Romantische soberte van Miroslaw Balka

Nu De ontdekking van de hemel zich weer in forse populariteit mag verheugen, duikt op reclameposters en boekomslagen de oculus van het Pantheon weer op. Voor Harry Mulisch is het grote, ronde gat in het Pantheon-dak een belangrijk symbool: het staat voor het contact met de hemel, voor God die zijn licht naar de aarde zendt. Ook op de tentoonstelling Eclipse van Miroslaw Balka in het Kröller-Müller Museum verschijnt een paar keer een soortgelijk lichtgat. Aan de wanden van de zalen hangen drie foto's die perfecte oculi lijken. Pas als de toeschouwer beter kijkt ziet hij wat het echt zijn. Doodgewone plafondlampen, door Balka vanaf de vloer gefotografeerd.

Zulke symboliek is typisch voor het werk van deze Poolse kunstenaar. Net als Mulisch wil Balka het persoonlijke met het mythische verbinden. Daarbij kiest hij niet voor de gemakkelijkste weg. Bij Balka geen gelonk naar God en hemel; hij vindt de basis van zijn werk `gewoon' in de voormalige woning van zijn ouders in de Poolse plaats Otwock, waar hij zijn atelier heeft gevestigd.

De toeschouwer die een Balka-beeld niet begrijpt kan veilig aannemen dat er een verband is met een kamer, een lamp of een vloer uit Balka's jeugd. Dat is ook wat Balka's werk interessant maakt: hoe persoonlijk het ook is, het mondt nooit uit in ronkende bekenteniskunst. Balka schept juist afstand door zijn verleden om te zetten in kale, afstandelijke abstracties. Daardoor lijkt zijn werk op het eerste gezicht een soort moderne arte povera: de wereld van Balka is somber en sober, en wordt beheerst door materialen als verroest staal, gips, spaanplaat, beton.

Het bijzondere aan die kale beelden is dat Balka ze langzaam met betekenis weet `op te laden'. Dat begint al met de afmetingen. Bij de `oculi' bijvoorbeeld, vertegenwoordigt iedere lamp een kamer uit het huis, het oppervlak daarvan ligt onder de foto's, in zwart plastic op de museumvloer. Ook het verweerde staal, of het kale beton hebben voor Balka een eigen lading: ze verwijzen naar de armoede op het Poolse platteland of het verleden als grafsteenhouwers van zijn grootouders. Daar komt ook een zekere romantiek om de hoek kijken: de kaalheid en soberheid roepen automatisch associaties op met de geromantiseerde rauwheid van het platteland.

Maar hoe langer je Balka's beelden op je laat inwerken, hoe duidelijker het wordt dat ze ook een verslag zijn van de verlossing die de kunst hem heeft gebracht. De kunst heeft Balka niet alleen boven het Poolse plattelandsleven uitgetild, hij geeft zijn beelden een extra lading door ze nadrukkelijk te verbinden met de `mythische' kunstgeschiedenis. Het onlangs door Kröller-Müller aangekochte 200x238x95 (fountain) bijvoorbeeld, is een dubbele douche, tot zijn essentie gestript en uitgevoerd in kaal beton. Je gaat er meteen van uit dat het Balka's eigen douche wel zal zijn, maar door de titel (fountain) plaatst Balka die droevige, ouderlijke douchecel ineens in de traditie van Duchamp. Het persoonlijke wordt zo kunst, het kunstwerk raakt aan de mythe.

In die werkwijze doet Balka wel wat denken aan Joseph Beuys. Alleen is Balka een stuk sympathieker. Hij probeert nooit zelf goddelijk te worden, maar blijft zoeken, tasten naar de beste vorm en het beste materiaal voor zijn werk. Bovendien is hij in z'n bescheidenheid soms onverwacht grappig. Een kunstenaar die het goddelijk oog imiteert met een vergeelde plafondlamp lijdt in ieder geval niet aan zelfoverschatting.

Er valt dus nogal wat uit te leggen aan Balka's werk, maar pijnlijk genoeg laat het Kröller-Müller het in dat opzicht volkomen afweten. Er ligt een tekst bij de ingang, maar die is gesteld in van die typische curatoren-vaagheden waarmee je op een internationaal congres vast een hoop eer inlegt, maar die als ingang tot Balka's werk een lachertje zijn. En dat is een gemiste kans. Voor wie zich verdiept in Balka's sobere beelden, openbaart zich langzaam, op de fundamenten van dat kale plattelandshuis een prachtige toren die in al z'n kaalheid de hemel nog dicht weet te benaderen. En om de hemel naar Otwock te krijgen, daarvoor moet je veel in huis hebben.

Tentoonstelling: Miroslaw Balka, Eclipse. Kröller-Müller Museum, Otterlo. Di t/m zo 10-17u. 1 januari gesloten. T/m 13 jan. 2002