Zondagsrust

De geschiedenis is niet altijd voorbij. Sporten op zondag maakte mensen boos in 1928, maar ook nu nog. De Ronde van Italië, die volgend jaar in Groningen begint, komt niet in Stadskanaal om de zondagsrust ter plaatse niet te verstoren. Maar er zijn meer sectoren die wekelijks zweren bij respect voor de Dag des Heeren, zoals het zaterdagamateurvoetbal. De clubs die daaraan meedoen, zullen nooit de zondagsrust schenden.

Een van de grootste problemen van de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam was het sporten op zondag. Het werd in het parlement als argument gebruikt om subsidie te onthouden aan de organisatie. In het boek Amsterdam 1928 van Paul Arnoldussen staat een commentaar van het antirevolutionaire dagblad De Standaard uit 1925, dat tekenend is voor de discussie over de vraag of de regering het Nederlandsch Olympisch Comité financieel zou moeten ondersteunen. Er waren argumenten voor en tegen, maar die wogen niet op tegen één bezwaar: `Het bezwaar, dat zijn grond vindt in de te verwachte ontheiliging van de Dag des Heeren.'

Het weerwoord van het NOC was dat juist zondag voor iedereen een vrije dag was en daarom financieel de meest interessante. Maar het comité had genoeg politiek benul om daar geen hard punt van te maken. De gevolgen van deze discussie konden enorm zijn: als de overheid geen bijdrage zou leveren, zou dat de financiële bodem wegslaan onder de Spelen. Nederland zou zich internationaal belachelijk maken als het zich daardoor alsnog zou terugtrekken als organisator. Om deze valkuil te omzeilen waren er stemmen die zeiden dat gedurende de Spelen de werkweek anders moest worden ingedeeld, om de belangstellenden de kans te geven plaats te nemen op de tribunes.

Vooral voor Hendrik Colijn werd het een vervelend verhaal. Deze antirevolutionair was als minister van Financiën hoofdverantwoordelijke namens de regering. Hij stond achter de subsidie, maar werd gedwarsboomd door zowel de leden van zijn partij als door zijn partijblad. Hij handhaafde echter zijn steun en beklemtoonde daarbij dat hij niet strijdig met het Heilige Schrift opereerde. Zijn betoog kende meer bijbelse verwijzingen dan begrippen uit de sport. De Telegraaf dreef er de spot mee in het verslag door een aantal begrippen uit het betoog te vermelden: Geldersche Kerkbode, de bijbel, Timotheüs, Calvijn, Petrus, joden en Plato. Een discussie over een sportief evenement was in het Nederland van de jaren twintig zo vooral een theologisch dispuut.

Tijdens de stemming bleek dat tegenstanders elkaar soms makkelijk vinden in de strijd tegen een gemeenschappelijk kwaad. Het subsidieverzoek werd in de Tweede Kamer verworpen, maar niet omdat de meerderheid principieel tegenstander was van sporten op zondag. De communisten schaarden zich namelijk aan de kant van de confessionelen, omdat ze de Spelen een kapitalistische uitwas vonden. Geen overheidsgeld dus, maar na een financiële actie van De Telegraaf gingen de Spelen toch door. Ook op zondag.

jurryt@xs4all.nl

    • Jurryt van de Vooren