben mensen uit het Nieuwe Westen voorrang gekregen bij de koop. Er wonen hier hele families. Wij bieden mensen een wooncarrière, ze hoeven de stad niet uit, maar kunnen hier kopen. Nu is 10 procent van ons woningbezit koopwoning. In 2005 kan de klant bij de helft van onze woningen kiezen uit koop, huur, of huur vastzetten. Het grootste voordeel is dat mensen zuiniger zijn op hun eigen portiek.''

In de winkels rond het Mathenesserplein kost nu alles nog een habbekrats. De komst van een Albert Heijn is een grote verandering. Vastgoedontwikkelaar Leyten en Partners doet er alles aan grote concerns te trekken. Blokker gaat zich vestigen, hoewel in aanvang sceptisch over de ,,moeilijke omgeving met veel potentie'', vertelt vastgoedadviseur Arjen van Houwelingen van Leyten en Partners. Hij vindt dat Ahold zijn nek uitsteekt door een Albert Heijn-filiaal te vestigen tussen Spangen en het Nieuwe Westen. De woordvoerster van Albert Heijn Nederland omschrijft de omgeving eufemistisch als een ,,gevarieerde buurt waar we nog niet zitten.'' De nieuwe vestiging krijgt een wijkfunctie, maar de ondergrondse parkeergarage moet ook mensen van elders uit Rotterdam naar de winkel lokken.

Inderdaad toont de artist's impression van het plein weinig auto's bovengronds.Een lichte en moderne winkelboulevard, met veel jonge mensen. `Seduce and kill' heeft de grafisch vormgever in een creatieve bui op de pui van een winkel geplakt. Grappen maken over geweld mag weer nu het iets beter gaat. Sjoerd Top, hoofd politie-eenheid Middelland en Nieuwe Westen: ,,Van kopers is meestal een hoog percentage betrokken bij de wijk. Ze denken zelf mee en zijn voor politie en deelgemeente goede gesprekspartners.'' Torenbewoner Tom van Dijk bestelde de onderzoeksrapporten van de politie om zich op de hoogte te stellen.