Geen imitatie

Annelys de Vet speelt in haar grafische ontwerpen met bestaande beelden. Elfde en laatste deel in een serie over jonge ontwerpers. ,,Ik kies wel uit wie ik als vormgever wil dienen.''

`Goede ontwerpen moeten behouden worden voor verval. Die blijven in leven door ze opnieuw toe te passen. Daarnaast geldt er ook zoiets als een survival of the fittest: sterke ontwerpen overleven.'

Annelys de Vet (27) speelt een actieve rol in de evolutie van grafisch ontwerp. Zij doet dit door nieuwe beelden aan het grafische reservoir toe te voegen maar vooral door bestaande ontwerpen nieuw leven in te blazen. Zo behoedde ze de taartdoos van bakkerij Multivlaai voor uitsterven door hem in uitgeklapte vorm te bombarderen tot affiche voor de alternatieve kunstbeurs Niet de Kunstvlaai. Voor een tentoonstelling over landschapsfotografie in het Nederlands Architectuur Instituut gebruikte ze het overbekende format van de zwart-gele Falk plattegronden voor de uitnodiging. En in het drukwerk dat ze ontwierp voor het tienjarig bestaan van het Fonds BKVB in 1999 maakte ze consequent gebruik van de zwart-rode strepen op de verpakking van Gepe-diaraampjes een ironische verwijzing naar de eis van het Fonds dat iedere subsidie-aanvraag moet worden vergezeld van diamateriaal.

De Vet noemt haar werkwijze geen imitatie, maar toeëigening. ,,Ik speel met de referentiekaders van bestaande ontwerpen. Ik zet een ontwerp in een andere context, combineer het met nieuwe woorden, een ander beeld, misschien een geluid en geef het zo een nieuwe betekenis.''

Aan het ontwerpen van een poster, website, uitnodiging of cd-rom gaat een intensief proces vooraf van vragen stellen, schetsen maken en discussiëren met de opdrachtgever. ,,Vaak schieten er al tijdens het eerste gesprek allerlei beelden door mijn hoofd. In eerste instantie maak ik grove schetsen met heel veel tekst ernaast, soms maak ik een website waar ik de gevoerde gesprekken en ideeën op zet of verzamel ik beelden die met het onderwerp te maken hebben. Ik moet goed grip krijgen op wat ik moet overbrengen en wat mijn relatie met het onderwerp is.''

Waar het ontwerp terechtkomt is natuurlijk ook erg belangrijk. ,,De posters voor de Dot.Nu-avonden in Paradiso heb ik zo gemaakt dat ze, als ze in serie geplakt worden, naadloos in elkaar overlopen. Het wordt zo een enorme behangrol, één groot nieuw affiche. Dat is een stuk effectiever dan twintig aparte affiches die stuk voor stuk om aandacht schreeuwen.''

Het belangrijkste criterium dat De Vet hanteert voor het accepteren van een opdracht is of ze iets met het onderwerp of de opdrachtgever heeft. ,,Ik kan alleen dingen maken vanuit begrip; ik heb wel eens opdrachten teruggegeven omdat ik bij nader inzien niks met het onderwerp had'', vertelt ze. ,,Noem het maatschappelijke betrokkenheid, maar ik werk het liefst voor evenementen, initiatieven of instituten waarvan ik vind dat ze moeten bestaan. Ik vind het bijzonder om dienstbaar te kunnen zijn, maar ik kies wel uit wie ik als vormgever wil dienen.''

Dat dienen niet meteen wegcijferen betekent, blijkt wel uit het hoogstpersoonlijke karakter van De Vets werk, dat soms op het randje van autobiografisch zit. Zo koos ze voor de uitnodiging voor de A Christmas Carol-avond in De Balie voor wintersportfoto's van haar eigen familie. En op de binnenkant van de invitatie voor de Fonds BKVB-jubileumbijeenkomst zette ze heel brutaal haar eigen aanvraag voor een startstipendium. ,,Vaak lopen privé en publiek door elkaar'', vindt De Vet. ,,Zo'n subsidie-aanvraag op een algemene uitnodiging is misschien heel persoonlijk, maar hij raakt wel aan de kern van de activiteiten van het Fonds. Het wordt pas irritant als een ontwerper zichtbaar tussen de lezer en de boodschap staat. Maar dat is vaak meer een kwestie van slecht ontwerp dan van te persoonlijk ontwerp. Onleesbaarheid, te veel onzin, onnodige versiering; dat zijn dingen die de vertaling van een boodschap onhelder kunnen maken.''

    • Edo Dijksterhuis